Mythos – Stephen Fry (+gastrecensie!)

Stephen Fry, wie kent hem niet? Deze bekende Britse man is komiek, presentator, schrijver en, meer specifiek nog voor mijn generatie, de stem achter de audioboeken van Harry Potter. Pasgeleden is bij uitgeverij Thomas Rap een vertaling verschenen van zijn nieuwste boek, Myhtos. Dit boek is een prachtig vormgegeven boek vol met hervertellingen van bekende en minder bekende mythes. Fry begint in Mythos helemaal bij het begin en voorkennis is dan ook niet vereist: dit boek is juist geschikt voor wie al die Griekse verhalen tot nu toe maar onoverzichtelijk vond en niets begreep van de vaak complexe (familie)verhoudingen. Met enorm veel plezier heb ik het recensie-exemplaar dat de uitgeverij me had opgestuurd gelezen. Wat het nog leuker maakte: mijn broertje heeft het boek ongeveer tegelijk met mij gelezen en is zo vriendelijk geweest om speciaal voor Ilona Leest een gastrecensie te schrijven!


Gastrecensie van Erwin over Mythos van Stephen Fry

Ik ben al langere tijd geïnteresseerd in de Griekse mythologie, mede dankzij de game-serie God of War waar je als het hoofdpersonage Kratos de wereld van de Griekse mythologie bewoont en veel figuren uit de mythologie tegen het lijf loopt. Het verhaal en de figuren in de serie zijn aangepast om beter met het spel te werken en ik heb altijd al graag willen weten wat de echte verhalen inhielden. Mythos, geschreven door Stephen Fry, sprak me erg aan omdat dit voor mij de kans was kennis te maken met deze verhalen zonder de langdradigheid en complexiteit van het lezen van een encyclopedie waarin de verhalen staan. Ik ben een fan van Fry’s humor als komiek en presentator van onder meer het programma QI: nog een reden waarom ik het boek graag wilde lezen.

Tijdens het lezen van het boek werd duidelijk hoe gepassioneerd Fry is over de Griekse mythen. Dat, in combinatie met zijn humor, maakt dat het boek erg prettig leest. Verhalen worden minder complex gemaakt zodat ze begrijpelijk worden en bij vlagen laat Fry zijn eigen mening over de verhalen en de personages doorschemeren. Dat houdt het boek luchtig en interessant.

Aan het begin word je overdonderd door alle namen van goden, godinnen en andere personages die Fry introduceert. Daarom denk je misschien in het begin dat je niks gaat onthouden van wat je leest. Dit blijkt echter mee te vallen wanneer je vordert in het boek, aangezien Fry de kunst beheerst om in één zin duidelijk te maken hoe de relaties tussen alle personages in elkaar zitten. Zo blijft het geheel toch overzichtelijk

De verhalen die aan het begin van het boek verteld worden vormen de basis voor wat komen gaat. Je leert over het ontstaan van de wereld met Ouranos en Gaia en daarna wordt de stamboom steeds verder uitgewerkt. Later komen er ook verhalen over niet-stervelingen en hun relaties met de goden: dat waren voor mij een paar van de meest interessante passages. Je leert ook over hoe de oude Grieken dachten over in hun tijd moeilijk te verklaren verschijnselen zoals donder, bliksem en de zonsopkomst en -ondergang. Wat mij verbaasde is de gelijkenis van vele verhalen met verhalen die verkondigd worden in andere religies (zoals bijvoorbeeld heel bekende Bijbelverhalen).

Aan het boek zijn veel voetnoten en foto’s van kunstwerken toegevoegd om de verhalen te illustreren. Doordat ik het boek als e-boek gelezen heb heb ik de bijbehorende figuren niet in de tekst gezien maar stonden deze allemaal aan het eind van het boek, wat jammer is.

Al met al vond ik het een geweldig boek omdat ik het gevoel heb overgehouden dat ik werkelijk iets geleerd heb. Niet alleen de grote lijnen van de mythologie maar ook kleine leuke feitjes, bijvoorbeeld: waarom bijen een angel hebben, of waar het woord arachnofobie eigenlijk vandaan komt.

– Erwin

(einde van de gastrecensie)


In het voorwoord dat Fry schreef bij zijn hervertellingen staat onder andere het volgende:

[De] Griekse verhalen hadden iets waar ik heel blij van werd. De energie, humor, hartstocht, het heel eigen karakter en de geloofwaardige details van hun wereld hadden me vanaf het eerste ogenblik in hun ban. Ik hoop dat dat ook bij jou het geval zal zijn.

Als ik Erwins gastrecensie zo lees en aan mijn eigen leeservaring denk kan ik niet anders zeggen dan dat Fry is geslaagd in zijn opzet. Mythos is een interessant, prachtig vormgegeven boek en een aanrader van iedereen die al van Griekse mythes houdt (of er graag van wil gaan houden)!

‘Twintig regels liefde’ – Rowan Coleman

Foto van het boek Twintig regels liefde door Rowan ColemanToen ik een foto van Twintig regels liefde voorbij zag komen op Twitter was ik gelijk verliefd op de cover. Ik vond het boek er fris en vrolijk uitzien, met die blauwe lijntjes en afbeeldingen op de voorkant. Maar is het boek wel net zo leuk als de voorkant doet vermoeden?

Titel: Twintig regels liefde (origineel: We are all made of stars)
Auteur: Rowan Coleman
ISBN: 9789022575994
Uitgeverij: Boekerij

Twintig regels liefde gaat over Stella, een jonge vrouw die in een hospice werkt. Ze is vooral ‘s nachts aanwezig en maakt tijdens haar diensten veel opmerkelijke en bijzondere dingen mee. In het hospice komen mensen die waarschijnlijk niet lang meer te leven hebben, maar ook patiënten die na een zware periode moeten aansterken. Die mix van berusting en hoop is bijzonder: je maakt mensen op hun kwetsbaarste moment mee. Stella heeft de gewoonte om, als mensen daar om vragen, een laatste brief voor ze te schrijven. Ze belooft die laatste brief pas te versturen als de afzender overleden is. Op deze manier kunnen mensen nog een blijvend afscheid nemen, iets wat de nabestaanden kunnen bewaren en koesteren.

Naast haar werk speelt ook Stella’s persoonlijke leven een grote rol in Twintig regels liefde. Stella is in het hospice de rustige, sterke zuster maar zij heeft het thuis niet gemakkelijk. Haar man, Vincent, is in de oorlog erg zwaar gewond geraakt en heeft daar een aantal van zijn ‘broeders’ verloren. Hij is erg veranderd, en hun relatie verloopt moeizaam. Ze maken veel ruzie en het lijkt erop dat hun huwelijk geen stand kan houden, terwijl Vincent eigenlijk na zo’n heftige periode juist de steun van zijn vrouw nodig heeft.

Naast Stella speelt ook Hope een hoofdrol in het boek. Hope is een meisje van twintig jaar, en ze heeft taaislijmziekte. Ze heeft een bacteriële infectie opgelopen die haar bijna de das om heeft gedaan, maar ze heeft het overleefd en is nu in het hospice om aan te sterken. Hope voelt zich niet de volwassen vrouw die ze nu zou ‘moeten’ zijn; ze zondert zich vaak af van de rest van de wereld om zo min mogelijk geconfronteerd te worden met haar eigen ziekte. Gelukkig heeft ze een goede vriend, Ben, die haar af en toe meesleept naar buiten om iets te maken van haar leven.

Daarnaast gaat Twintig regels liefde ook over Hugh, een man die alleen woont en in een museum werkt. Hij gaat bewust geen al te diepe relaties aan met mensen, omdat hij denkt vooral in zijn eentje gelukkig te kunnen zijn. Maar dan komt er een jonge vrouw naast hem wonen, en nou, je begrijpt natuurlijk al wel een beetje welke kant dit op gaat… Hij speelt een iets minder grote rol in het boek en lijkt in het begin eigenlijk geen link te hebben met het hospice, wat hem een nogal loshangend personage maakt. Maar meer richting het einde van het boek wordt hij ook bij het hospice betrokken, en snappen we het verband tussen zijn leven en één van de brieven die Stella heeft geschreven.

Twintig regels liefde is vooral sterk in zijn originaliteit: hoe vaak lees je nou een boek over mensen die in een hospice werken dan wel als patiënt in een hospice verblijven? Ook was het prettig dat het hospice niet de enige plek is waar het verhaal zich afspeelt. Hoewel het wel de plek is die alle personages met elkaar verbindt (hoewel Hugh pas veel later), beperkt Coleman zich niet tot dat toneel en laat ze de personages ook naast het hospice een leven hebben. Juist die stukjes buiten het hospice geven het boek kleur, omdat de hoofdpersonages alledrie niet op sterven liggen en dus hun persoonlijke leven zich vooral buiten het hospice afspeelt.

In het boek wordt het verhaal over de levens van Stella, Hope en Hugh afgewisseld met brieven die Stella heeft geschreven; ze zijn niet aan het verhaal gekoppeld en lijken altijd iets aan het plot toe te voegen. Storend zijn deze brieven desondanks niet: ze passen erg goed in de sfeer van het boek, en zorgen voor wat extra humor af en toe (want lang niet alle ‘laatste brieven’ zijn dieptreurig!). Één van de brieven die ze schrijft gaat een hoofdrol spelen in het latere gedeelte van het verhaal. Normaal gesproken bezorgt ze de brieven pas als de afzender is overleden, maar Stella vindt van deze brief eigenlijk dat hij verzonden moet worden terwijl de afzender nog leeft, om een eventuele hereniging / afscheid mogelijk te maken…

Ik moet wel zeggen dat ik Twintig regels liefde geen diep, of écht indrukwekkend boek vond. Het was prettig om te lezen, het verhaal was origineel en de personages leuk, maar ik miste hier en daar wel wat diepgang. Vooral omdat eigenlijk alle hoofdpersonages alles met de beste bedoelingen doen, hun leven allemaal beteren, en alles loopt ook helemaal goed af voor iedereen. Dit klinkt misschien wat cru, maar ik had graag iets meer verdriet of verlies willen zien. Hoewel een hospice voldoende ruimte geeft voor wat indrukwekkende scènes wordt hiervan geen gebruik gemaakt: zelfs als er een personage met een erg kleine rol in het boek sterft, gaan de andere personages daar op een verstandige, rustige manier mee om (ze zijn even verdrietig, maar trekken daarna een les uit alles wat is gebeurd en proberen om alles nog een positieve draai te geven). Dus hoewel Coleman een interessante achtergrond heeft gekozen voor haar verhaal, zijn de personages een beetje te ‘standaard’ om er het maximale uit te halen. Maar of dit gebrek aan echte diepgang per se negatief is ligt aan de verwachtingen van de lezer. Als je Twintig regels liefde oppakt om een origineel verhaal te lezen, met sympathieke hoofdpersonages, en er met een goed gevoel uit te komen ben je zeker aan het goede adres. Ben je op zoek naar een boek met iets meer (literaire) diepgang kun je misschien beter op zoek naar een ander boek. Ik heb Twintig regels liefde in ieder geval met veel plezier gelezen en zou het je zeker aanraden.

‘Moderne romantiek’ – Aziz Ansari

Cover van het boek Moderne Romantiek door Aziz AnsariAziz Ansari is een bekende Amerikaanse stand-up comedian en acteur. Naar aanleiding van persoonlijke ervaringen werd zijn interesse in ‘moderne romantiek’ gewekt. Samen met socioloog Eric Klinenberg heeft hij een groot onderzoek opgezet, om te ontdekken hoe het is om in ons digitale tijdperk te daten.

Titel: Moderne romantiek
Auteur: Aziz Ansari
ISBN: 9789022576281
Dit jaar (2016) verschenen bij uitgeverij Boekerij.

Wie Aziz Ansari al kent van zijn comedy- of acteerwerk verwacht misschien een ontzettend grappig en niet-serieus boek. Hij is immers het personage dat met ‘Treat yo self’ kwam in de Amerikaanse show Parks and recreation, wat op het internet uitgegroeid is tot een ware meme.

Dit boek is echter veel wetenschappelijker dan je misschien zou verwachten van een comedian als Ansari. Speciaal voor Moderne romantiek is Ansari een samenwerking aangegaan met socioloog Eric Klinenberg; ze hebben samen twee jaar lang vele onderzoeken verricht in (vooral) de Verenigde Staten, maar ook in Tokia, Buenos Aires en Parijs. Daar ondervroegen ze grote groepen mensen naar hun ervaringen met daten, zowel online als offline. Bijvoorbeeld werd gevraagd naar hun ervaringen op datingwebsites als OkCupid, de meer ‘standaard’ datingssites dus, maar ook de ‘snellere’ datingssites als Tinder krijgen veel aandacht.

Ansari is vooral geïnteresseerd in de vraag hoe het daten / de romantiek veranderd is door alle mogelijkheden die mensen hebben door internet. Vroeger trouwden mensen met iemand die ze al jaren kenden, het meisje of de jongen uit dezelfde woonplaats of zelfs straat als zij. Met internet kwamen er miljoenen potentiële liefdespartners bij. ‘Op welke manier is de wereld van de romantiek toen veranderd?’ lijkt de meest belangrijke onderzoeksvraag van dit wetenschappelijke onderzoek. Al die resultaten hebben ze toen op een wetenschappelijk verantwoorde manier verwerkt en Ansari heeft daar een lopend verhaal van gemaakt en er een humoristisch sausje overheen gegoten. Veel resultaten worden duidelijk weergegeven in een tabel of grafiek, waarna Ansari de resultaten nog toelicht. Erg leuk zijn bij die toelichting nog de anekdotes: naast het ‘droge’ onderzoek is Ansari ook met vele mensen in gesprek gegaan en Moderne romantiek staat daarom vol met waargebeurde verhalen en persoonlijke ervaringen van mensen.

De resultaten van het onderzoek zijn niet echt wereldschokkend maar zeker leuk om te lezen. Zo vertelt Ansari over welk soort profielfoto ervoor zorgt dat je populair wordt op een datingssite en wordt er vergeleken wat de afstand was tussen de woonplaatsen van partners vroeger en nu (spoiler: door internet en vele andere redenen zoeken we onze partners in de huidige samenleving van veel verder weg dan mensen vroeger deden!). In Moderne romantiek vraagt Ansari zich af of de huige romantiek ‘beter’ is dan de vroegere romantiek. We hebben misschien meer opties, je kunt met meerdere potentiële liefdespartners in contact komen, maar zorgt dat er wel voor dat je betere keuzes maakt? En zijn we nu gelukkiger in relaties, of zijn de gelukkigsten eigenlijk de bejaarden die al zestig jaar getrouwd zijn met hun partner?

Heel erg fijn vond ik dat het boek in hoge kwaliteit is uitgegeven. De pagina’s zijn helder en voelen stevig aan, en alle foto’s en plaatjes (en daarvan zijn er veel!) zijn prachtig in kleur afgedrukt. Het boek voelt daarom bijna luxe aan als je het in je handen hebt. Er is duidelijk veel tijd en moeite in de vormgeving gestoken, en dat loont als je een boek uitgeeft waarin de tabellen (de onderzoeksresultaten dus) van groot belang zijn.

Ik vond het wel een beetje jammer dat er in Moderne romantiek weinig tot geen ruimte is voor niet-heteroseksuele koppels. Alles wordt bekeken vanuit een man-vrouw perspectief, en er is eigenlijk geen ruimte in het boek vrijgemaakt voor relaties van LGTBQ+-mensen (voor degenen die niet weten waar deze afkorting voor staat: klik hier voor de Wikipedia-pagina over dit onderwerp), terwijl die ook juist interessant zouden zijn geweest. Ansari geeft in de inleiding van het boek aan dit zelf ook jammer te vinden, en hij noemt wel een aantal redenen op waarom het boek zo man-vrouw is, maar toch… blijft jammer. Al met al moet ik echter zeggen dat afgezien van dat verbeterpunt Moderne romantiek een leerzaam, leuk boek is. Als je geïnteresseerd bent in een beetje wetenschap, als je romantiek leuk vindt en meer wilt weten over hoe internet de romantiek heeft veranderd, of als je gewoon houdt van de humor van Aziz Ansari is Moderne romantiek zeker een aanrader!

‘De smaak van venijn’ – Alan Bradley

Cover van het boek De smaak van venijn door Alan BradleyEen aantal maanden geleden liep ik door een boekhandel en zag dit boek liggen. Ik heb het toen bijna gekocht, maar gelukkig kon ik nog op tijd bedenken dat ik ongeveer een miljoen ongelezen boeken in mijn boekenkast heb staan en dat het niet verstandig zou zijn om die stapel alleen maar groter te maken. Vorige week zag ik het echter liggen bij de bieb toen ik daar een rondje liep. En toen moest ik het natuurlijk wel meenemen.

Titel: De smaak van venijn (origineel: The Sweetness at the Bottom of the Pie)
Auteur: Alan Bradley
ISBN: 9789021803227
In 2010 verscheen de vertaling bij uitgeverij Luitingh Sijthoff.

De smaak van venijn gaat over Flavia de Luce, een elfjarig hoogbegaafd meisje. Ze woont met haar twee zussen en vader op het landgoed Buckshaw in Engeland; haar moeder overleed toen ze nog heel erg klein was. Flavia is erg slim en gek op alles wat met scheikunde te maken heeft. Thuis heeft ze zelfs een eigen laboratorium waar ze scheikundige proefjes en onderzoeken doet (tja, je woont in een groot landhuis, dan moet je iets met al die ruimte). Haar twee zussen Ophelia en Daphne vinden haar maar raar, en dat komt deels omdat Flavia hen ziet als de ideale proefpersonen voor haar scheikunde uitvindingen en ontdekkingen. Ze stopt giftige dingen in hun lippenstift, bijvoorbeeld, om te kijken welk effect dat heeft op hun lippen (spoiler: lippen houden niet van giftige stoffen in lippenstift). Met haar vader heeft ze ook niet een bijzonder hechte band: hij is vooral druk met zijn grote postzegelverzameling.

Tot zover lijkt het allemaal helemaal prima. Maar een boek is geen boek als er niet iets in gebeurt, dus natuurlijk is dat ook zo in De smaak van venijn. Het verhaal begint pas écht als Flavia in de tuin loopt en een man ziet liggen tussen de komkommerplantjes. Ze loopt naar hem toe, en op het moment dat ze bij hem staat blaast hij zijn laatste levensadem uit. Flavia doet direct wat elke verstandige elfjarige zou doen: de politie bellen. Maar ze zou Flavia niet zijn als ze de politie met rust zou laten en het hele voorval zou proberen te vergeten: Flavia gaat zelf ook op onderzoek uit! Want afgezien van de dode meneer gebeuren er opeens vreemde dingen in de buurt. Er wordt bijvoorbeeld een dode snip (dat is een soort vogel) voor de deur gelegd, met een postzegel door z’n snavel geprikt. En er komen boze stemmen uit de kamer van haar vader: het lijkt wel alsof vreemdelingen ruzie met haar vader hebben! Flavia begint verbanden te zien en gaat met alle stukjes informatie die ze heeft aan de slag om het mysterie van de dode man tussen de komkommerplantjes te ontrafelen.

Ik denk dat De smaak van venijn niet echt bedoeld was voor de doelgroep waar ik in zit (20-jarige studenten). Toch heb ik het boek met heel veel plezier gelezen, en wel om de volgende redenen:

  • Flavia is een leuk personage om te volgen. Ze is slim, vooral scheikundig, maar ook nog maar elf jaar oud en ze maakt fouten die elke elfjarige zou maken, hoe slim ze ook zijn. En hoewel ze vooral bezig is met het mysterie vindt ze ook fijn om in de buitenlucht rondjes te fietsen en met andere mensen te praten. Flavia heeft een leuke blik op de wereld en door haar ogen zie je steeds meer van het dorp en alle inwoners.
  • Je wordt als lezer nieuwsgierig naar de ontknoping van het mysterie, maar het is geen bloedstollend spannend verhaal. Het kabbelt wel zo’n beetje voort, en je ontdekt steeds ietsje meer, en ondertussen volg je Flavia op haar speurtocht door het dorpje heen. Het voelt bijna alsof je zelf onzichtbaar in het verhaal zit; Bradley heeft een erg toegankelijke schrijfstijl.
  • Het hele verhaal doet een beetje ouderwets aan. De postzegelverzamelaars (filatelisten) spelen een grote rol, en überhaupt namen als Flavia, Ophelia en Daphne schetsen al een sfeer in het boek die me wel aanspreekt.

Het boek is denk ik vooral leuk voor iets jongere lezers (die waarderen het misschien nog meer op bijvoorbeeld het gebied van spanning, en kunnen zich beter identificeren met Flavia) maar ook voor al iets oudere lezers is De smaak van venijn zeker aan te raden. Het is geen dun boek, toch bijna 400 pagina’s, maar omdat het niet een erg serieus of ‘zwaar’ boek is ben je zo door die pagina’s heen. Het is ideaal als een tussendoorboek, als je bijvoorbeeld net een emotioneel of moeilijk boek hebt gelezen en wel toe bent aan een beetje rust. Flavia neemt je mee op een tour door een ouderwets Engels plaatsje op zoek naar filatelisten en moordenaars, dus sit back and relax!