‘Opgeruimd!’ – Marie Kondo

Cover van het boek Opgeruimd! door Marie KondoDe kans is erg klein dat je nog nooit van Marie Kondo hebt gehoord. Toen dit boek, Opgeruimd!, vorig jaar verscheen ontstond er een heuse opruim-hype. Mensen die behoefte hadden aan een boek vol opruimtips konden hun hart ophalen: Kondo geeft een methode die erg specifiek is. Zo hebben je sokken behoefte aan rust na een dag hard werken, voelt je kleding zich verwaarloosd als het onaangeraakt achter in je kast ligt en vindt je huis het fijn om elke dag begroet te worden met een vrolijk “Hallo!”. Kondo zet haar methode duidelijk uiteen in Opgeruimd! en ik wilde wel eens kijken waar die hele hype nou uit was ontstaan.

Titel: Opgeruimd!
Auteur: Marie Kondo
ISBN: 9789400505629

Marie Kondo is een Japanse opruimconsulente die er haar werk van heeft gemaakt om orde te scheppen in huizen waar de chaos heerst. Na jarenlange ervaring heeft ze uiteindelijk de zogenaamde ‘KonMarie’-methode ontwikkeld. Die is in essentie heel simpel: je gooit eerst alle overbodige spullen die je hebt weg, en daarna geef je alles wat je nog over hebt een vaste plek in je huis. Deze methode is vooral baanbrekend omdat vele opruimgoeroes aanraden om je huis kamer voor kamer op te ruimen, of in ieder geval stukje bij beetje, terwijl Marie Kondo stelt dat je maar één keer hoeft op te ruimen en daarna nooit meer. Je hele leven opruim-vrij? Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn…

Kondo kwam met haar methode toen ze ontdekte dat door haar huis heen ze dezelfde soort spullen op verschillende plekken opborg, en dus eigenlijk geen duidelijk beeld had van wat er allemaal in huis was. Ik kon me heel erg identificeren met het voorbeeld dat ze gaf: lippenbalsem op je nachtkastje, in je handtas, bij je make-up en op nog veel meer plekken. Kondo zegt dat dit compleet onnodig is en alleen maar chaos in hand werkt: zij raadt je aan om alle dingen met hun ‘soortgenoten’ op te bergen, zodat je precies weet waar je aan toe bent.

Beslissen wat je wilt houden op basis van de vraag of je er blij van wordt is de belangrijkste stap bij het opruimen.

(pagina 51)

Maar dat opbergen is eigenlijk pas de tweede stap: eerst moet je beslissen welke spullen je wilt houden en welke niet. Al je spullen moeten je vreugde brengen als je wilt dat je huis een vreugdevolle plek is. Oftewel: je moet al je bezittingen even in je handen houden en je serieus afvragen “Brengt dit shirt / deze onderbroek / collegebundel wetteksten privaatrecht 2014-2015 / lippenbalsem me vreugde?”. Als het je geen vreugde (meer) brengt moet het weg. Dat klinkt nogal streng, en dat is het ook. Ook Kondo geeft het toe: het is best een klusje om op deze manier je huis door te gaan. Maar Kondo geeft geen haarbreed toe: “Een klein beetje opruimen betekent een leven lang opruimen” (pagina 24). Om het proces iets gestroomlijnder te maken moet je daarom een vaste volgorde aanhouden:

  1. Kleding (vooral omdat je daar het minste een emotionele band mee voelt en het dus wat makkelijker is om er veel van weg te gooien).
  2. Boeken (je kunt maar beter geen grote TBR-stapel hebben want Marie Kondo is erg streng: als een boek al een tijdje in je kast staat en je hebt het nóg niet gelezen, dan zul je het ook niet lezen dus moet het weg!)
  3. Paperassen (hier vallen alle papieren die je in huis hebt onder, van loonstrookjes van zes jaar geleden tot het afhaalmenu van het Chinese restaurant om de hoek)
  4. Komono / allerlei (onder deze categorie vallen al je andere bezittingen: electronica, make-up, CD’s, paspoort en de spaghetti in je voorraadkast).
  5. Spullen met emotionele waarde (foto’s, dagboeken, oude liefdesbrieven enzovoorts)

Het enige wat je hoeft te doen, is je aan de juiste volgorde houden.

(pagina 74)

Het doorlopen van het hele “Word ik hier blij van?”-proces in alle categorieën gaat je waarschijnlijk heel veel tijd kosten, maar Marie Kondo belooft je dat dat de laatste keer zal zijn dat je echt op moet ruimen. Want als je alleen de spullen hebt bewaard waar je blij van wordt hoef je ze alleen nog maar een mooi, handig plekje in je huis te geven en dan is al het werk klaar! Je bent dan omringd met spullen waar je gelukkig van wordt.

Ik ben eerlijk gezegd een beetje skeptisch. Want hoe gelukkig word ik nou echt van dingen die ik wel móet bewaren, zoals het zaagsel voor mijn hamster, of de Sun alles-in-één-vaatwastabletjes? Ook is Marie Kondo mij iets te zweverig. Ze vergelijkt prijskaartjes aan kleding met navelstrengen, vindt dat je je sokken niet mag oprollen omdat ze op die manier niet lekker kunnen rusten, en ze bedankt al haar spullen voordat ze ze weggooit. Tja. Ik zie mezelf dat gewoon niet echt doen. Wel is Opgeruimd! een boek dat je weer even wakker schudt: waarom zou je kleding bewaren waar je niet blij van wordt? En is het niet echt veel handiger om alle spullen die met elkaar te maken hebben op één plek te verzamelen? Mijn advies is daarom: neem Marie Kondo niet al te letterlijk, maar haar opruimmethode is an sich handig en logisch.

‘Het Rosie effect’ – Graeme Simsion

Cover van het boek Het Rosie Effect door Graeme SimsionHet Rosie effect is de opvolger van Het Rosie project, waarover ik eerder al deze recensie schreef. Ik was fan van hoofdpersoon Don Tilmann en zijn bijzondere blik op de wereld en had daarom zin om dit tweede boek van Simsions hand te lezen.

Titel: Het Rosie effect
Auteur: Graeme Simsion
ISBN: 9789021017433
Verschenen bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff.

Het Rosie effect gaat verder waar Het Rosie project ophield. Mocht je dus het eerste deel nog niet hebben gelezen, dan kan deze recensie spoilers bevatten over de afloop van het eerste boek!

In Het Rosie effect wonen Don en Rosie samen in New York, waar hij universitair docent genetica is en zij haar doctoraat psychologie afrond terwijl ze ook bezig is met haar studie geneeskunde. Ze zijn getrouwd en lijken hun leven eigenlijk best goed op orde te hebben. Maar dan doet er zich een onverwachte situatie voor: Rosie is zwanger! Ze slikte altijd de pil maar wilde graag zwanger worden en heeft daarom al een tijd de pil niet meer geslikt. We weten allemaal dat Don moeite heeft met nieuwe situaties en hij plant zijn dag het liefst van minuut tot minuut, dus het is voor hem heel moeilijk te verwerken dat hun leven op zo’n drastische manier zal veranderen. Don had verwacht dat ze als getrouwd stel zulke grote beslissingen samen zouden maken zodat ze er zich samen op voor zouden kunnen bereiden. Eenmaal een beetje bijgekomen van de schrik praten Rosie en Don wat meer over de nieuwe situatie, en zij vraagt hem of hij blij is met de zwangerschap. 

Het Rosie effect gaat daarna verder over de problemen die tussen Rosie en Don ontstaan. Zij denkt dat hij geen liefdevolle, zorgzame vader zou kunnen zijn voor het kind en hij begint een project om alles te leren wat er te leren over het vaderschap. Dit doet hij op zijn eigen, unieke manier en hij loopt dus weer tegen allerlei problemen aan. De situatie wordt ook niet makkelijker door het verschijnen van Gene, Dons beste vriend die we al kennen uit Het Rosie project. Rosie mag hem helemaal niet graag en Gene heeft een slaapplaats aangeboden gekregen van Don in hun appartement…

Het verhaal draait eigenlijk alleen maar om Don, Rosie en hun baby. En dat is best weinig plot voor ruim driehonderd, bijna vierhonderd pagina’s. Het boek begon voor mij al direct op een ‘verkeerde’ manier: dat Rosie stopte met de pil slikken, zwanger word, en het Don verwijt dat hij niet gelijk staat te springen van blijdschap. Ze kent hem en ze weet dat hij niet zo goed tegen veranderingen kan, en zwangerschap is nogal wat. Alle problemen uit het boek hadden dus voorkomen kunnen worden als Rosie zich gewoon had gedragen zoals van de vrouw van Don verwacht had kunnen worden. Ook jammer is dat het boek een stuk minder grappig is dan het eerste deel.

Natuurlijk zorgt Don wereldvreemdheid wel voor grappige situaties maar het lijkt allemaal heel erg op alles wat in Het Rosie project voorkomt. Dit werd versterkt door Gene, die blijkbaar onmisbaar was voor Simsion maar volgens mij compleet overbodig en zelf storend was voor dit boek. Een jammerlijk vervolg op een leuk begin.

‘Heir of fire’ – Sarah J. Maas

Cover van het boek Heir of Fire door Sarah J. MaasHeir of Fire is het derde deel uit de Throne of Glass serie van auteur Sarah J. Maas. Recensies over het eerste deel (Throne of Glass) en het tweede deel (Crown of Midnight) verschenen al eerder op IlonaLeest. Het werd hoog tijd om verder te lezen in deze ontzettend populaire Young Adult-serie.

Titel: Heir of Fire
Auteur: Sarah J. Maas
ISBN: 978408839126
Als je mijn blog al een tijdje volgt weet je dat ik over het eerste en tweede deel van serie ontzettend enthousiast was. De Throne of Glass serie begon erg origineel, wat niet per se aan het plot lag maar meer aan de manier waarop dat plot werd uitgewerkt en de verschillende personages. Het was, hoewel simpel, erg vlot geschreven en leuk om te lezen.

Om nog weer even kort samenvatten waar het verhaal ook alweer over ging: de jonge vrouw Celaena is een sluipmoordenaar. Ze wordt echter opgepakt en als slaaf aan het werk gezet in de mijnen. In het eerste boek van de serie krijgt Celaena de kans om uit die mijnen te worden bevrijd door mee te doen aan een competitie voor de koning: als ze wint, zal ze niet meer in de mijnen te hoeven werken maar voor de koning opdrachten uit moeten voeren (en die opdrachten zullen dan vooral bestaan uit het vermoorden van zijn tegenstanders).

Spoiler voor het eerste boek: zij wint die competitie. In het tweede boek volgen we Celaena als zij voor de koning mensen moet vermoorden. We komen steeds meer te weten over de slechte koning en hoe hij aan zijn macht is gekomen en Celaena begint na te denken over manieren om zijn macht te ondermijnen. Ook wordt in deel 2 steeds meer duidelijk over magie, hoe de koning die gebruikt en op welke manier ook Celaena iets met het bovennatuurlijke te maken heeft. En is Celaena wel wie ze zegt dat ze is? (Hint: nee). Deel 2 sluit af met de onthulling van de ware identiteit van onze sluipmoordenaar en haar vertrek naar een ver koninkrijk om meer over magie te leren.

De eerste twee delen las ik in het Nederlands. In 2015 verscheen dit berichtje op www.fabulamedia.nl, de website van de vertaler van de Throne of Glass serie:160215 Vertaling Heir of Fire

 

 

 

De vertaling is echter (nog) niet uitgegeven en daarom heb ik Heir of Fire in het Engels gelezen. Ik kocht het in december als een soort kerstcadeautje voor mezelf, omdat ik de eerste delen leuk genoeg vond en dacht dat het derde deel het waard zou zijn. Maar heel eerlijk gezegd viel het verhaal me best een beetje tegen. In Heir of Fire lijkt het wel alsof de personages uit de voorgaande delen een heel ander karakter hebben gekregen. Niet op een logische karakter-ontwikkeling manier maar alsof het karakter van de personages niet meer overeenkwam met het plot en dat ze daarom maar moesten veranderen. Heel erg jammer vond ik dat vooral in het geval van bewaker Chaol: in de voorgaande delen was dat een sterke strijder die wist wat hij deed, nu was hij meer een onderdaan die weinig initiatief nam. Ook was dit derde deel veel trager dan de vorige twee: de eerste driehonderd pagina’s zijn slechts een inleiding op het laatste, iets leukere deel van het boek.

Maas is in dit deel geen oude verhaallijnen aan het afsluiten maar er komen er nu wel een heleboel nieuwe bij. Er zijn opeens heksen, wyverns (een soort draken), nieuwe soorten magie en veel nieuwe personages. Throne of Glass was juist leuk door zijn vlotheid en dat ging in dit derde deel geheel ten onder door de werelduitbreiding. Eigenlijk was deel 1 net iets te simpel, maar in deel 2 leek Maas iets meer een volwassen toon te hebben gevonden die perfect was voor het genre. In dit derde deel slaat ze een beetje door: er wordt erg veel verteld maar weinig gedaan. Het is duidelijk dat Maas met deze serie nog lang niet klaar is. Ik denk alleen niet dat ik de volgende delen nog ga lezen…

Het begin Genesis – Guus Kuijer (De Bijbel voor ongelovigen)

Cover van het boek Het begin Genesis, De Bijbel voor ongelovigen, door Guus KuijerNaar aanleiding van blogpost van Inge Leest over het vierde deel in de serie ‘De Bijbel voor ongelovigen’ door Guus Kuijer werd ik nieuwsgierig en besloot het eerste deel te lenen bij de bibliotheek.

Titel: Het begin Genesis (De Bijbel voor ongelovigen)
Auteur: Guus Kuijer
ISBN: 9789049803100

In november verscheen op www.ingeleest.nl een recensie over het vierde deel in deze serie van Kuijer: Koning David en de splitsing van het rijk. Ik heb als kind altijd op een Christelijke basisschool gezeten en ook mijn middelbare school noemde zich een “Christelijk college”, dus met de meeste Bijbelverhalen ben ik wel bekend geraakt door de jaren heen. Juist daarom leek dit boek me zo leuk: alle bekende verhalen eens vanuit een fris perspectief bekijken.

De meesten zullen wel bekend zijn met een aantal verhalen die in dit boek staan. Natuurlijk komt de schepping aan bod, Adam en Eva die de verboden vruchten eten, het verhaal van Noach en de zondvloed. Maar is ook iedereen bekend met het verhaal van Saraï die maar niet zwanger werd en toen ze al ruim boven de zestig was toch nog een kindje kreeg? En hoe Isaak bijna door zijn vader aan God werd geofferd? Voor iedereen die niet is opgegroeid met de Bijbel staan er vast en zeker ook onbekende verhalen in dit boek.

Ik denk wel dat je de leukste leeservaring hebt als je al de verhalen al kent en ze nu eens met een andere blik kunt bekijken. Voor iemand die alle verhalen voor het eerst leest is misschien niet echt duidelijk waarom bepaalde dingen grappiger zijn in dit boek dan in de Bijbel zelf. Lezen wordt vaak leuk vanuit herkenning en dat is nu zeker het geval. Kuijer geeft aan de bekende Bijbelpersonages een menselijk, hedendaags karakter en laat soms degenen die in de Bijbel als onredelijk overkomen nu juist heel normaal lijken. Bijvoorbeeld een zoon van Noach (Cham) die dacht dat zijn vader door teveel wijn waanbeelden kreeg en daarom maar door bleef gaan over die ark van ‘m. Deze zoon lijkt in dit verhaal veel sympathieker dan in de Bijbel. Want zeg nou zelf: als je eigen vader elke avond veel wijn drinkt en midden in een droog gebied zegt dat iedereen moet helpen met het bouwen van een gigantische boot denk je toch dat hij gek is geworden?

Pagina 355 van Het begin Genesis door Guus Kuijer

Dit was overigens ook de eerste keer dat ik een dwarsligger las. Ik vind ze er meestal klein en onhandig uitzien dus ik kies er niet bewust voor, maar toen ik dit boek reserveerde via de website van de bibliotheek had ik niet door dat het om een dwarsligger ging. Op zich viel het me wel mee. De pagina’s zijn niet eens zo klein, het is gewoon vreemd dat je er steeds maar eentje voor je hebt in plaats van twee naast elkaar. Ook is het papier heel erg dun, ik denk om de dwarsligger klein te houden. Wat dat betreft paste de dwarsligger wel bij het thema: het papier leek wel op dat van een ouderwetse Bijbel. Hoewel het niet net zo fijn leest als een gewoon boek was het wel erg makkelijk dat ik dit boek gewoon in m’n handtasje overal mee naartoe kon nemen. Ik denk dat ik eens wat vaker (bewust) een dwarsligger ga lenen bij de bieb.

Boek 22 – “De Olijvenoogst”

Ik heb De Olijvenoogst met plezier gelezen. Het is een feelgood roman die wel voor een deel over liefde en relaties gaat maar op geen enkel moment wordt dat het belangrijkste onderdeel van het boek. Ik ben wel begonnen aan het derde deel van een trilogie, bleek later (oeps), maar gelukkig was dit boek ook prima los van de andere delen te lezen. Het boek was niet perfect maar wel leuk en heeft daarom drie van de vijf sterren van mij gekregen op Goodreads.

De Olijvenoogst is geschreven door Carol Drinkwater. Als je meer wilt weten over Carol: ze heeft een eigen site vol met blogberichten en foto’s en op Wikipedia staat een kort stukje over haar werk. Ik begreep van de achterflap dat dit haar memoires zijn of dat ze het in ieder geval losjes heeft gebaseerd op haar eigen leven. Carol woont met haar man Michel in Frankrijk waar ze olijven kweken. Door werkdruk en de shock van een auto-ongeluk raakt Michel helemaal van slag en lijkt last te hebben van een depressie. Hij vertrekt (maar scheidt niet van Carol) en dus komt Carol alleen te staan in de taak om te zorgen voor hun landgoed. 
In het begin van het boek had ik een beetje moeite met het feit dat Drinkwater het steeds nodig vindt om Franse termen in een zin te gebruiken, die schuin te drukken, en daarna subtiel uit te leggen door in de volgende zin diezelfde woorden te gebruiken maar dan niet in het Frans. Ik kan in principe alle Franse termen gewoon volgen en als ik iets als lezer niet begrijp zoek ik dat zelf wel op; het uitleggen van gebruikte woorden in een roman voelt betuttelend. Maar dat kan ook heel persoonlijk voor mij zijn; ik kan me goed voorstellen dat mensen die geen verstand hebben van het Frans het fijn vinden dat de termen in ieder geval redelijk subtiel worden uitgelegd.
Het was heel leuk om op deze manier iets meer te leren over hoe olijfolie gemaakt wordt, en over hoe het leven op een Frans landgoed er aan toe gaat. Zoals eerder gezegd is Drinkwater ervaringsdeskundige en de bloemen en insecten die ze opsomt lijken goed onderzocht: meestal volgt er wel een korte geschiedenis van hoe en wanneer een bepaalde bloem / insect in Frankrijk kwam. Wel storend vond ik opnieuw dat betuttelende: het zijn steeds personen in het boek die de feitjes als van Wikipedia opgelezen opdreunden en dat stoorde het tempo.
Ik vind het fijn om zo af en toe een boek te lezen waar je helemaal bij weg kunt dromen. Zoals dit boek: het gaat wel over echte mensen, maar hun levens zijn zo anders. En waar het me stoorde in De Kraai (zie vorige review) vond ik het hier heel netjes afgewerkt: nergens wordt het land te erg geromantiseerd of te cliché behandeld. Ja, natuurlijk is er wijn en brood en zonlicht, maar die worden keurig afgewisseld met dagen vol regen, koffie en de problemen die Carol soms heeft met het serieus genomen worden als Engelse vrouw in Frankrijk.
Carol is als hoofdpersoon prima. Zelfs als ze er alleen voor staat werkt ze stug door en hoewel ze natuurlijk af en toe emotioneel is gaat ze niet dagenlang in een hoekje zitten huilen (kuch Twilight kuch). Ze blijft proberen om er voor Michel te zijn, ook al is er een grote afstand tussen hen, en zorgt ervoor dat de olijfbomen prima floreren. Heel erg vervelend was Carol als het aankwam op dieren, ze doet net alsof dieren mensen zijn in een hariger lijf. Ze denkt dat honden echt denken en vindt jagen ontzettend zielig. Allemaal prima, maar: ze eet wel vlees. Sorry? Het doodmaken van dieren is zielig als het om jagen gaat (wat ze kan zien in haar directe omgeving), maar de bio-industrie is prima om aan haar behoefte aan vlees te voldoen (als zij het leed maar niet kan zien)? Hypocriet. Dat vind ik ook van vegetariërs die wel vis eten, overigens. Maar dat terzijde.
Al met al een prima boek. Stilistisch kon er nog best wat aan gesleuteld worden en de hoofdpersoon is meestal sympathiek maar soms ontzettend vervelend. Toch heb ik het met plezier gelezen, omdat het verhaal op zichzelf interessant was en me kennis liet maken met een manier van leven die niet te vergelijken is met mijn leven als studente in Nederland.

Boek 17 – “De Alchemist”

Toen ik dit boek kocht (eerlijk gezegd is dat al jaren geleden, het heeft heel lang ongelezen in mijn boekenkast gestaan) dacht ik dat het een redelijk volwassen boek over Nicolas Flamel zou zijn. Het bleek een kinderboek te zijn, maar goed, ik heb het gelezen en ik weet zeker dat 10- of 11-jarige Ilona van dit boek gehouden zou hebben. Daarom heb ik het toch nog 3 van de 5 sterren gegeven op Goodreads. 

 Nicolas Flamel is een wereldbekende legende. Hij zou in de 14de eeuw geboren zijn en nog steeds niet gestorven, omdat hij in een oud boek een recept vond om door middel van de Steen der Wijzen een onsterfelijkheidsdrankje te kunnen brouwen. Ook kan hij natuurlijk, als de goede alchemist die hij is, dingen in goud en edelstenen veranderen. Op Wikipedia is er een heel uitgebreid artikel te vinden over Nicolas Flamel en daarin wordt duidelijk uiteen gezet hoe deze legende heeft kunnen ontstaan.

De schrijver van “De Alchemist”, Michael Scott, heeft zich duidelijk ingelezen in niet alleen de legende van Flamel en zijn vrouw Perenelle, maar ook andere legendes en mythes. De opzet van het verhaal op zich is simpel. Josh en Sophie zijn een tweeling en ze hebben een heel normaal leven. Totdat op een dag ze een aanval meemaken die gericht is op Flamel. Dan komen ze tot de ontdekking dat alles waarvan ze dachten dat het slechts verhalen waren echt gebeurd zijn (zij het soms licht overdreven of aangepast). De tweeling maakt deel uit van een voorspelling. Beide kinderen hebben een zuiver gekleurde aura: die van Josh goud en die van Sophie zilver. Zij hebben door hun zuivere aura veel potentieel. Maar dat is ook hard nodig, want de gevaarlijke dr. John Dee wil de Alouden helpen om terug te keren naar de wereld om daar weer net als vroeger chaos te kunnen stichten.

Dr. John Dee is, evenals Flamel, een man die waarschijnlijk echt bestaan heeft maar waar door de jaren heen wat verzinsels omheen zijn bedacht. Hij is in Scott’s boek de slechterik waar de tweeling het hele boek last van heeft.

Het is na deze korte uitleg natuurlijk al duidelijk dat dit boek niet geschreven is voor een volwassen publiek. Het verhaal blijft redelijk oppervlakkig en er worden aan de lopende band mythische wezens in verwerkt. Erg grappig vind ik wel altijd de stukjes waarin ‘gewone’ mensen iets wat ze niet begrijpen toch proberen te verklaren. Zoals de zwerm van duizenden vogels die de tweeling achternazit op een brug, wordt verklaard door middel van klimaatverandering en broeikaseffect waardoor de vogels hun gevoel voor navigatie kwijt zijn geraakt. Grappig omdat wij als lezers natuurlijk weten dat Morrigan de vogels gewoon gestuurd heeft.

Ik houd van verhalen met dingen die niet mogelijk zijn erin verwerkt. Verhalen met magie, met vreemde wezens en dergelijke. Maar ik vind het ook prettig om geen kinderboeken te hoeven lezen als ik een weer eens zin heb in een goed potje tovenarij. Dit boek heeft van mij 3 sterren gekregen omdat ik weet dat jonge Ilona dit boek geweldig had gevonden. En ja, ik vind het ook een prima geschreven boek. Voor een kinderboek was het trouwens niet eens een dun boek, het had meer dan 300 pagina’s. Maar size doesn’t matter en de 300 pagina’s maakten niet dat ik dacht dat het een serieuzer boek werd of iets dergelijks. Conclusie: geef dit boek als verjaardagscadeautje aan een neefje/nichtje of broertje/zusje als ze nog jong zijn maar lees het niet als je zelf al boven de 12 jaar oud bent.

Boek 7 – “De Kleine Keizer”

Na de hectische tijden van de examens rol ik zo in de hectische tijden van verbouwen: maandag heb ik de sleutel van het huis gekregen waarin ik ga samenwonen. Er moet nog veel gebeuren dus we zijn van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat aan het klussen. Gelukkig heb ik de tijd gevonden om De Kleine Keizer van Martin Bril te lezen. Het ging over Napoleon, las erg vlot en ook wel grappig maar ik had steeds het gevoel dat hij bezig was met de inleiding. Voor dat missende verhaal en het gebrek aan spanning heb ik  het toch 3 sterren gegeven op Goodreads.

                                            

Martin Bril schrijft in zijn boek De Kleine Keizer over zijn passie voor Napoleon. Het boek gaat niet echt chronologisch want het is deels gebaseerd op columns die Bril eerder al gepubliceerd heeft en die vooral bedoeld om te entertainen en niet om een logisch verhaal te zijn. Het las door deze stijl wel erg vlot, maar toch, in een boek mis ik het wel als er geen rode draad door het verhaal is gewoven.

Napoleon is heel erg interessant. Ik wilde graag iets meer over het weten en heb daarom dit boek gekozen. Maar na een tijdje kwam ik erachter dat een beetje voorkennis wel handig was: Bril noemt de namen van veldslagen, plaatsen en maarschalken en lijkt vaak iets te impliceren als hij ze noemt, maar als je geen idee hebt wat er gebeurde bij die veldslagen, waar die plaatsen liggen of wie in hemelsnaam maarschalk Ney ook alweer is leest het boek toch iets lastiger.

De details in dit boek zijn heel erg… gedetailleerd. Naast de datum noemt Bril ook vaak de tijden en vraagt zich dan een paragraaf lang af of “rond één uur” (dat hij heeft gelezen in een boek over Napoleon) nou tien over één, vijf over één of toch iets anders was. En eerlijk gezegd kon het mij ook niet heel veel schelen. Maar dat was dit boek ook voor een groot deel: het verhaal van Bril’s passie. Dat was soms best grappig: dat hij uren gaat reizen, door weer en wind, om een grasland te zien omdat Napoleon daar ooit een keertje geweest is.

Dit is een beetje een kort verhaaltje geworden omdat ik verder ook niet echt kan ingaan op verschillende hoofdpersonen en weet ik het, omdat het een informatief boek is. Ik kan er nog wel over zeggen dat ik het aan zou raden, zeker als je Napoleon interessant vindt. Bril schrijft erg alsof je iemand gewoon hoort praten en springt een beetje van de hak op de tak. Daardoor leest het vlot en heb je niet het gevoel dat je gewoon je geschiedenis schoolboek hebt opengeslagen bij het hoofdstuk Napoleon Bonaparte. En mocht je dit boek echt gaan lezen: lees dan eerst dit, dan heb je vast veel meer plezier aan het boek.