‘Augustus’ – John Williams

Ik ben al een tijdje geleden begonnen in ‘Augustus’ van John Williams, maar besloot toen om het af te wisselen met wat lichtere Leni Saris lectuur. Augustus is namelijk een mooi, maar redelijk traag lezend boek (if you know what I mean). Maar het was een mooi boek, van een van mijn favoriete auteurs, en het is zeker een aanrader.

John Williams heeft in zijn leven vier boeken geschreven, waarvan hij zelf vond dat er eentje faalde, dus er zijn er drie heel erg bekend geworden. Met Augustus heeft hij geloof ik ook een grote prijs gewonnen. Het was het laatste boek dat hij schreef, na Butcher’s Crossing en Stoner. Stoner stond op nummer 1 in mijn top 5 van vorig jaar dus ik keek er erg naar uit om te beginnen in nog een boek van John Williams.

Augustus gaat over het leven van de eerste keizer van Rome. Hij was het neefje van Julius Ceasar en werd later door hem als een zoon geadopteerd. Niet dat Octavius gezellig bij zijn oom ging wonen die dan als een echte vader voor hem was, maar omdat Octavius op die manier de wettige opvolger zou zijn als hij zou sterven. In die tijd was Rome namelijk ontzettend corrupt en wilden alle grote families de macht hebben. Als grootste machthebber was je nooit zeker van je positie en Julius Ceasar voorzag ook wel dat er grote chaos zou ontstaan in de machtsstrijd als hij zou sterven. Het boek begint zo’n beetje bij de moordaanslag op Julius Ceasar (dit klinkt nu heel spannend maar wordt niet uitgebreid en spannend beschreven). Octavius moet zijn best doen om zijn positie in te kunnen nemen en, met behulp van zijn vrienden, slaat al zijn vijanden neer. Zijn doel is om ervoor te zorgen dat er in Rome niet meer gevochten wordt dan nodig is om de grenzen te beschermen; hij wil geen groter rijk vormen maar ervoor zorgen dat Romeinen nooit meer in burgeroorlogen Romeinen zullen moeten vermoorden. Zijn leven was dus ontzettend interessant. Hij had constant te maken met vrienden die uiteindelijk vijanden bleken te zijn en vijanden die hij te vriend moest houden om onrust in Rome te voorkomen.

Williams heeft in Augustus gekozen voor een bijzondere vorm. Het hele boek bestaat uit brieven van de ene Romein naar de andere, memoires, verslagen en andere stukken tekst waar we uiteindelijk uit kunnen opmaken wat er aan de hand is. Zeker in het begin vond ik dit heel verwarren: je weet nog niet wie precies wie is en dan is het heel lastig op grip op het verhaal te houden als er om de twee of drie pagina’s een andere “auteur” voorbijkomt. In het begin veranderde de naam van Octavius ook steeds. Eerst was hij Gaius, toen Octavius, dan weer Ceasar en dan weer Augustus… Je moet echt je aandacht er goed bij houden in dit boek.

Ik vond het wel fijn om mijn iPad in de buurt te houden tijdens het lezen, zodat ik de namen kon opzoeken die Williams gebruikte. De brieven in Augustus zijn gefingeerd en de gebeurtenissen zijn gedetailleerder gemaakt door middel van zijn fantasie, maar de positie van de personages en de grote lijnen van het verhaal zijn gebaseerd op de ‘echte’ geschiedenis. Daarom heb ik, als het verhaal weer een beetje verwarrend werd, even opgezocht wie nou ook alweer precies wie was. Ik moet zeggen dat van alle personen de dochter van de keizer het meest interessant was, misschien omdat haar personage in het begin het meest mysterieus was en naarmate het boek vorderde steeds verder werd uitgediept.

Om je een idee te geven van de schrijfstijl van Williams zal ik een kort stukje van een brief die Octavius aan een vriend schrijft citeren:

     Ik heb de dichters vermoedelijk bewonderd omdat ze me de meest vrije en dus de meest hartelijke mensen toeschenen, en ik heb altijd een band met hen gevoeld omdat ik in de taken die ze voor zichzelf stelden enige overeenkomst heb gezien met de taak die ik mezelf lang geleden heb gesteld.
     De dichter bezint zich op de chaos van de praktijk, de verwarring van het toeval, en het niet te bevatten domein van het mogelijke – dat wil zeggen de wereld waarmee we allemaal vertrouwd zijn zijn dat maar weinigen van ons de moeite nemen om die te onderzoeken. De uitkomst van deze bezinning is de ontdekking of het verzinnen van een vleugje harmonie en orde, die zijn te isoleren uit de wanorde die ze aan het zicht onttrekken, en het in overeenstemming brengen van die ontdekking met de poëtische wetten die hem uiteindelijk mogelijk maken. Geen generaal zal zijn troepen ooit zorgvuldiger in hun complexe formatie drillen dan de dichter zijn woorden in de strenge ordening van het metrum dwingt; geen consul zal sluwer met de ene factie een front vormen tegen de andere om zijn doel te bereiken dan de dichter de ene zin tegen een andere afweegt om zijn waarheid te tonen; geen keizer zal de ongelijksoortige delen van de wereld ooit zorgvuldiger tot een geheel smeden dan de dichter de details van zijn gedicht ordent om een andere wereld, misschien werkelijker dan de wereld die we zo onzeker bewonen, in het universum van de geest van de mens te doen ontstaan.
John Williams, ‘Augustus’, paperback pagina 388/389

Om weer over te gaan op een ander onderwerp: van mijn Leni Saris minimarathon kan ik nu ook ‘Weerzien met Vincie’ afstrepen. De titel had het me al duidelijk moeten maken maar ik heb blijkbaar niet goed opgelet: aan Weerzien met Vincie gaan nog twee andere boeken vooraf. Ik moet eerlijk bekennen dat dit niet een van mijn favoriete Saris-boeken is. Vincie is een beetje helderziend en dat pakt Saris heel vreemd aan. Maar hé, het was lekker makkelijk, zeker in vergelijking met iets dat zo snel afwisselt als Augustus.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *