‘Het Huis aan de Gouden Bocht’ – Jessie Burton

Ik las afgelopen week het boek Het Huis aan de Gouden Bocht, geschreven door Jessie Burton. Het is in 2014 uitgegeven en kreeg veel aandacht in boekgerelateerde media. De recensies die ik erover las waren overwegend positief dus ik besloot om een reservering te plaatsen bij de bieb om eens te zien of dit boek alle ophef waard was.

Titel: Het Huis aan de Gouden Bocht
Auteur: Jessie Burton
ISBN: 9789021809519








Het verhaal speelt zich af in het Amsterdam van de Gouden Eeuw. Voor mij is dat een voordeel: ik ben meestal gek op boeken die zich afspelen in vroegere tijden. De hoofdpersoon is Nella (voluit Petronella) Oortman, een meisje uit Assendelft dat om financiële redenen moet trouwen met een veel oudere, rijke man. Zij is nog maar 18 jaar oud en hij al bijna 40 dus dat is best wel jakkes. Het huishouden waar Nella in terecht komt blijkt direct al vreemd te zijn. Haar man geeft haar weinig aandacht, de bedienden lijken allemaal geheimen te hebben en Nella’s schoonzus Maren is een vat vol tegenstrijdigheden. Nella heeft in het begin van het boek vooral veel moeite met het vinden van haar positie in het huishouden en omdat ze weet dat er dingen spelen waar ze niets vanaf weet voelt ze zich vaak buitengesloten.

Als welkomstcadeau krijgt ze van haar man Johannes een poppenkast. In die tijd was dat een luxe die maar weinig mensen zich konden veroorloven. Een poppenkast was toen niet een soort speelgoed waar hele kleine kinderen konden spelen maar meer een soort replica van echte huizen waar meisjes konden leren hoe ze met de zorg voor een echt huis om moesten gaan. Het leuke aan dit boek is dat het hele verhaal is gebaseerd op een echt bestaande poppenkast. Die kast staat in het Rijksmuseum en is ook echt van Petronella Oortman (na haar trouwen Petronella Brandt) geweest. Toen het boek voor het eerst op de markt kwam werd er dan ook een soort “première” gehouden in het Rijksmuseum. 

Klik op de foto om op de site van het Rijksmuseum de kast van dichterbij te kunnen bekijken.

Natuurlijk is het verhaal zelf gewoon fictie, maar het blijft een leuk detail dat de poppenkast die in het verhaal voorkomt echt bestaat en gewoon te bezichtigen is. Ik ben toevallig zelf een aantal weken geleden nog naar het Rijksmuseum geweest en heb de kast daar in het echt gezien. In het verhaal speelt de kast een grote rol. Petronella wil de kast vullen (ze krijgt alleen de kast en niet de miniaturen die erbij horen) en bestelt daarom miniaturen. Ze krijgt er echter meer dan ze bestelde en de extra figuurtjes lijken een soort commentaar op haar leven. Het hele boek door ontvangt ze figuurtjes en Nella hecht aan hun “voorspellende” of “profetische” gaven veel waarde. Eerlijk gezegd vond ik het een vrij zwak gedeelte van het verhaal: het leven van Nella was zo vreemd (ook voor die tijd) dat ik me afvraag of het plausibel is dat ze achter een aantal niet bestelde figuurtjes zoveel extra betekenis zou zoeken. Hoewel Burton regelmatig schrijft dat de poppetjes iedereen zo ongemakkelijk laten voelen mist die spanning compleet in het verhaal. Een typisch gevalletje van het niet onder de knie hebben van show, don’t tell

Het verhaal zelf verder was leuk bedacht, maar ik vond de uitwerking bar matig. Ik vind het bijvoorbeeld ontzettend storend als mensen moralen uit deze tijd toedichten aan hun hoofdpersonen uit vroegere tijden. In het boek speelt homoseksualiteit een grote rol. Dat was in de Gouden Eeuw letterlijk een misdaad waar de doodstraf op stond. Mensen vonden het toen tegennatuurlijk, het ging in tegen het geloof van die tijd en ga zo maar door. Maar blijkbaar vindt Burton het lastig om gewoon koel te blijven tijdens het schrijven, en de geschiedenis de geschiedenis te laten. Daarom vindt Petronella (ik denk als enige Nederlander in die tijd) homoseksualiteit geen zonde want ‘hoe kan iets dat in je ziel zit nou een zonde zijn’. Hoe fijn die gedachte ook is, en hoe gewenst ook in onze tijd, dat is gewoon niet hoe mensen over homoseksualiteit dachten in de Gouden Eeuw. Dit is gewoon Burton die het niet aandurft om haar hoofdpersoon ook wat karaktereigenschappen te geven die niet 100% positief zijn. Petronella doet zelf in het boek bijna niets en het is meer alsof ze alleen dient zodat wij als lezer kunnen kijken naar de andere personages. De zinnen die Burton gebruikt zijn niet mooi of poëtisch en in geen enkele van de personages zit echt diepgang. Op geen enkel punt in het boek voel je spanning of wil je weten wat er nu precies aan de hand is. Ja, er gebeuren rare dingen, en ja, het gaat over spannende dingen uit de Gouden Eeuw, maar Burton schrijft zo saai dat het je gewoon allemaal niets kan schelen.

Een andere kleinigheid waar ik me aan stoorde: Burton snapt de term onbevlekte ontvangenis blijkbaar niet. Als je niet weet wat iets is, schrijf er dan niet over (of laat je werk in ieder geval checken door mensen die wél weten wat de onbevlekte ontvangenis is). De term onbevlekte ontvangenis houdt helemaal niet in dat Maria maagd was toen ze zwanger was van Jezus, maar dat Maria zelf geen erfzonde had. Klik hier om de Wikipedia-pagina erover te lezen. (Het zou overigens kunnen dat de vertaler deze fout heeft gemaakt en dat Burton wél de juiste term gebruikte, maar aangezien ik de Engelse versie niet bezit kan ik dit niet checken).

Al met al: een boek dat vooral leuk geprobeerd is, met een redelijk plot, maar dat had moeten worden uitgevoerd door iemand die beter kan schrijven dan Burton. Wel groot applaus overigens voor de maker van de Engelse paperback cover, die vind ik echt prachtig! Ik zag het boek laatst liggen in de Waterstones en kon het bijna niet laten hem te kopen, alleen al door de mooie voorkant.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *