‘De smaak van venijn’ – Alan Bradley

Cover van het boek De smaak van venijn door Alan BradleyEen aantal maanden geleden liep ik door een boekhandel en zag dit boek liggen. Ik heb het toen bijna gekocht, maar gelukkig kon ik nog op tijd bedenken dat ik ongeveer een miljoen ongelezen boeken in mijn boekenkast heb staan en dat het niet verstandig zou zijn om die stapel alleen maar groter te maken. Vorige week zag ik het echter liggen bij de bieb toen ik daar een rondje liep. En toen moest ik het natuurlijk wel meenemen.

Titel: De smaak van venijn (origineel: The Sweetness at the Bottom of the Pie)
Auteur: Alan Bradley
ISBN: 9789021803227
In 2010 verscheen de vertaling bij uitgeverij Luitingh Sijthoff.

De smaak van venijn gaat over Flavia de Luce, een elfjarig hoogbegaafd meisje. Ze woont met haar twee zussen en vader op het landgoed Buckshaw in Engeland; haar moeder overleed toen ze nog heel erg klein was. Flavia is erg slim en gek op alles wat met scheikunde te maken heeft. Thuis heeft ze zelfs een eigen laboratorium waar ze scheikundige proefjes en onderzoeken doet (tja, je woont in een groot landhuis, dan moet je iets met al die ruimte). Haar twee zussen Ophelia en Daphne vinden haar maar raar, en dat komt deels omdat Flavia hen ziet als de ideale proefpersonen voor haar scheikunde uitvindingen en ontdekkingen. Ze stopt giftige dingen in hun lippenstift, bijvoorbeeld, om te kijken welk effect dat heeft op hun lippen (spoiler: lippen houden niet van giftige stoffen in lippenstift). Met haar vader heeft ze ook niet een bijzonder hechte band: hij is vooral druk met zijn grote postzegelverzameling.

Tot zover lijkt het allemaal helemaal prima. Maar een boek is geen boek als er niet iets in gebeurt, dus natuurlijk is dat ook zo in De smaak van venijn. Het verhaal begint pas écht als Flavia in de tuin loopt en een man ziet liggen tussen de komkommerplantjes. Ze loopt naar hem toe, en op het moment dat ze bij hem staat blaast hij zijn laatste levensadem uit. Flavia doet direct wat elke verstandige elfjarige zou doen: de politie bellen. Maar ze zou Flavia niet zijn als ze de politie met rust zou laten en het hele voorval zou proberen te vergeten: Flavia gaat zelf ook op onderzoek uit! Want afgezien van de dode meneer gebeuren er opeens vreemde dingen in de buurt. Er wordt bijvoorbeeld een dode snip (dat is een soort vogel) voor de deur gelegd, met een postzegel door z’n snavel geprikt. En er komen boze stemmen uit de kamer van haar vader: het lijkt wel alsof vreemdelingen ruzie met haar vader hebben! Flavia begint verbanden te zien en gaat met alle stukjes informatie die ze heeft aan de slag om het mysterie van de dode man tussen de komkommerplantjes te ontrafelen.

Ik denk dat De smaak van venijn niet echt bedoeld was voor de doelgroep waar ik in zit (20-jarige studenten). Toch heb ik het boek met heel veel plezier gelezen, en wel om de volgende redenen:

  • Flavia is een leuk personage om te volgen. Ze is slim, vooral scheikundig, maar ook nog maar elf jaar oud en ze maakt fouten die elke elfjarige zou maken, hoe slim ze ook zijn. En hoewel ze vooral bezig is met het mysterie vindt ze ook fijn om in de buitenlucht rondjes te fietsen en met andere mensen te praten. Flavia heeft een leuke blik op de wereld en door haar ogen zie je steeds meer van het dorp en alle inwoners.
  • Je wordt als lezer nieuwsgierig naar de ontknoping van het mysterie, maar het is geen bloedstollend spannend verhaal. Het kabbelt wel zo’n beetje voort, en je ontdekt steeds ietsje meer, en ondertussen volg je Flavia op haar speurtocht door het dorpje heen. Het voelt bijna alsof je zelf onzichtbaar in het verhaal zit; Bradley heeft een erg toegankelijke schrijfstijl.
  • Het hele verhaal doet een beetje ouderwets aan. De postzegelverzamelaars (filatelisten) spelen een grote rol, en überhaupt namen als Flavia, Ophelia en Daphne schetsen al een sfeer in het boek die me wel aanspreekt.

Het boek is denk ik vooral leuk voor iets jongere lezers (die waarderen het misschien nog meer op bijvoorbeeld het gebied van spanning, en kunnen zich beter identificeren met Flavia) maar ook voor al iets oudere lezers is De smaak van venijn zeker aan te raden. Het is geen dun boek, toch bijna 400 pagina’s, maar omdat het niet een erg serieus of ‘zwaar’ boek is ben je zo door die pagina’s heen. Het is ideaal als een tussendoorboek, als je bijvoorbeeld net een emotioneel of moeilijk boek hebt gelezen en wel toe bent aan een beetje rust. Flavia neemt je mee op een tour door een ouderwets Engels plaatsje op zoek naar filatelisten en moordenaars, dus sit back and relax!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *