‘De smalle weg naar het verre noorden’ – Richard Flanagan

Cover van het boek De smalle weg naar het verre noorden door Richard FlanaganHet vervelendste boek dat ik in tijden heb gelezen. Pretentieus, saai, ongeloofwaardige personages en erg veel gebazel.

Titel: De smalle weg naar het verre noorden
Auteur: Richard Flanagan
ISBN: 9789085425700

De smalle weg naar het verre noorden heeft de Man Booker Prize gewonnen in 2014. Het gaat over een man, Dorrigo Evans, die in augustus 1943 in een Japans krijgsgevangenkamp zit en moet werken aan een spoorlijn. Dorrigo Evans overleeft het kamp en kijkt nu hij ouder is terug op alles wat gebeurd is, ook naar gebeurtenissen van voor de oorlog.

Ik wil niet al te negatief zijn dus ik houd deze recensie maar kort. De grootste tekortkoming van De smalle weg naar het verre noorden vond ik de oppervlakkige hoofdpersonages. Dorrigo is een saaie lapzwans die niets anders doet dan vreemdgaan en denken over klassieke literatuur, en dat boeken zoveel beter zijn dan seks dat hij tijdens seks hebben nog nadenkt over Ulysses. 

Natuurlijk, wat hij meemaakt in het kamp is ontzettend erg. En ja, die mannen die moesten werken aan de spoorlijn hadden een afschuwelijke tijd. Maar het is allemaal plat beschreven en je vormt als lezer totaal geen band met de personages. Ze gaan ook om de haverklap dood en de enige reactie die ik kon opbrengen was “hé dat was er weer een”. Er zaten geen oprechte gevoelens in het boek; alleen maar een Dorrigo die lust verwardde met liefde en niet met zijn poten van de vrouw van zijn oom kan afblijven (jakkes). Zij, Amy, is natuurlijk de belichaming van al het mooie in de wereld en hij kan na haar één keer gezien te hebben niet meer stoppen met over haar nadenken… kom op zeg.

Heel storend in het verhaal zijn de onlogische tijdsprongen tussen wat Dorrigo meemaakt in het kamp, in zijn tijd met Amy vóór het kamp en zijn leven nu als oorlogsheld. Er is geen logische afwisseling en de tijdsprongen komen abrupt, waardoor je regelmatig de draad even kwijt bent als lezer.

Als je meer wilt weten over de spoorlijn zou ik als ik jou was op zoek gaan naar een goede documentaire. In de handen van een capabel persoon is een verhaal over de spoorlijn vast indrukwekkend. Helaas kan Richard Flanagan geen greintje oprechte emotie in zijn woorden leggen maar vult hij het boek met te lange, overdreven zinnen die zogenaamd diepzinnig moeten zijn. Ook een nadeel aan De smalle weg naar het verre noorden: Flanagan probeert in de huid te kruipen van de Japanners om te verklaren waarom ze doen wat ze doen. De reden? Literatuur. Haiku’s. Het komt over als vergezocht en eerlijk gezegd gewoon klinkklare onzin.

Ik merk dat ik weer chagrijnig wordt van over het boek nadenken dus ik ga maar gauw op zoek naar een ander (en hopelijk beter) boek.

‘De Avonden’ – Gerard Reve

Cover van het boek De Avonden door Gerard Reve

De Avonden: opnieuw een boek dat ik moest lezen voor de cursus Moderne Tijd. De Avonden verscheen voor het eerst in 1947 onder een pseudoniem (Simon van het Reve) maar in latere publicaties wordt gewoon Reves echte naam gebruikt. Het is natuurlijk een bekend boek en ik vrees dat vele mensen dit ook weer hebben moeten lezen voor hun “lijst” Nederlands op de middelbare school. Helaas was ik daar niet een van: als ik dit had gelezen tijdens mijn middelbare schooltijd was ik in één klap van al mijn slaapproblemen af geweest.

Titel: De Avonden
Auteur: Gerard Reve
ISBN: 9789023455738

In De Avonden staat de jong-volwassen Frits Egters centraal. De beschrijvingen van zijn belevenissen gedurende tien dagen vullen dit boek. Geen enkel saai detail wordt de lezer bespaard. We weten wanneer Frits wakker wordt, dat hij het nog te vroeg vindt, dat hij nog even verder slaapt, dat hij dan rare dromen heeft, dat het toch wel laat is om nu pas uit bed te gaan en dat helaas zijn moeder zijn ei te vroeg heeft gekookt en dat die nu helaas koud is. En als je nu denkt: “Maar dat kan toch nooit het hele boek zo gaan?”, dan denk je verkeerd. Want het hele boek bestaat uit zulke beschrijvingen.

Arnon Grunberg schreef al eens eerder dat hij De Maand van het Spannende Boek een vreemd concept vindt, omdat hij stelt dat spanning inherent is aan een normaal boek, omdat zonder een zeker soort spanning de lezer de bladzijde niet zal omslaan (bron: Arnon Grunberg, ‘Waarom ik de menselijke soort wil schaden; de opdracht van de schrijver’. In: Arnon Grunberg, De troost van de slapstick. Essays. Amsterdam 1998, p. 127-136). Nou ben ik nog geen officiële boekenkenner, ik recenseer alleen voor mijn plezier, maar ik durf toch wel te stellen dat in De Avonden elk soort spanning ontbreekt. Al lezend voel je niet eens een klein beetje drang om die bladzijde om te slaan. Dit boek wordt denk ik vooral gelezen door “spanning” van buitenaf: Lees dit want klassieker, lees dit want repetitie morgen, lees dit want het staat op je verplichte leeslijst. Maar ik weet zeker dat als ik dit niet verplicht uit had hoeven lezen ik niet verder zou zijn gekomen dan pagina 50 en dat zou dan nog veel van mijn wilskracht en doorzettingsvermogen gevraagd hebben.

Het is niet zo dat Reve een schrijfstijl heeft die zo slecht is dat je niet verder wilt lezen. Het ligt echt aan het plot dat je tegenzin krijgt om verder te lezen. Frits is een saai hoofdpersonage dat met bijna niemand goed contact heeft. De gesprekken die hij voert met zijn vrienden gaan nooit verder dan de oppervlakte en tegen bijna elke volwassen man begint Frits over kaalhoofdigheid. Frits woont nog bij zijn ouders en hij gaat op een oppervlakkige, liefdeloze manier met hen om. Er is niet per se sprake van contante ruzie of vijandigheid (dat zou misschien het boek nog een beetje interessant hebben gemaakt) maar van elke bladzijde van het boek druipt gewoonweg de oninteressantheid van Frits’ leven.

Sommige critici stellen dat dit boek een reflectie is geweest op de uitzichtloosheid van het bestaan, na de Tweede Wereldoorlog, dat het gevoel van mensen die opgroeiden ten tijde van de oorlog hierin weerspiegeld wordt. En als je daarin geïnteresseerd bent en als je boeken leest om de “literaire waarde” die ze schijnen te hebben kan je misschien De Avonden wel proberen. Maar als je van een boek meer dan dat verwacht. bijvoorbeeld een beetje humor, spanning of een plot, laat dit dan links liggen en begin in iets anders.

Boek 25 – “Ik Mooi Praten”

Jakkes wat een ontzettend naar, slecht geschreven bagger-boek was dit. Één ster op Goodreads en een antipathie opgevat voor David Sedaris. 

Het boek ging werkelijkwaar helemaal nergens over. Ik dacht aan de achterflap te zien een leuk, grappig boek te gaan lezen over een man met een bijzondere familie die interessante dingen meemaakt. In plaats daarvan kreeg ik een boek waarvan ik niet eens kan zeggen waar het over ging. Het was een rare verzameling van onsamenhangende, sterk in lengte en stijl verschillende hoofdstukken. De hoofdstukken leken een soort persoonlijke columns, maar het verschil met een normaal boek dat columns bundelt had hier het ene verhaal niets met het andere te maken. Ook was de indeling in twee delen (“Een” en “Deux”) heel vreemd. Deel een gaat gewoon over hem en ook over drugs (?) en in deel Deux woont hij in Frankrijk. Maar wat de link is tussen die twee delen? Joost mag het weten.

Ik ben blij dat ik niet voor dit boek betaalt heb (nou ja, indirect wel, want ik betaal natuurlijk wel voor mijn abonnement bij de Bieb om boeken te kunnen lenen) want anders had ik helemaal terug naar de boekhandel moeten fietsen om mijn geld terug te eisen. Zelden heb ik een boek gelezen dat zo nergens op sloeg, zonder enige humor, zonder diepgang, zonder überhaupt een verhaal. 

Boek 12 – “Het Lied van de Grotten”

Jammer, jammer, jammer. Na een geweldig eerste deel in deze serie (De Aardkinderen, door Jean M. Auel) heeft ze het langzaam laten afweten en verliest ze in het laatste deel compleet het zicht op wat ze in hemelsnaam aan het schrijven is. De teleurstelling en het langdradige, saaie geneuzel over grotten zorgen ervoor dat ik dit boek, Het Lied van de Grotten niet meer dan één ster heb willen geven op Goodreads.

De Aardkinderen begon het eerste deel, De Stam van de Holenbeer, met een ijzersterk verhaal. De hoofdpersoon Ayla is een vrouw die in de laatste ijstijd leefde, de tijd waarin de eerste mensen zoals wij leefden. Ook waren er toen nog Neanderthalers. Na het kwijtraken van haar hele familie op 5-jarige leeftijd wordt Ayla opgenomen door zo’n groep Neanderthalers. In de volgende delen lezen we hoe Ayla vertrekt en op zoek gaat naar haar eigen “soort”, en als ze de knappe man Jondalar tegenkomt volgt ze hem naar zijn familie. De geestelijke leiders vinden dat zij talent heeft om ook opgeleid te worden tot Zelandoni (zo werden de spirituele leiders genoemd). Dit deel volgt Ayla in haar opleiding.

Het gaat al fout bij het uitentreure beschrijven van de dingen die Ayla leert. Fijn om te weten dat vroeger tellen en kleuren begrijpen moeilijk was, maar in principe was voor de mensen van nu een korte opmerking daarover genoeg. Auel daarentegen vult pagina na pagina met uitleg over hoe iemand tot twintig kan tellen en over de speciale krachten van de kleur rood. Saaaaaai.

 Ook beslaat de helft van dit ontzettend dikke boek (ongeveer 570 pagina’s) uit Ayla die met een groepje grotten gaat bekijken met wandschilderingen. Ze praten er over, ze speculeren over waarom mensen die tekeningen gemaakt hebben en doen vanalles om De Moeder te eren. Saaaaai.

Maar misschien had ik nog door de saaie gedeeltes heen kunnen kijken als ik niet zo ontzettend veel dingen miste die er voor in de plaats hadden kunnen staan. Bijvoorbeeld, de door Ayla zelf voorspelde strijd tussen de moderne mens en de Neanderthalers. Zij heeft een droom in boek 3 of 4 dat het uiteindelijk tot een strijd tot de twee moet komen maar daar wordt verder niks meer mee gedaan. Sterker nog, de Platkoppen (zoals mensen de Neanderthalers noemen) worden in dit deel amper genoemd! Terwijl er in de eerdere delen duidelijk werd gehint dat er veel problemen tussen de twee groepen waren en juist omgekeerd dat er ook mogelijkheden waren tot handel tussen de twee. Maar nee, Auel vond het belangrijker om na grot 890 ook nog grot 891 uitgebreid te beschrijven.

Wat ook vervelend was: het  gedrag van de personen was niet in lijn met het gedrag van diezelfde personen in de eerdere boeken. Het ergste waren nog Ayla en Jondalar, die in dit deel precies -echt PRECIES- dezelfde ruzie maken als in boek 4 en nu weer bijna uit elkaar gaan. En sorry hoor, maar in zo’n polygamistische samenleving zoals Auel beschrijft hoort het ze echt niet uit te maken als Jondalar een keer wordt gepijpt door een andere vrouw: zo zat de samenleving volgens Auel zelf in elkaar. Maar als Jondalar het doet, net als alle andere mannen, maakt Ayla daar opeens een probleem van. Wat een onzin zeg. Vreemdgaan is in onze cultuur wel een dingetje, en ook zeker geschikt in literatuur, maar het is heel inconsequent om eerst te stellen dat het vroeger normaal was om meerdere bedpartners te hebben en daarna je hoofdpersonen bijna uit elkaar laten gaan daardoor.

Ook miste ik Ayla’s eerste zoon, Durc, heel erg in dit boek. In deel 1 wordt zij zwanger van een Neanderthalers en baart een zoon, die ze met spijt en pijn in haar hart achter moet laten als ze vertrekt op zoek naar haar eigen soort. In alle volgende boeken vraagt ze zichaf hoe het met hem is, en hoopt ze hem ooit nog te kunnen zien. Maar we zien of horen helemaal niks meer van hem. Hij wordt op geen enkele manier meer in het verhaal gebracht. Het was Auel zelfs te veel moeite om gewoon duidelijk te maken dat hij dood is of juist nog leeft: helemaal nada horen we van hem. En dat was prima geweest, als Ayla niet steeds zo obsessief aan hem dacht de hele serie lang. Nu wilde ik als lezer weten wat er van hem geworden was ook.

Normaal gesproken houd ik heel erg veel van het lezen van series. Maar ik moet ook bekennen dat de teleurstelling dubbel zo groot is als de serie goed begint en dan steeds iets verder afglijdt. Een gewoon boek leg je dan opzij met een “Ach, wat een stom boek, en wat zonde van mijn tijd”. In een serie echter raak je echte steeds benieuwd naar het volgende deel en investeer je voor je gevoel zoveel tijd, dat het echt een teleurstelling is als een laatste deel dan zo verpest wordt. Dezelfde vrouw die mensen uit de ijstijd op de kaart heeft gezet heeft ze er ook weer afgeveegd want als dit de conclusie is van deze serie (ze zei eerst altijd dat ze zeven boeken wilde schrijven over Ayla, maar dit zesde deel werd toch het laatste, werd later bekend gemaakt) laat zoveel in de lucht hangen dat ik niet anders kan dan haar laatste boek een 1 geven. Zonde van de mogelijkheden, ze heeft er zoveel laten liggen. Zucht.