Boek 10 – “Het Geluid van de Nacht”

Ik heb de afgelopen week aan één stuk door gelezen in “Het geluid van de Nacht”, geschreven door María Dueñas. De hoofdpersoon genaamd Sira is heel oninteressant en de verdere hoofdpersonen blijven ook heel oppervlakkig, maar de setting is heel interessant door de reizen die Sira maakt en de plaatsen waar zij zich begeeft. Al met al vier sterren waard op Goodreads
In “Het Geluid van de Nacht” begint Sira als een jong leerling-naaistertje in Madrid. Van naaistertje groeit ze echter door omstandigheden uit tot een topontwerpster van chique dameskleding in verschillende grote steden. Echter, dit bereikt ze door te doen alsof ze zelfverzekerd is, alsof ze rijk is, alsof ze uit een rijke familie komt en alsof ze veel gereisd heeft en veel van de wereld heeft gezien. Er wordt het hele boek door gezegd hoe onzeker ze eigenlijk is, en hoe de wereld haar nog bang maakt. Door de blurb wist ik helaas al dat ze spionne zou worden voor de Engelsen in de Tweede Wereldoorlog, dus in het begin van het boek werd ik het constante gezemel over hoe weinig ze toen nog kon en hoe onzelfstandig ze was snel zat.

Hoe groeit een naaister uit tot spionne voor de Engelsen? Nou, dat werd in het boek niet echt duidelijk. Sira gaat met een man van Spanje (waar de burgeroorlog op het punt staat te beginnen) naar het Spaanse protectoraat in Marokko. Hij maakt in haar naam veel schulden, verlaat haar, en zij blijft met de rotzooi achter in Marokko. Ze wordt door een agent die haar in de gaten houdt ondergebracht in een pension in handen van een vrouw genaamd Candelaria, die naast haar pensionwerkzaamheden ook constant dingen smokkelt. Via wat duistere zaken (erg uitgebreid te lezen in het boek, niet interessant genoeg om nog eens hier te herhalen) start Sira haar eigen naaiatelier. Daar komt een Engelse vrouw met wie ze bevriend wordt. Rosalinde heet zij.

En met Rosalinde begint al het gedonder pas echt goed. Rosalinde heeft een relatie met een of andere Spaanse hoge pief uit de regering. De rangen en standen worden ook meermaals herhaald in het boek, maar er worden zoveel politieke mensen opgenoemd omdat Dueñas de sfeer wil beschrijven van de tijden van de oorlogen dat ik na een paar hoofdstukken niet meer wist wie nou precies wie was. Maar goed, die hoge pief maakt van Rosalinde dus automatisch een belangrijk persoon. Hij moet voor zijn zaken naar Spanje verhuizen (om minister te worden in de nieuwe nationale regering) en Rosalinde gaat mee. Dan komt de Tweede Wereldoorlog en proberen zowel de Duitsers als de Engelsen om Spanje voor hun kant te laten kiezen. Rosalinde is Engels en wil daarom dat Spanje voor Engeland kiest en zij gaat zich mengen in het hele oorlogsgebeuren.

Zo komt het dus ook dat Rosalinde aan Sira vraagt of Sira soms voor haar wil spioneren. Want tja, Sira is met Rosalinde bevriend. Dat is echt de enige reden die er schijnt te zijn, want nergens in het boek heeft Sira ook maar iets van intelligentie laten zien (vooral niet toen ze die foute man Ramiro aan het begin van het boek allemaal schulden liet maken op haar naam – ze ondertekende nota bene alle papieren zelf!). Sira moet in Madrid komen wonen, daar een naaiatelier openen en dan luisteren naar alle Duitse dames die zij heeft als klanten. Alles wat ze hoort moet ze doorbrieven naar de Engelsen.

Dat hele spioneren stelde eigenlijk weinig voor in het boek. Ik had verwacht dat het misschien spannende situaties zou opleveren, maar wat er vooral gebeurt is dat Sira naar chique feestjes gaat, informatie hoort, en dat dan in code doorgeeft. Nergens hoeft ze iets anders dan haar uiterlijk te gebruiken om binnen te komen. Het enige spannende dat haar spionage veroorzaakt is dat ze bijna wordt vermoord door twee mannen in een trein maar dat weet te voorkomen door met haar liefdesobject (Marcus Logan) uit de rijdende trein te springen. Zo klinkt het spannender dan het in het boek was, want deze actie duurde ongeveer vijf pagina’s en Sira’s acties waren vooral door Marcus ingegeven en zij was steeds weer onzeker en nietig.

Maar afgezien van de non-actie en de saaie hoofdpersoon was het boek heel goed. Dueñas beschrijft de plaatsen waar Sira zich bevindt heel pakkend; met een paar zinnen weet ze de situatie al goed te schetsen. En vooral de scènes waarin Sira gewoon aan het naaien is in haar atelier vond ik leuk. De politieke dingen leken soms wat vergezocht, en in deze situaties was de schrijfstijl wat natuurlijker en deed Sira iets dat ze ten minste kon.

Ook leuk aan het boek is dat Sira van Madrid naar Marokko, terug naar Spanje, dan weer naar Lissabon en hop weer terug naar Spanje gaat. Het reizen geeft het verhaal snelheid en laat Dueñas doen waar ze goed in is. Het reizen maakt ook het contact met veel personen mogelijk, die misschien allemaal wel wat vlak blijven, maar in ieder geval heel divers. Stuk voor stuk vormen ze Sira’s leven wel op de een of andere manier en ze komen eigenlijk nooit zomaar voor in het verhaal.

Waar ik wel echt een grote hekel aan heb: open eindes. In de laatste paar bladzijdes verpest Dueñas bijna het boek door tien mogelijke eindes van de levensverhalen van verschillende personen te noemen. Sira had met Marcus kunnen trouwen, Sira zou daar kunnen wonen, Sira zou nu succesvol kunnen zijn, of misschien liep het wel zo of zo… Dan denk ik altijd: jij schrijft verdorie het boek, jij hoort te weten hoe het eindigt met die personen. Een cliffhanger: oké, dat kan. Maar ga niet tien verschillende eindes opsommen die allemaal zouden kunnen. Kies er eentje, besteed daar je tijd aan en ga niet proberen om literair interessant te zijn door er nog een tintje “er waren zoveel levens als de hare, het zou allemaal waar kunnen zijn” aan toe te voegen. Maar hé, misschien is dat wel iets dat andere mensen wel kunnen waarderen, want ik zie het wel vaker voorbij komen, dus ik heb besloten om te doen alsof het boek vóór de epiloog waarin dit allemaal werd opgesomd was afgelopen en heb de epiloog maar niet meegerekend met het sterren geven.

Het lijkt door dit stukje misschien alsof ik het boek niet goed vond, omdat er vooral negatieve voorbeelden zijn. Dat komt denk ik omdat ik met één keer zeggen dat de landen zo goed beschreven werden wel klaar ben omdat dat een compliment is, terwijl ik voor een negatief punt wat meer een voorbeeld probeer te geven zodat het geen ongegronde negativiteit is. Ik hoop dat het feit dat ik het vier sterren heb gegeven een beetje weerspiegelt met welk gevoel ik dit boek dicht deed

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *