Boek 21 – “De Kraai”

De Kraai, geschreven door Kader Abdolah, viel me flink tegen. Hij is zo’n bekende en gewaardeerde schrijver dat ik er automatisch van uit ging dat het boek ten minste niet zou voelen als tijdsverspilling. Maar het verhaal was saai, de hoofdpersoon oninteressant en er was totaal geen spanningsboog te ontdekken. Al met al: slechts twee van de vijf sterren waard. Deze mening schijn ik met meerdere mensen van Goodreads te delen; gemiddeld krijgt het boek ook maar een 2,95.

Het boek gaat over een man die in Perzië is opgegroeid en al heel lang schrijver wil worden. Het verhaal is niet chronologisch en begint dus ook waar het boek eindigt: de man is koffiehandelaar in Nederland geworden, heeft boeken geschreven die nog niet gepubliceerd zijn en blijft het hoopvol proberen. Het verhaal gaat kort over zijn vlucht naar Nederland en lang over zijn behoefte aan schrijven / zijn hoop ooit een van zijn boeken in het Nederlands gepubliceerd te zien. Ook gooit Abdolah nog af en toe iets wat poëtisch bedoeld lijkt te zijn over kraaien in het verhaal, maar hij had het dichten beter kunnen overlaten aan de beroemde dichters die hij veelvuldig citeert in dit werk.

De Kraai had zo goed kunnen zijn. Het idee klinkt best leuk, namelijk de vluchteling die het moeilijk had in zijn geboorteland, moeite doet om naar een ander land te kunnen vluchten en daar zo ambitieus wordt met betrekking tot de taal dat hij een boek wil schrijven in die taal. Maar hoewel De Kraai deze boxjes in principe allemaal afvinkt laat de uitwerking sterk te wensen over. Het boek focust te veel op alleen de zogenaamd diepzinnige gevoelens van de hoofdpersoon in plaats van zijn acties en handelingen, die interessant hadden kunnen zijn. Ook valt Abdolah vaak in herhaling; er is minimaal twintig keer genoemd dat de hoofdpersoon eigenlijk geen koffiemakelaar had willen worden maar dat het lot het zo bepaald had.

Wel interessant vond ik de bezigheden van het verzet en de vlucht van mensen naar westerse landen, maar die werden zo vluchtig beschreven en leken zo ondergeschikt aan het beschrevene over het gevoelsleven van de hoofdpersoon dat ik amper de tijd had om van die passages te genieten voordat Abdolah alweer voor de zoveelste keer over ging naar een anekdote over een oom die een grote inspiratiebron is geweest. Oom Djalal heeft een paar dingen gezegd over de manier waarop de hoofdpersoon zijn schrijversbestaan moet realiseren maar je wordt er het hele boek mee doodgegooid.

Ik denk dat de waardering die veel mensen hebben voor dit boek voortkomt uit de liefde voor vreemde culturen die mysterieus beschreven worden. Bij voorkeur is die cultuur “eenvoudiger” of “simpeler” dan de westerse cultuur, met meer aandacht voor natuur en minder voor technologie zodat ze lekker kunnen wegdromen bij die cultuur zonder de zogenaamde drang die in het westen heerst om alles online steeds in de gaten te houden. Echter, zulke culturen lijken heel mooi en mysterieus in een boek maar de beelden die worden geschetst corresponderen niet met de realiteit die in zulke niet-westerse landen vaak juist hard is. Mensen idealiseren graag dat wat een ander heeft: het gras van de buren is altijd groener. Maar ook Abdolah zelf draagt hier aan bij en ik denk dat het ook logisch is dat een vluchteling met een tikje heimwee zijn geboorteland idealiseert. Maar zelfs het jarenlang een ontzettend oppervlakkige relatie met een gesluierd meisje wordt hier beschreven als romantisch, terwijl het juist ontzettend moeilijk moet zijn geweest om een relatie te onderhouden met zo weinig communicatiemogelijkheden en de druk van ouders die de relatie niet goedkeurden. Er was amper sprake van een relatie; meer van een opgewonden puber die viel voor een lekker ding maar zo weinig met haar kon praten dat ze niet snel op elkaar uitgekeken werden want ze leerden elkaar toch niet echt kennen. Maar nee hoor, Abdolah’s hoofdpersoon wordt er, hoe oppervlakkig dan ook, natuurlijk ontzettend door geïnspireerd en schrijft hele verhalen.
Ik vind het ontzettend jammer dat Abdolah niet van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt om in de Nederlandse maatschappij wat meer aandacht te geven aan hoe het daar écht gaat, niet een ontzettend opgepoetste, geromantiseerde versie die doet alsof alles prima was aan de cultuur. Geen enkele cultuur is perfect en in de literatuur moet er aandacht worden gegeven aan zowel de pluspunten als de tekortkomingen van de cultuur die beschreven wordt.

Het is een dun boekje, dus heel veel tijd om te lezen kost het niet. Die twee sterren krijgt het van mij voor de potentie die in het verhaal zat maar die er niet uit kwam en omdat ik nu gewaarschuwd ben voor de schrijfstijl van Abdolah en niet hoef te beginnen aan zijn langere verhalen; een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *