‘Kramer versus Kramer’ – Avery Corman

Kramer versus Kramer werd in de jaren tachtig van de twintigste eeuw voor het eerst gepubliceerd. De rollen van mannen en vrouwen waren aan het veranderen en dit boek brengt die veranderen rollen in beeld door een verhaal dat draait om een New Yorks echtpaar dat gaat scheiden. Ted en Joanna Kramer zijn getrouwd en krijgen samen een zoontje, William (“Billy”). Na een aantal jaar vertrekt Joanna en moet Ted opeens alleen voor Billy zorgen…

Titel: Kramer versus Kramer
Auteur: Avery Corman

Ted en Joanna worden in het begin van het boek neergezet als hele normale mensen, die elkaar op een feestje ergens zijn tegengekomen en langzaam aan een relatie hebben opgebouwd. Ze trouwen en krijgen na een aantal jaar een mooi kindje dat ze de naam William geven (maar eigenlijk noemt iedereen hem constant Billy). Eerst lijkt alles goed te gaan, maar Joanna wordt steeds ongelukkiger in haar rol van huisvrouw. Ze wil graag weer in de volwassen wereld ook iets betekenen in plaats van alleen communiceren met mensen van Billy’s leeftijd. Ted zegt dat dat absoluut niet kan, dat het geen nut heeft als zij ook gaat werken omdat haar loon amper zou opwegen tegen de kosten van een nanny, en dat ze maar moet wennen aan deze situatie. Joanna kan het uiteindelijk echt niet meer aan en als Billy net vier is vertrekt ze plotseling.

Ted staat er opeens alleen voor en moet Billy nu opvoeden. Lastig te combineren met zijn full-time baan maar na enkele opstartproblemen slaat Ted zich er best goed doorheen. Hij leert om voor Billy te zorgen en geniet volop van het vaderschap. Natuurlijk zijn er af en toe kleine tegenslagen en Billy is ook niet altijd lief (meestal wel), maar over het algemeen is Ted best tevreden met zijn leven. Totdat Joanne na een jaar weer in het spel komt en roet in het eten gooit door de voogdij over Billy op te eisen…

Nu komt het punt in het boek dat stof tot nadenken geeft. Ted heeft meer dan een jaar lang voor Billy gezorgd en heeft dat goed gedaan. Billy heeft het met zijn vader naar zijn zin. Joanne heeft zich ontzettend onverantwoordelijk gedragen door opeens weg te lopen. Maar ze is wel Billy’s moeder en als Billy bij haar is wordt hij ook goed verzorgd. Ze is en blijft zijn moeder. Welke kant moeten ze nu op?

Van het boek is een supersuccesvolle film gemaakt met Dustin Hoffman en Meryl Streep in de rollen van Ted en Joanne Kramer. De film won 5 Oscars.

Overigens ben ik nu ook aan het einde gekomen van de Leni Saris minimarathon. Ik las als laatste van de zes boeken nog ‘Tamara wie ben je?’. Grappig boek wel. Ik heb hem ook aangevinkt als ‘a funny book’ bij de 2015 Reading Challenge geloof ik. Tamara lijkt als enige van het hele gezin geen talenten te hebben en wordt daarom behandeld als huissloof. Als ze door middel van smoesjes en sluwe plannetjes uit huis gaat komt ze er achter dat ze eigenlijk boordevol talent zit en stevent ze af op een giga-carrière (die ze naderhand opgeeft om met de man van haar dromen te kunnen trouwen).

‘PAAZ’ – Myrthe van der Meer + update Leni Saris minimarathon!

Na alle positieve ophef over het vervolg op PAAZ van Myrthe van der Meer, Up, dacht ik dat het toch eens tijd werd om mee te doen aan de modegolven in de literatuur. Meestal pak ik gewoon een boek dat me leuk lijkt en dat kan een 19e eeuwse klassieker zijn of juist een onbekend boek van nu en laat ik me niet beïnvloeden door de ‘rages’ van het moment. Maar de covers van de boeken waren zo precies wat ik leuk vind (simpele, kleurrijke covers met een plaatje + grote letters) dat ik besloot PAAZ het voordeel van de twijfel te gunnen en reserveerde ik hem bij de bieb. Dat idee hadden meer mensen gekregen na het verschijnen van Up, dus ik moest een paar weken wachten. Maar hé, dan heb je ook wat, zou je denken.

Titel: PAAZ
Auteur: Myrthe van der Meer (pseudoniem)
ISBN: 9789044336672

Het boek gaat over Emma. Ze heeft een goede baan, ze heeft een vriend die van haar houdt dus ze lijkt altijd reuze gelukkig. Echter, ze heeft al haar hele leven een wens om dood te gaan. Meestal weet ze die wens op de achtergrond te houden zodat ze kan functioneren in het normale leven, maar op een dag wordt het haar allemaal te veel en moet ze worden opgenomen in de psychiatrische afdeling van het algemeen ziekenhuis (ook wel afgekort tot paaz). Zelf had ze nooit verwacht ooit zo’n probleemgeval te worden dat zou moeten opgenomen en ze is dus ook vast van plan om binnen een of twee weken weer uit de paaz weg te zijn. Maar na gesprekken met haar psychiater, psycholoog en de verpleging moet ze steeds langer blijven en krijgt steeds meer pillen voorgeschreven. Het lijkt de eerste tijd met Emma niet beter, maar juist slechter te gaan en vervelende herinneringen aan haar jeugd komen steeds harder terug. Emma komt op de paaz in aanraking met een heleboel verschillende mensen met elk hun eigen psychiatrische probleem. Ze leert er om zichzelf te zijn en haar vreemde gedachtes en soms dwangmatig  handelen (voorbeeld: ze moet altijd op tijd zijn) naar haar eigen hand te zetten.

Het verhaal klonk dus best interessant. Maar eerlijk is eerlijk: ik vond het geen fijn boek om te lezen. Álle personages zijn simpel. Emma’s verhaal is ook weer lekker typisch: meisje met verstoorde jeugd heeft dat niet goed verwerkt en ondervindt daar nu problemen van. En dat kan ook zeker het plot zijn van een goed boek, maar Myrthe van der Meer beschrijft de personages allemaal vlak en hooguit tweedimensionaal. Geen enkel personage lijkt echt menselijk en geloofwaardig of complex te worden. Ze zijn er alleen om naast de zaak van Emma ook andere psychiatrische problemen uit te beelden. Emma zelf ook heeft een bijna kinderlijke gedachtegang waar je als lezer geen grip op kunt krijgen. Steeds weer dezelfde korte zinnen, dezelfde psychiaters waar Emma problemen mee heeft en een vreemde hoofdstukindeling zorgen ervoor dat je niet kan wachten om dit boek uit te lezen, al was het alleen maar om het weg te kunnen leggen en terug te brengen naar de bibliotheek.

Dit boek heeft me dus geleerd wat ik na Twilight en Vijftig Tinten Grijs allang had moeten weten: volg nooit klakkeloos de meute als het gaat om het lezen van boeken.


Gelukkig had ik nog twee Leni Saris boeken te gaan voor mijn Leni Saris minimarathon. Die waren ongeveer net zo oppervlakkig als PAAZ maar lang niet zo pretentieus. Ik koos nu voor ‘Echo in de Wind’.

Echo in de Wind is het eerste boek in de serie over de familie van Raalte. Onno verhuist met zijn moeder en zusjes Shelly en Olga naar het landelijke gebied waar ook de familie Tjalink woont. De familie Tjalink is een gezellig en warm gezin, maar met de familie van Raalte lijkt van alles mis te zijn. Onno maakt zijn moeder en zusjes het leven zuur en lijkt voor niemand respect te hebben behalve zijn overleden vader. Fabiënne Tjalink ziet dit allemaal gebeuren en probeert er achter te komen waarom Onno’s moeder van haar overleden man helemaal niet zo’n hoge pet op lijkt te hebben. Naarmate de maanden vorderen veranderen de gevoelens van Fabiënne en Onno sterk voor elkaar. Ze worden hoteldebotel verliefd en verloven zich. Maar dan komt Fabiënne achter (een gedeelte van) de waarheid en deze kennis lijdt tot een breuk met Onno die haar niet gelooft. Zal het nog goed komen tussen de twee en zal Onno de waarheid leren accepteren? Met Leni Saris weet je het maar nooit!

‘Leerling en Meester’ – Robin Hobb

Op Youtube houd ik altijd een aantal zogenaamde ‘booktubers’ in de gaten. Een aantal is gek op de boeken van Robin Hobb (pseudoniem van Margaret Lindholm) omdat het fantasy boeken zijn die wel alle elementen bevatten om een standaard fantasy te zijn, maar wel goed geschreven en met een origineel verhaal. ‘Leerling en Meester’ is het eerste deel van de trilogie De Boeken van de Zieners. Het Engelse origineel werd voor het eerst uitgegeven in 1995 dus ik kon een kruisje zetten bij ‘a book that came out the year you were born’ voor de 2015 Challenge.

Vroeger al was ik gek op boeken met kastelen en prinsen en prinsessen en een beetje magie. Dat is eigenlijk nooit echt veranderd, maar nu ben ik wel iets kieskeuriger geworden, waarschijnlijk omdat ik simpelweg een meer ervaren lezer ben dan toen. Leerling en Meester heeft een stevige basis gelegd voor de volgende boeken uit de trilogie. Het boek is op zichzelf al goed maar je merkt echt dat het verhaal nog niet klaar is als je dit boek hebt uitgelezen.

De namen van alle personages in het boek hebben een soort dubbele betekenis. Ook in het boek zelf wordt daar al aandacht aan besteed (bijgelovige dorpelingen geloven dat de deugd in je naam ook een deugd wordt van je echte persoonlijkheid). Meestal verzinnen auteurs iets heel creatiefs wat in het origineel heel leuk klinkt, maar wat dan grondig verpest wordt door een vertaler die alles veel te letterlijk wil vertalen. Dat was nu gelukkig niet het geval. Ik heb in de Broese een klein stukje gelezen in het Engelse boek en de namen lijken sterk op die in het Nederlands, maar wel zo anders dat ze in het Nederlands ook nog die meerwaarde van de dubbele betekenis hebben. Wel klonk de Engelse versie iets poëtischer dan de Nederlandse als het over de ‘echte tekst’ van het boek gaat. De sfeer van Hobb is lastig in een andere taal te vangen. Niet dat ik Engels inherent mooier vind dan Nederlands (verre van), maar Hobb heeft duidelijk haar best gedaan om mooie zinnen te vormen en die verliezen toch aan kracht in een vertaling.

Ik ben zeker van plan om het tweede deel ook te lenen in de Bieb en zou mensen die van boeken met magie en koninkrijken aanraden om dit boek op te pakken.

Verder heb ik in het kader van mijn Leni Saris mini-marathon nog ‘Winterreis met Joël’ gelezen. Ik denk oprecht dat dit een van mijn favoriete boeken van Leni Saris is. Het bevat alles wat ik van Saris verwacht en daarnaast zit er nog een spannend moordcomplot in dit boek verwerkt!  ‘Winterreis met Joël’ gaat ook deels over Saris’ beroemde reeks over De Familie. De Familie is een reeks over allemaal verschillende mensen uit één familie of over personages die te maken krijgen met leden van de familie. Het is wel heel grappig om te zien dat in het ene deel mensen verliefd worden en gaan trouwen, en in een volgend boek met andere hoofdpersonen je die leden van de familie ook tegenkomt, maar dan een paar jaar verder en met kindjes bijvoorbeeld. Voor zover Saris doet aan character development is dit wel echt het grootst, want volgens mij zijn er wel een stuk of zes / zeven boeken die over de Familie gaan.

Nu liggen alleen ‘Tamara, wie ben je?’ en ‘Echo in de Wind’ van Saris nog voor me klaar. Ik wissel het af met PAAZ van Myrthe van der Meer om mijn 2015-lijst nog een beetje literair verantwoord te houden.

‘Augustus’ – John Williams

Ik ben al een tijdje geleden begonnen in ‘Augustus’ van John Williams, maar besloot toen om het af te wisselen met wat lichtere Leni Saris lectuur. Augustus is namelijk een mooi, maar redelijk traag lezend boek (if you know what I mean). Maar het was een mooi boek, van een van mijn favoriete auteurs, en het is zeker een aanrader.

John Williams heeft in zijn leven vier boeken geschreven, waarvan hij zelf vond dat er eentje faalde, dus er zijn er drie heel erg bekend geworden. Met Augustus heeft hij geloof ik ook een grote prijs gewonnen. Het was het laatste boek dat hij schreef, na Butcher’s Crossing en Stoner. Stoner stond op nummer 1 in mijn top 5 van vorig jaar dus ik keek er erg naar uit om te beginnen in nog een boek van John Williams.

Augustus gaat over het leven van de eerste keizer van Rome. Hij was het neefje van Julius Ceasar en werd later door hem als een zoon geadopteerd. Niet dat Octavius gezellig bij zijn oom ging wonen die dan als een echte vader voor hem was, maar omdat Octavius op die manier de wettige opvolger zou zijn als hij zou sterven. In die tijd was Rome namelijk ontzettend corrupt en wilden alle grote families de macht hebben. Als grootste machthebber was je nooit zeker van je positie en Julius Ceasar voorzag ook wel dat er grote chaos zou ontstaan in de machtsstrijd als hij zou sterven. Het boek begint zo’n beetje bij de moordaanslag op Julius Ceasar (dit klinkt nu heel spannend maar wordt niet uitgebreid en spannend beschreven). Octavius moet zijn best doen om zijn positie in te kunnen nemen en, met behulp van zijn vrienden, slaat al zijn vijanden neer. Zijn doel is om ervoor te zorgen dat er in Rome niet meer gevochten wordt dan nodig is om de grenzen te beschermen; hij wil geen groter rijk vormen maar ervoor zorgen dat Romeinen nooit meer in burgeroorlogen Romeinen zullen moeten vermoorden. Zijn leven was dus ontzettend interessant. Hij had constant te maken met vrienden die uiteindelijk vijanden bleken te zijn en vijanden die hij te vriend moest houden om onrust in Rome te voorkomen.

Williams heeft in Augustus gekozen voor een bijzondere vorm. Het hele boek bestaat uit brieven van de ene Romein naar de andere, memoires, verslagen en andere stukken tekst waar we uiteindelijk uit kunnen opmaken wat er aan de hand is. Zeker in het begin vond ik dit heel verwarren: je weet nog niet wie precies wie is en dan is het heel lastig op grip op het verhaal te houden als er om de twee of drie pagina’s een andere “auteur” voorbijkomt. In het begin veranderde de naam van Octavius ook steeds. Eerst was hij Gaius, toen Octavius, dan weer Ceasar en dan weer Augustus… Je moet echt je aandacht er goed bij houden in dit boek.

Ik vond het wel fijn om mijn iPad in de buurt te houden tijdens het lezen, zodat ik de namen kon opzoeken die Williams gebruikte. De brieven in Augustus zijn gefingeerd en de gebeurtenissen zijn gedetailleerder gemaakt door middel van zijn fantasie, maar de positie van de personages en de grote lijnen van het verhaal zijn gebaseerd op de ‘echte’ geschiedenis. Daarom heb ik, als het verhaal weer een beetje verwarrend werd, even opgezocht wie nou ook alweer precies wie was. Ik moet zeggen dat van alle personen de dochter van de keizer het meest interessant was, misschien omdat haar personage in het begin het meest mysterieus was en naarmate het boek vorderde steeds verder werd uitgediept.

Om je een idee te geven van de schrijfstijl van Williams zal ik een kort stukje van een brief die Octavius aan een vriend schrijft citeren:

     Ik heb de dichters vermoedelijk bewonderd omdat ze me de meest vrije en dus de meest hartelijke mensen toeschenen, en ik heb altijd een band met hen gevoeld omdat ik in de taken die ze voor zichzelf stelden enige overeenkomst heb gezien met de taak die ik mezelf lang geleden heb gesteld.
     De dichter bezint zich op de chaos van de praktijk, de verwarring van het toeval, en het niet te bevatten domein van het mogelijke – dat wil zeggen de wereld waarmee we allemaal vertrouwd zijn zijn dat maar weinigen van ons de moeite nemen om die te onderzoeken. De uitkomst van deze bezinning is de ontdekking of het verzinnen van een vleugje harmonie en orde, die zijn te isoleren uit de wanorde die ze aan het zicht onttrekken, en het in overeenstemming brengen van die ontdekking met de poëtische wetten die hem uiteindelijk mogelijk maken. Geen generaal zal zijn troepen ooit zorgvuldiger in hun complexe formatie drillen dan de dichter zijn woorden in de strenge ordening van het metrum dwingt; geen consul zal sluwer met de ene factie een front vormen tegen de andere om zijn doel te bereiken dan de dichter de ene zin tegen een andere afweegt om zijn waarheid te tonen; geen keizer zal de ongelijksoortige delen van de wereld ooit zorgvuldiger tot een geheel smeden dan de dichter de details van zijn gedicht ordent om een andere wereld, misschien werkelijker dan de wereld die we zo onzeker bewonen, in het universum van de geest van de mens te doen ontstaan.
John Williams, ‘Augustus’, paperback pagina 388/389

Om weer over te gaan op een ander onderwerp: van mijn Leni Saris minimarathon kan ik nu ook ‘Weerzien met Vincie’ afstrepen. De titel had het me al duidelijk moeten maken maar ik heb blijkbaar niet goed opgelet: aan Weerzien met Vincie gaan nog twee andere boeken vooraf. Ik moet eerlijk bekennen dat dit niet een van mijn favoriete Saris-boeken is. Vincie is een beetje helderziend en dat pakt Saris heel vreemd aan. Maar hé, het was lekker makkelijk, zeker in vergelijking met iets dat zo snel afwisselt als Augustus.

Leni Saris minimarathon

Leni Saris (Rotterdam, 1915-1999) was een Nederlandse schrijfster. Ze schreef geen literaire boeken maar meer wat zij zelf ‘ontspanningsromans’ noemde; simpele verhalen met altijd een happy ending. Mijn moeder las vroeger toen ze nog een meisje/tiener was graag de boeken van Leni Saris en daarom staat bij mijn ouders op zolder een kratje met pockets. Ook in mijn moeders tijd waren de boekjes eigenlijk al ouderwets, maar nu zijn ze dat zeker. Soms is het heerlijk om eens terug in de tijd te duiken. Niet per se op een geschiedenisles-achtige manier, maar gewoon kijken hoe het leven van toen was.

een mooie foto van Leni (voluit Helena Barbara Wilhelmina) Saris

Toen ik voor mijn uitdaging Mijn Naam is Myrthe van Leni Saris las (de recensie lees je hier, en hij is heel grappig, al zeg ik het zelf). Daarin vatte ik al een beetje samen hoe het is om een boek van Leni Saris te lezen. Een kleine impressie uit die blogpost om je een beetje een idee te geven:

“Er wordt regelmatig een telegram verstuurd, vrouwen maken zich druk om nylons en kousen, mannen roken nog pijp en na het trouwen stopt de vrouw met werken om in alle rust kinderen te kunnen produceren.”

“De hoofdpersonages in Saris’ boeken zijn standaard preuts en er wordt in meer dan één boek gezegd dat de meisjes “seks een modewoord” vinden. Trouwen als het stel elkaar pas drie maanden kent vindt Saris veel verstandiger.”

Na geprobeerd te hebben om een beginnetje te maken in The Lord of the Rings en net Oorlog en Vrede op de kop te hebben getikt bij de Kringloopwinkel vond ik het tijd voor een beetje ontspannende lectuur. Daarom besloot ik om een soort mini-marathon van Leni Saris’ boeken te houden. Ik heb de meeste uit het krat van mijn moeder al gelezen, maar na een tijdje rondsnuffelen kwamen er nog zes boven water die ik nog niet kende. De Leni Saris pockets zijn meestal wel te vinden op boekenmarkten of in kringloopwinkels maar ook via tweedehandsboeken sites (http://www.boekwinkeltjes.nl is echt de Marktplaats van de boeken) zijn de meeste voor zo’n €0,50 wel te vinden. Dus mocht je het leuk vinden om mee te marathonnen: het is slechts een kleine investering.

De pockets die ik nog moest lezen op een rijtje:
1. Leontine
2. Morgenster
3. Weerzien met Vincie
4. Winterreis met Joël
5. Echo in de wind
6. Tamara, wie ben je?

Nummers 1 & 2 heb ik al van mijn lijstje kunnen afstrepen in de afgelopen twee dagen (ze lezen echt als een trein) en nu komen nummer 3 tot en met 6 nog! Ik houd jullie op de hoogte.

Boek 9 – “Mijn Naam is Myrthe”

 Een dun boekje met weinig diepgang maar wel veel gebeurtenissen en sympathieke karakters, geschreven door Leni Saris. Het is hopeloos ouderwets, maar juist daarom vind ik het zo leuk om te lezen. Leni Saris weet me altijd weer vrolijk te maken met haar boekjes, maar wereldschokkend zijn ze niet, dus daarom heeft het van mij 3 sterren gekregen op Goodreads. (Ik heb het boek overigens zelf op Goodreads moeten zetten, omdat nog niemand dat had gedaan. Voor mij de eerste keer!)

Leni Saris is voor mij een soort dierbare jeugdherinnering. Mijn moeder spaarde haar boekjes toen ze jong was (zelfs toen waren ze al ouderwets, zegt ze) en boven bij ons op zolder staat een doos vol met dunne pocketboekjes. Toen ik een beetje uit de boekjes over paarden en dolfijnen heen was wilde iets meer lezen met inhoud (wist ik veel toen) en begon ik aan Leni Saris. Dagenlang heb ik op zolder gezeten, tussen dozen die roken naar oude boeken, lezend over meisjes die uiteindelijk altijd met de knappe man eindigden.

Dit boek gaat over Myrthe -verrassing!- die samen met haar familie woont in het grote huis ‘t Krekeltje. Ze hebben daar jaren gewoond en zijn erg gehecht aan het huis. Ze huren het van een oude man en hij komt te overlijden voordat geregeld kon worden dat Myrthe’s familie in het huis kon blijven. De knappe erfgenaam Stefan wil het huis niet aan de familie verkopen of verhuren maar heeft er zelf plannen mee. Dit zorgt voor spanningen, maar eigenlijk vinden Myrthe en Stefan elkaar natuurlijk hartstikke leuk.

Het is een boekje van slechts 160 pagina’s, maar er gebeuren heel veel dingen. Myrthe wisselt een
paar keer van baan, haar ouders nemen vier extra kinderen in huis, Myrthe blijkt te kunnen zingen, het kind van Stefan’s zus overlijdt, zij wordt depressief, haar man en zij vinden elkaar uiteindelijk toch weer, een gezin komt om in een lawine, Myrthe’s zus gaat trouwen, Myrthe maakt ruzie met haar andere zus,  Myrthe heeft een aanbidder die miljonair is… En zo zijn er nog heel veel andere dingen.
Saris stopt haar boeken altijd bomvol met gesprekken waarin de personen monologen houden waarin ze uitleggen dat ze heel veel houden van ouderwetse zeden en moraal. De hoofdpersonages in Saris’ boeken zijn standaard preuts en er wordt in meer dan één boek gezegd dat de meisjes “seks een modewoord” vinden. Trouwen als het stel elkaar pas drie maanden kent vindt Saris veel verstandiger. Zelf is ze overigens altijd ongetrouwd gebleven. De meisjes houden nooit van uitgaan en de mannen waarop ze verliefd worden zijn altijd verstandig en rustig en knap en redden de meisjes altijd op de een of andere manier. Feministisch? Nope. Maar op de feministen had Saris het ook nooit zo, ze herhaalt vaak dat ze van normale, hardwerkende, gezellige mensen houdt die niet meedoen aan van die gekke dingen als protesten of sit-ins.
Ik denk dat ik vooral geniet van hoe ouderwets alles is in die boekjes. Er wordt regelmatig een telegram verstuurd, vrouwen maken zich druk om nylons en kousen, mannen roken nog pijp en na het trouwen stopt de vrouw met werken om in alle rust kinderen te kunnen produceren. Maar voor mij speelt ook het jeugdsentiment mee waar ik het al eerder over had: dit waren mijn eerste boekjes waarin meisjes verliefd werden en grote problemen hadden, in plaats van boekjes over een groepje meisjes die een puppy willen redden omdat hij een verstuikte enkel heeft ofzo. 

Mijn Naam is Myrthe is als de McDonalds onder de boeken: je weet dat het fout is, maar je geniet er toch van.