Leven en laten leven – Hendrik Groen

Cover van het boek Leven en laten leven

Als je in de afgelopen twee weken nog in een winkelstraat hebt gelopen kan het je niet ontgaan zijn: de nieuwste Hendrik Groen is verschenen! Ik heb in Amersfoort en Utrecht al boekhandels gezien waar de hele etalage vol stond met allerlei leuke groengekleurde versieringen om de publicatie van het derde boek van Hendrik Groen feestelijk aan te kleden. Zelf kon ik haast niet wachten om Leven en laten leven te lezen. Ik vond Pogingen iets van het leven te maken en Zolang er leven is beide fantastisch en had dan ook enorm hoge verwachtingen van Leven en laten leven. Maar zijn die verwachtingen wel waargemaakt?

In de eerste twee boeken schreef Hendrik Groen (een pseudoniem van Peter de Smet) over een man in een bejaardentehuis die nog probeert om met een groepje vrienden zoveel mogelijk plezier te hebben. In dit derde boek laat Hendrik dat verhaal los: Leven en laten leven staat los van de eerste twee boeken en is een opzichzelfstaand verhaal. De hoofdpersoon in dit derde boek is Arthur Ophof. Hij werkt bij een bedrijf dat handelt in toiletpapier en staat elke dag in de file. Thuis wacht hem dan een saaie avond met zijn vrouw, met wie hij al lang geen sterke band meer heeft. Ze hebben geen kinderen kunnen krijgen en hun leven is een beetje een sleur geworden. Arthur is helemaal niet tevreden met de sleur die zijn leven is: hij wil reizen, hij wil iets leuks doen met zijn leven, hij wil weg bij zijn vrouw en zijn saaie dorp. En als dan de markt voor toiletpapier een beetje inzakt en Arthur wordt ontslagen gaat er een wereld voor hem open: wat houdt hem nog tegen om zijn eigen dood in scène te zetten en zijn ontslagpremie te gebruiken om te verhuizen naar Italië?

Hoewel het concept wellicht een beetje vreemd klinkt (wie zet er nou zijn eigen dood in scène om zijn vrouw thuis achter te laten en zelf te gaan zonnen in Italië), zit de kracht van Leven en laten leven juist in de herkenbare situaties. De avonden op de bank met een kopje koffie, de verjaardagen waar in een kring wordt gepraat en er af en toe een schaal met kaas en leverworst langskomt, op vakantie gaan buiten het seizoen omdat dat zo lekker goedkoop en rustig is… Alle burgerlijke clichés komen voorbij. Het boek staat vol met korte stukjes waar je als lezer even om moet grinniken.

De file is langer dan normaal. Ik zit nu al een kwartier achter het bestelbusje van een Volendammer vishandel. VIS! OMDAT HET ZO LEKKER IS! staat er op de achterklep. Echte dichters, die Volendammers.
(pagina 15)

Stukjes als bovenstaande zijn zo lekker droog dat je niet anders kunt dan glimlachend verder lezen. Door deze humor en de o-zo-herkenbare situaties ben je door het boek heen voordat je het goed en wel doorhebt. Dat komt waarschijnlijk ook mede omdat het plot niet veel dieper is dan de samenvatting die ik al gaf: er volgen geen spannende delen, geen diepzinnige of romantische passages en ook zijn er niet echt delen in het boek die je aan het denken zetten. Maar is dat wel altijd nodig in een roman?

En wie echt wil kan in Leven en laten leven misschien ook wel een levensles vinden. Iets als ‘probeer iets leuks van je leven te maken’, of ‘neem af en toe een risico als je iets graag wilt’, of ‘verlaat vooral de vrouw die al jaren en jaren goed voor je is geweest zonder overleg en zadel haar op met de gevolgen van je in scène gezette dood’. Want waar Hendrik Groen als personage in de eerdere boeken een sympathieke oude man was, die met vrienden tegen het bestuur van het bejaardentehuis in opstand kwam, had ik als lezer niet veel sympathie voor Arthur Ophof. Het is niet zo dat ik het echt een vervelend mannetje vond en hij is wel degelijk heel grappig, maar zijn beweegredenen kwamen op mij vrij egoïstisch over. En dat maakte het wel lastiger om me helemaal in het verhaal te verliezen. Er was geen underdog die ergens tegen in opstand kwam, maar alleen een man van middelbare leeftijd die niet helemaal tevreden was. Toch vond ik Leven en laten leven een heerlijk humoristisch boek. Hendrik Groen beheerst nog altijd de kunst om me van begin tot eind te laten lachen en dat is een kunst die niet veel schrijvers beheersen. Een absolute aanrader voor alle Hendrik Groen-fans!

HhhH – Laurent Binet

Cover van het boek HhhH Himmler's hersens heten Heydrich door Laurant BinetHet boek HhhH met de ondertitel Himmlers hersens heten Heydrich van Laurent Binet is al ontzettend bekend. En niet zonder reden, ontdekte ik toen ik het eenmaal had gelezen. HhhH is een origineel verhaal over een aanslag tijdens de Tweede Wereldoorlog; een oorlog waar al zoveel over geschreven en gemaakt is dat ik bang was dat Binet moeite zou hebben om het ook literair nog creatief en origineel te maken. Maar Binet heeft een bekend verhaal omgetoverd in iets speciaals door zijn geweldige schrijfstijl.

De originele titel van het boek is HHhH, oftewel Himmlers Hirn heißt Heydrich. Het is mooi dat het Duits zo op het Nederlands lijkt, want de titel kon probleemloos vertaald worden zonder verlies van het acroniem. Ik snap niet helemaal dat er gekozen is voor hersens in plaats van hersenen, maar ja, over smaak valt niet te twisten. De titel geeft al deels weer waar het verhaal over zal gaan, namelijk Heydrich, een belangrijke figuur in Nazi-Duitsland. In 1942 is er een aanslag op zijn leven gepleegd en die gebeurtenis is het onderwerp en uitgangspunt van dit boek.

Het onderwerp van het boek is niet per se hetgeen HhhH zo bijzonder maakt, want over Heydrich is al veel geschreven. Maar wel uniek is de manier waarop Binet het verhaal schrijft. Het is bijna alsof hij als auteur de lezer een blik gunt in het schrijfproces. Het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van een verteller die constant uitlegt wat hij aan het doen is: dat hij onderzoek doet naar personages, dat hij zijn vriendin mee heeft genomen naar een oorlogsmuseum om achter meer feiten te komen, dat hij heeft geprobeerd om een passage zo spannend mogelijk te vertellen en ga zo maar door. Als lezer word je steeds weer op het proces, op het schrijven an sich, gewezen. Het is alsof je naar een film kijkt en alle crew gewoon in beeld wordt gebracht: je ziet niet alleen het verhaal, maar je kijkt ook naar hoe dat verhaal wordt gemaakt, en dat wordt op die manier dus óók een onderdeel van het verhaal dat de kijker (of lezer) krijgt voorgeschoteld. Het proces wordt onderdeel van het eindproduct: de cameraman wordt acteur, de schrijver een personage.

Als lezer leer je al vrij snel om de verteller niet al te erg te vertrouwen. Net na een pakkende dialoog komt een zin waarin de verteller iets zegt als ‘dit is natuurlijk niet echt zo gebeurd, dit heb ik verzonnen om het mooier te maken’. Of een feit wordt een aantal hoofdstukken later door de verteller verbeterd: hij had het fout eerder in het boek, zoals hij het zei was het helemaal niet gegaan, hij heeft nu nieuw bewijs. Ik denk dat de verteller in HhhH voor veel studenten een ontzettend interessant onderwerp voor een essay zou zijn.

Los van hoe interessant dit boek op literair niveau is, ook het verhaal draagt zijn steentje bij. Ik wist persoonlijk nog niet veel over Heydrich en zeker niet over de mannen die een aanslag op zijn leven hebben gepleegd. De Tweede Wereldoorlog vind ik eindeloos interessant; de bijzondere manier van vertellen doet niets af aan hoeveel impact een verhaal als dat over Operatie Anthropoid op iemand kan hebben.

De VPRO is in 2017 begonnen met het uitzenden van een serie gebaseerd op dit boek. Alle aflevering staan naar mijn weten nu nog gewoon online en ik ben zeker van plan om de serie te gaan bekijken. De recensies die eerder dit jaar verschenen zijn lovend: op 24 april schreef Hans Beerekamp in het NRC “Na drie van de zeven afleveringen kan ik wel tien redenen noemen waarom Roel van Broekhovens tv-serie voor de VPRO naar Laurent Binets bestseller […] heel erg goed gelukt is” (de hele recensie is nog te lezen op de website van het NRC). Het promofilmpje dat de VPRO heeft gemaakt ziet er in ieder geval intrigerend uit.

Als je geïnteresseerd bent in verhalen over de Tweede Wereldoorlog is HhhH natuurlijk een absolute aanrader, maar ook voor mensen die normaal gesproken boeken over de oorlog links laten liggen kan het boek interessant zijn. De manier van vertellen maakt van HhhH meer dan een ‘gewone’ oorlogsroman en ik weet zeker dat het me nog lang bij zal blijven (en me misschien nog inspireert tot het schrijven van een aantal leuke essays over verteltechnieken).

Afbeelding van de cover van het boek via http://www.meulenhoff.nl/nl/p4c36fcf32b2f4/11656/9789460925597/hhhh.html.

Het einde van de eenzaamheid – Benedict Wells

Iets meer dan een week geleden verscheen bij uitgeverij Meulenhoff Het einde van de eenzaamheid, een vertaling van het Duitse Vom Ende der Einsamkeit door Benedict Wells. Hij won met deze roman in 2016 de European Union Prize for Literature voor Duitsland. In Duitsland zijn eerdere boeken van zijn hand ook al een groot succes gebleken, maar Het einde van de eenzaamheid is het eerste boek dat in het Nederlands verschenen is.

Het verhaal van Het einde van de eenzaamheid gaat over Jules Moreau. Hij belandt door een ongeluk in het ziekenhuis en blikt terug op zijn leven. Al op een jonge leeftijd verloor hij beide ouders waardoor hij, zijn broer Marty en zus Liz naar een internaat moesten. Ze groeiden uit elkaar en leidden elk hun eigen leven. Jules raakt bevriend met Alva, een interessant meisje die hij niet helemaal kan doorgronden. Na de middelbare school verliezen zij elkaar uit het oog en Jules probeert om zijn leven zo goed mogelijk op de rails te krijgen. Het contact tussen Marty, Liz en hem komt gaandeweg weer een beetje op gang. Jaren later komt Jules opnieuw in contact met Alva. Wat heeft ze altijd verzwegen? En kunnen ze ondanks hun moeizame start in het leven toch bouwen aan een gezamenlijke toekomst?

De belangrijkste thema’s in dit boek zijn verlies, verwerken van verdriet en (de titel verraadt het al) eenzaamheid. Ik vond Het einde van de eenzaamheid een prachtig boek: ik heb het in een paar dagen tijd gelezen, terwijl het helemaal geen lichte kost is. Liefde in alle opzichten speelt een grote rol: niet alleen romantische liefde, maar ook de band tussen ouders en kinderen, tussen broers en zussen, en tussen vrienden. Maar ook belangrijk is de verhouding tussen een moeilijke jeugd en het volwassen leven. Hoop is een belangrijk element: als je terugkijkt op je leven zijn er naast alle moeilijkheden ook mooie elementen geweest. Hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn waar Jules in zijn jeugd en volwassen leven mee te maken krijgt, op een bepaalde manier is er toch hoop aanwezig. Toen ik Het einde van de eenzaamheid net uit had gelezen heb ik een tijdje voor me uit zitten staren om even bij te komen. Voor iedereen die houdt van een boek dat je bezig houdt zelfs als je het al uit hebt is Het einde van de eenzaamheid zeker een aanrader.

Ik heb Benedict Wells naar aanleiding van het verschijnen van de Nederlandse vertaling van zijn boek mogen interviewen. Het was een ontzettend gezellig gesprek. De uitwerking van dat interview verschijnt binnenkort op Ilona Leest, dus houd de website goed in de gaten!

‘De grond onder onze voeten’ – Jesús Carrasco

Cover van het boek De grond onder onze voetenDit boek ziet er niet alleen prachtig uit, maar heeft me ook op een bepaalde manier geraakt. Het is lastig om te omschrijven wat het precies was, maar dit boek doet iets met je. Carrasco is een auteur die van schrijven weer een kunstvorm maakt.

Titel: De grond onder onze voeten
Auteur: Jesús Carrasco
ISBN: 9789029091480

In 2016 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff het tweede boek van auteur Jesús Carrasco: De grond onder onze voeten. Zijn debuutroman De vlucht werd internationaal ontzettend goed ontvangen en er werd daarom ook veel aandacht besteed aan het verschijnen van De grond onder onze voeten. Ik ben abonnee van het NRC Handelsblad en in die krant stond een uitgebreid interview met Carrasco en volgens mij is in alle grote kranten van Nederland wel een recensie verschenen. Ik kreeg een exemplaar opgestuurd van de uitgeverij om te recenseren. Ik ben nog niet vaak zo onder de indruk geweest van een boek.

Hoewel nooit expliciet wordt verteld waar of wanneer het verhaal zich afspeelt is het voor de lezer duidelijk dat er net een oorlog is geweest. Het verhaal draait voornamelijk om twee personages. De eerste is een vrouw die aan de overwinnende kant van de oorlog heeft gestaan. Haar man had een hoge positie in het leger en ze wonen in een groot huis op het platteland in het overwonnen gebied. Ze moet voor haar man zorgen omdat hij na de oorlog bedlegerig is geraakt, maar ze houdt niet (meer) van hem. Hij is gemeen en behandelt haar als een hulpje. Op een dag ontdekt ze in de moestuin een man, de andere hoofdpersoon in het verhaal. Het is duidelijk dat deze man een zwaar leven achter de rug heeft. Hij spreekt niet en lijkt amper in staat om ook maar iets te doen, maar er gaat iets van hem uit wat de vrouw (Eva) intrigeert. Dus ze geeft hem te eten en houdt voor de autoriteiten verborgen dat er een ‘inlander’ bij haar in de tuin verborgen is.

Stukje bij beetje ontdekt de lezer wat de man in de tuin allemaal heeft meegemaakt. De huidige tijd wordt verteld vanuit het perspectief van Eva en die passages worden afgewisseld met verhalen over het leven van de man. Verhalen over hoe de oorlog zijn gezin uit elkaar heeft gerukt, verhalen over werkkampen en mishandeling. De grond onder onze voeten is op een bepaalde manier kil geschreven, zodat alles bij de lezer nog harder binnenkomt. Ook Eva leert door het boek heen meer over het leven van de man. Hoewel hij geen samenhangend verhaal vertelt kan ze door zijn gemompel wel een beeld schetsen van wat er gebeurd moet zijn. En Eva begint meer en meer te voelen wat ‘haar’ mensen anderen hebben aangedaan.

De grond onder onze voeten is geen boek dat je even tussendoor leest. Het grijpt je aan en hoewel het verhaal niet bijzonder complex is moest ik toch de hele tijd mijn aandacht echt bij het boek houden om alles goed in me op te kunnen nemen. Carrasco houdt van poëtische omschrijvingen van natuur en zijn zinnen zijn daarom soms wat vaag en lang. Dat is een stijl waar je als lezer van kunt houden, maar omdat ik er niet gek op ben is dat een van de weinige dingen aan De grond onder onze voeten die me tegenvielen. Desondanks heb ik op Goodreads dit boek 5 sterren gegeven en ik denk dat het verhaal me nog lang zal bijblijven.

‘De eenzame postbode’ – Denis Thériault

Cover van het boek De eenzame postbode door Denis ThériaultVorige week verscheen bij uitgeverij Meulenhoff De eenzame postbode, een erg schattig en leuk boek geschreven door Denis Thériault. Ik kreeg een recensie-exemplaar opgestuurd en heb dit boek in één dag tijd uitgelezen. Vijf van de vijf sterren!

Titel: De eenzame postbode
Auteur: Denis Thériault
ISBN: 9789029089913

De eenzame postbode is een klein boekje: het heeft maar 150 pagina’s en de marges zijn ook best ruim. De hardcover is van stof en heeft een mooie zachtgroene / wittige stofbeschermer (en ik vind zelf de Japanse kers die op de cover staat heel mooi). Het is geen dikke pil waar je een paar weken mee zoet bent, maar dat hoeft ook niet altijd. Niet alle boeken kunnen zo dik zijn als Oorlog en Vrede van Tolstoj of Het spel der tronen van George R.R. Martin. Toch is De eenzame postbode geen leeg, nietszeggend boek. De 150 pagina’s worden door Thériault goed benut om het verhaal van Bilodo uit de doeken te doen.

Bilodo is een jongeman van zevenentwintig jaar oud en hij werkt bij de post. Hij sorteert ‘s ochtends eerst alle post in een sorteercentrum en brengt alle brieven daarna bij iedereen rond. Maar Bilodo is geen hele eerlijke postbezorger… Niemand weet het, maar soms neemt hij brieven mee uit het sorteercentrum, stoomt ze ‘s avonds thuis open en leest ze dan. De volgende dag brengt hij ze wel echt weg, maar van alle brieven maakt hij kopietjes zodat hij ze later nog eens kan lezen. Hij krijgt zelf eigenlijk nooit post (in ieder geval geen persoonlijke brieven) en hij vindt het heerlijk om toch onderdeel te zijn van een briefwisseling waarin hij eigenlijk niet thuishoort. Bilodo is vooral gek op de brieven die de geheimzinnige Ségolène verstuurt: ze schrijft eens in de zoveel tijd een haiku. Bilodo is diep onder de indruk van de dichtkunsten van Ségolène en wil eigenlijk zélf contact met haar hebben. Maar ja: hoe kan Bilodo contact met haar opnemen als de manier waarop hij haar “leerde kennen” het stiekem lezen van haar gedichten was?

Thériault maakt Bilodo niet per se realistisch, maar dat hoeft ook niet. Op de een of andere manier past zijn vreemde persoonlijkheid gewoon heel goed bij het verhaal. Er gebeuren een aantal onverklaarbare dingen maar het is tijdens het lezen helemaal niet vervelend dat ze onverklaarbaar zijn. Het lijkt bijna alsof er in de wereld van Bilodo en Ségolène een beetje meer magie is dan in de echte wereld. Als lezer leef je oprecht mee met Bilodo, die eigenlijk gevangen zit in zijn eenzaamheid, omringd met brieven die nooit voor hem geschreven zijn. Het is een treurig beeld en De eenzame postbode is daardoor ook een bitterzoet verhaal. Ik heb genoten van het lezen en zou iedereen die een middagje of avondje niets te doen heeft om De eenzame postbode eens te lezen!

‘Of ik gek ben’ – Michiel Stroink

Cover van het boek Of ik gek ben door Michiel StroinkOf ik gek ben is, hoewel in 2012 al gepubliceerd, de laatste tijd weer veel in het nieuws geweest omdat het boek kort geleden verfilmd is. Het gaat over een zogenaamd onschuldige kunstenaar die wordt opgesloten in een tbs-kliniek…  Klinkt best intrigerend, toch?

Titel: Of ik gek ben
Auteur: Michiel Stroink
ISBN: 978902909127

In Of ik gek ben volgen we Benjamin, een kunstenaar die rijk is geworden met het verkopen van ‘opgeblazen dieren’, een vreemd soort kunst waar hij veel geld voor vroeg. Het rijke kunstenaarsleven is hem een beetje naar het hoofd gestegen en hij gebruikt veel drank en drugs, eigenlijk gewoon omdat het kan. Hij gebruikt zoveel dat hij vaak de volgende ochtend geen idee meer heeft van wat hij die avond heeft gedaan en lijkt dat leventje prima te vinden. Op een dag is dat vergeten echter een probleem geworden: hij wordt opgesloten in een tbs-kliniek omdat hij twee meisjes op een feest in een bos zou hebben aangevallen en verkracht. Benjamin kan zich niet voorstellen dat hij ooit zoiets zou doen, maar ja, hoe bewijs je dat als je je praktisch niets van de hele avond kan herinneren en er meerdere ooggetuigen waren?

Tegen deze achtergrond maakt Benjamin veel mee in de tbs-kliniek. Er zitten in de kliniek kleurrijke figuren die Stroink helder neerzet. Het zijn niet zomaar ‘gekken’, maar geloofwaardige personages die allemaal hun eigenaardigheden hebben. Na een tijdje mag Benjamin in de tbs-kliniek in de knutselhoek weer beginnen met het maken van kunst. Voor hem is dat een uitlaatklep en een manier om toch nog iets te doen als hij opgesloten zit. Vroeger maakte hij postmodernistische kunst en verkocht dat voor veel geld; nu maakt hij kunst in een tbs-kliniek. Het verschil kon bijna niet groter zijn. Het is best interessant om te lezen over het leven in een tbs-kliniek. Het is toch een eigen wereld in onze wereld; een afgezonderde plek met zijn eigen regels en routines. De directeur en het personeel komen in Of ik gek ben uitgebreid aan bod en de relatie tussen hen en de bewoners van de kliniek wordt treffend beschreven. Zeker de stukken met Benjamins behandelaars en zijn gesprekken met de directeur zijn erg leuk om te lezen.

Benjamin is niet per se een sympathiek personage. Als lezer weet je in het begin ook niet precies wat er gebeurd is op die ene avond dat Benjamin teveel had gedronken en gebruikt, maar wel dat hij daarna is opgesloten dus dat je waarschijnlijk het leven van een verkrachter volgt (hoewel je door Benjamins overtuiging dat hij onschuldig is natuurlijk toch blijft twijfelen). Hij is niet altijd aardig tegen de andere mensen in de kliniek, en door middel van terugblikken op het verleden leer je als lezer dat hij vroeger écht vervelend was. Hij was rijk geworden door kunst te maken waar hij zelf niet eens achterstond, dus hij lachtte iedereen die iets van hem kocht uit en gebruikte daarna het geld voor drugs en andere dure onzin. Dit weet je allemaal als lezer, en toch is Benjamin geen vervelend personage om te volgen. Hij lijkt best intelligent en bekijkt de andere mensen in de kliniek met een grote dosis humor.

In de verfilming van Of ik gek ben zijn een paar dingen wel veranderd. Het meest opvallende vond ik nog dat ze van de directeur, die in het boek toch echt overduidelijk een man is, een vrouw hebben gemaakt. Verder is het plot wel hetzelfde gebleven: Benjamin zit opgesloten en gelooft niet dat hij het echt gedaan heeft. Mocht je niet het hele boek willen lezen maar het idee van het verhaal leuk vinden kun je altijd nog gewoon naar de film kijken, alhoewel ik je natuurlijk zou aanraden om ook gewoon het boek te lezen. Het zit goed in elkaar en is een bijzonder verhaal, met een hoofdpersoon die je niet snel zal vergeten.

Hieronder kun je alvast de trailer zien om te beslissen of de film je aanspreekt:

‘Ik zie je’ – Matthijs Kleyn

Cover van het boek Ik zie je door Matthijs KleynMatthijs Kleyn schreef in 2011 zijn (bekende) debuutroman Vita. Dit jaar verscheen bij uitgeverij Meulenhoff zijn tweede roman: Ik zie je. Een verhaal dat over verlies, vergeten en liefde gaat. En natuurlijk niet te vergeten: het gaat ook over een videotheek.

Titel: Ik zie je
Auteur: Matthijs Kleyn
ISBN: 9789029090520
In mei 2016 verschenen bij uitgeverij Meulenhoff.

 

Matthijs Kleyn is al een bekende naam voor velen. Natuurlijk door zijn debuutroman Vita, een deels autobiografisch verhaal, maar Kleyn werkt ook veel met televisie. Nu is vijf jaar na het verschijnen van zijn debuut het nieuwe boek Ik zie je verschenen. Het boek belooft veel want op de binnenflap staat: “Matthijs Kleyn overdondert de lezer met zijn intense roman over vluchten, vergeten en herinneren“. Wordt die belofte wel waargemaakt? Is Ik zie je wel echte zo’n intense roman?

Zij sleept hem weer het leven in en neemt hem mee naar feestjes en clubs.

In Ik zie je volgen we de belevenissen van Fender. Hij is een man van begin dertig die net weer single is geworden omdat zijn (ex-)vriendin hem na een relatie van zes jaar opeens heeft verlaten. Fender runt zijn eigen videotheek en wil dat blijven doen, ook al levert het in deze tijden van Netflix en illegaal downloaden weinig geld meer op. Nu zijn relatie gestrand is zorgt Fender slecht voor zichzelf: hij eet niet genoeg, hij drinkt wel (voornamelijk muntthee en bier) en hij ziet er constant onverzorgd uit. Maar dan leert Fender Lisa kennen, een meisje dat in alles grenzeloos lijkt te zijn. Zij sleept hem weer het leven in en neemt hem mee naar feestjes en clubs. Fender wordt stapelverliefd op Lisa en na een langzame start krijgen ze een relatie.

De relatie tussen Fender en Lisa is geen gemakkelijke. Fender is een beetje alternatief (wie zou er nou zo erg vasthouden aan het runnen van een videotheek?) maar dat betekent niet dat hij wild is. Hij wil het liefst met zijn vriendin gezellig uitgaan zonder rare dingen te doen, of gewoon thuis op de bank een filmpje kijken. Maar Lisa wil meer, zij wil alles uit het leven halen. En daar horen voor haar drugs bij. Drugs is een groot thema in Ik zie je. Fender verbaast zich telkens weer over hoe genormaliseerd drugsgebruik tegenwoordig is. Het is haast vreemder om geen drugs te gebruiken dan wel, en op feestjes moet hij zich verexcuseren als hij geen cocaïne wil gebruiken. Lisa’s drugsgebruik wordt een steeds groter probleem tussen Fender en haar. Zij lijkt drugs doodnormaal te vinden, en haast een standaardonderdeel van het leven. Ze begrijpt wel dat hij een echte drugsverslaving vervelend zou vinden, maar ziet het probleem van af en toe snuiven op een feestje niet.

Naast alle relatieproblemen tussen Lisa en Fender gebeuren er in Ik zie je nog veel meer dingen. Het leukste “extra” verhaal vond ik het terugkeren van complottheorieën omtrent Evis Presleys dood. Fenders vader is een muzikant en groot fan van Elvis en aangezien Fender zoals gezegd een beetje bijzonder is, heeft hij zich helemaal verdiept in Elvis’ dood. Er zijn wel meer mensen die denken dat Elvis helemaal niet overleden is en dat zijn dood in scène is gezet; de belangrijkste argumenten voor die theorieën zijn gemakkelijk op internet te vinden. Ook leuk zijn alle stukjes die gaan over films en de videotheek van Fender in het algemeen.

In Ik zie je gebeurt er van alles en het einde is misschien niet helemaal wat je zou verwachten. Ik vond het boek prettig lezen en de personages op z’n zachtst gezegd origineel; een personage als Fender heb ik nog niet eerder voorbij zien komen. Ook het belangrijkste thema van het boek (drugs) vond ik goed gekozen en relevant om over te lezen. Ik heb namelijk ook een beetje het idee dat het gebruiken van drugs steeds normaler lijkt te worden en dat mensen het eerder uit moeten leggen als ze géén pilletjes slikken dan wanneer ze dat wel doen. Toch wordt Kleyn niet belerend. Ik zie je is geen roman over hoe slecht drugs zijn, en hoe stom het is dat iedereen slikt en snuift, maar er wordt wél opgemerkt wat er op feestjes tegenwoordig gebeurt en welke effecten dat kan hebben. Maar boven alles is Ik zie je een roman over een liefde, een relatie en alles daaromheen.