‘De naam van de roos’ – Umberto Eco

Cover van het boek De naam van de roos door Umberto EcoDe naam van de roos is misschien wel het bekendste boek van Umberto Eco. Zoals ik in mijn Leesupdate al vertelde is De naam van de roos geen ‘gemakkelijk’ boek; het is dik en om het echt te kunnen waarderen moet je je aandacht er goed bijhouden. Maar als je dat er voor over hebt is dit wel een erg bijzonder boek dat je niet snel zult vergeten.

Titel: De naam van de roos
Auteur: Umberto Eco
ISBN: 9789044616569

De naam van de roos is zo’n klassieker waar ik al wel eens van gehoord had, en Umberto Eco was ook een naam die ik zeker wel kende, maar toch had ik geen idee waar het boek over ging. Totdat dit boek me pas werd aangeraden en ik even ben gaan Googelen. Om je een idee te geven waar dit bijna 600 pagina’s tellende boek over gaat kort een samenvatting van de website van uitgeverij Prometheus:


“Het is de laatste week van november 1327 in een welvarende abdij in het noorden van Italië. Broeder William van Baskerville, een franciscaner monnik uit Engeland, komt als speciaal gezant van de keizer met een discrete opdracht naar Italië. Hij moet een ontmoeting organiseren tussen de van ketterij verdachte franciscanen en afgevaardigden van de paus. Al spoedig ontwikkelt zijn verblijf in de abdij zich echter tot een tijd vol apocalyptische verschrikkingen: er worden zeven geheimzinnige misdaden gepleegd, die de muren van de labyrintvormige bibliotheek met bloed besmeuren. Angstige geruchten gonzen door de abdij; niet alleen de abt heeft iets te verbergen, overal worden sporen uitgewist. William, een voormalig inquisiteur, wordt door de onderzoekskoorts bevangen. Terwijl hij aanwijzingen verzamelt en in geheimtaal geschreven manuscripten ontcijfert, dringt hij steeds dieper door tot de geheimen van de abdij.

(bron: http://webwinkel.uitgeverijprometheus.nl/book/umberto-eco/9789044628500-de-naam-van-de-roos.html)


Ik moet eerlijk bekennen dat de achterflap van het boek me als muziek in de oren klonk. Een boek over monniken, misdaden en geschiedenis kan eigenlijk alleen maar goed zijn, zo dacht ik. Ook dat het boek een beetje dik was en best zwaar intimideerde me niet. Eigenlijk werd ik pas een beetje bang toen ik begon te bladeren en overal Latijnse zinnen voorbij zag komen, waarvan de vertaling gelukkig wel achter in het boek in een soort register stond. Dat was het moment waarop ik me besefte dat dit geen ‘strand-vakantie-boek’ zou worden en misschien ook niet een spannend geschiedenisverhaal zoals ik in eerste instantie had verwacht, maar een boek waar ik me volledig op moest kunnen concentreren om het verhaal goed te kunnen volgen.

De samenvatting zoals die hierboven staat klopt wel, alles wat daarin wordt genoemd komt ook echt voor in het boek en de misdaden vormen ook zeker de rode draad. Maar om bij 600 pagina’s te komen heeft Eco ook rustig de tijd genomen om eens lekker te filosoferen, en zijn personages te laten praten over verschillende Rooms-Katholieke groeperingen en kloosters. William (de Engelse onderzoekers-monnik) lijkt de meest ‘moderne’ monnik van het stel en in de gesprekken komt zijn mening redelijk overeen met wat in het heden als gezond verstand zou worden beschouwd, terwijl de overige monniken vooral als illustratie dienen van andere opvattingen die heersten in die tijd. De verteller van het verhaal, de jonge novice Adson, is nog lekker naïef en daarom de ideale hoofdpersoon. Door zijn ogen is alles nog nieuw, en omdat hij ook nog niet met alles bekend is en vaak vragen stelt aan de andere monniken wordt alles een stuk begrijpelijker voor de lezer.

Het meest heb ik genoten van de passages waarin de monniken een beetje menselijk werden. Interessant was het taboe van homoseksualiteit; aan de ene kant mocht je natuurlijk helemaal geen homo zijn in een Middeleeuws klooster, aan de andere kant maken we toch een aantal “homo-schandelen” mee tijdens het verhaal (wat ook wel waarschijnlijk is, als je een heleboel mannen bij elkaar in één gebouw zet zitten daar geheid een aantal homoseksuelen tussen die elkaar tegenkomen). Maar ook een aantal andere ‘stiekeme’ dingen worden beschreven en die stukjes breken heel prettig de statige stijl van de rest van het boek. Want Umberto Eco gooit er om de zoveel pagina’s wel een Latijns stukje tekst in, en ook Bijbelse en literaire verwijzingen komen veelvuldig voor.

Mocht je na deze recensie denken “nou, kom maar op met dat monniken-detective boek!” raad ik je wel aan om even een aantal Wikipedia-pagina’s te lezen over verschillende soorten kloosters, en de rangen en standen die normaal gesproken in een klooster gelden. Als je weet wat een novice is en wat een abt allemaal doet is De naam van de roos al een stuk begrijpelijker en kun je volop gaan genieten van de schrijfkunsten van Eco. Voor wie er tijd heeft om 600 pagina’s in half Latijn te lezen over monniken en misdaden is De naam van de roos zeker een aanrader.

‘Twintig regels liefde’ – Rowan Coleman

Foto van het boek Twintig regels liefde door Rowan ColemanToen ik een foto van Twintig regels liefde voorbij zag komen op Twitter was ik gelijk verliefd op de cover. Ik vond het boek er fris en vrolijk uitzien, met die blauwe lijntjes en afbeeldingen op de voorkant. Maar is het boek wel net zo leuk als de voorkant doet vermoeden?

Titel: Twintig regels liefde (origineel: We are all made of stars)
Auteur: Rowan Coleman
ISBN: 9789022575994
Uitgeverij: Boekerij

Twintig regels liefde gaat over Stella, een jonge vrouw die in een hospice werkt. Ze is vooral ‘s nachts aanwezig en maakt tijdens haar diensten veel opmerkelijke en bijzondere dingen mee. In het hospice komen mensen die waarschijnlijk niet lang meer te leven hebben, maar ook patiënten die na een zware periode moeten aansterken. Die mix van berusting en hoop is bijzonder: je maakt mensen op hun kwetsbaarste moment mee. Stella heeft de gewoonte om, als mensen daar om vragen, een laatste brief voor ze te schrijven. Ze belooft die laatste brief pas te versturen als de afzender overleden is. Op deze manier kunnen mensen nog een blijvend afscheid nemen, iets wat de nabestaanden kunnen bewaren en koesteren.

Naast haar werk speelt ook Stella’s persoonlijke leven een grote rol in Twintig regels liefde. Stella is in het hospice de rustige, sterke zuster maar zij heeft het thuis niet gemakkelijk. Haar man, Vincent, is in de oorlog erg zwaar gewond geraakt en heeft daar een aantal van zijn ‘broeders’ verloren. Hij is erg veranderd, en hun relatie verloopt moeizaam. Ze maken veel ruzie en het lijkt erop dat hun huwelijk geen stand kan houden, terwijl Vincent eigenlijk na zo’n heftige periode juist de steun van zijn vrouw nodig heeft.

Naast Stella speelt ook Hope een hoofdrol in het boek. Hope is een meisje van twintig jaar, en ze heeft taaislijmziekte. Ze heeft een bacteriële infectie opgelopen die haar bijna de das om heeft gedaan, maar ze heeft het overleefd en is nu in het hospice om aan te sterken. Hope voelt zich niet de volwassen vrouw die ze nu zou ‘moeten’ zijn; ze zondert zich vaak af van de rest van de wereld om zo min mogelijk geconfronteerd te worden met haar eigen ziekte. Gelukkig heeft ze een goede vriend, Ben, die haar af en toe meesleept naar buiten om iets te maken van haar leven.

Daarnaast gaat Twintig regels liefde ook over Hugh, een man die alleen woont en in een museum werkt. Hij gaat bewust geen al te diepe relaties aan met mensen, omdat hij denkt vooral in zijn eentje gelukkig te kunnen zijn. Maar dan komt er een jonge vrouw naast hem wonen, en nou, je begrijpt natuurlijk al wel een beetje welke kant dit op gaat… Hij speelt een iets minder grote rol in het boek en lijkt in het begin eigenlijk geen link te hebben met het hospice, wat hem een nogal loshangend personage maakt. Maar meer richting het einde van het boek wordt hij ook bij het hospice betrokken, en snappen we het verband tussen zijn leven en één van de brieven die Stella heeft geschreven.

Twintig regels liefde is vooral sterk in zijn originaliteit: hoe vaak lees je nou een boek over mensen die in een hospice werken dan wel als patiënt in een hospice verblijven? Ook was het prettig dat het hospice niet de enige plek is waar het verhaal zich afspeelt. Hoewel het wel de plek is die alle personages met elkaar verbindt (hoewel Hugh pas veel later), beperkt Coleman zich niet tot dat toneel en laat ze de personages ook naast het hospice een leven hebben. Juist die stukjes buiten het hospice geven het boek kleur, omdat de hoofdpersonages alledrie niet op sterven liggen en dus hun persoonlijke leven zich vooral buiten het hospice afspeelt.

In het boek wordt het verhaal over de levens van Stella, Hope en Hugh afgewisseld met brieven die Stella heeft geschreven; ze zijn niet aan het verhaal gekoppeld en lijken altijd iets aan het plot toe te voegen. Storend zijn deze brieven desondanks niet: ze passen erg goed in de sfeer van het boek, en zorgen voor wat extra humor af en toe (want lang niet alle ‘laatste brieven’ zijn dieptreurig!). Één van de brieven die ze schrijft gaat een hoofdrol spelen in het latere gedeelte van het verhaal. Normaal gesproken bezorgt ze de brieven pas als de afzender is overleden, maar Stella vindt van deze brief eigenlijk dat hij verzonden moet worden terwijl de afzender nog leeft, om een eventuele hereniging / afscheid mogelijk te maken…

Ik moet wel zeggen dat ik Twintig regels liefde geen diep, of écht indrukwekkend boek vond. Het was prettig om te lezen, het verhaal was origineel en de personages leuk, maar ik miste hier en daar wel wat diepgang. Vooral omdat eigenlijk alle hoofdpersonages alles met de beste bedoelingen doen, hun leven allemaal beteren, en alles loopt ook helemaal goed af voor iedereen. Dit klinkt misschien wat cru, maar ik had graag iets meer verdriet of verlies willen zien. Hoewel een hospice voldoende ruimte geeft voor wat indrukwekkende scènes wordt hiervan geen gebruik gemaakt: zelfs als er een personage met een erg kleine rol in het boek sterft, gaan de andere personages daar op een verstandige, rustige manier mee om (ze zijn even verdrietig, maar trekken daarna een les uit alles wat is gebeurd en proberen om alles nog een positieve draai te geven). Dus hoewel Coleman een interessante achtergrond heeft gekozen voor haar verhaal, zijn de personages een beetje te ‘standaard’ om er het maximale uit te halen. Maar of dit gebrek aan echte diepgang per se negatief is ligt aan de verwachtingen van de lezer. Als je Twintig regels liefde oppakt om een origineel verhaal te lezen, met sympathieke hoofdpersonages, en er met een goed gevoel uit te komen ben je zeker aan het goede adres. Ben je op zoek naar een boek met iets meer (literaire) diepgang kun je misschien beter op zoek naar een ander boek. Ik heb Twintig regels liefde in ieder geval met veel plezier gelezen en zou het je zeker aanraden.

‘Moderne romantiek’ – Aziz Ansari

Cover van het boek Moderne Romantiek door Aziz AnsariAziz Ansari is een bekende Amerikaanse stand-up comedian en acteur. Naar aanleiding van persoonlijke ervaringen werd zijn interesse in ‘moderne romantiek’ gewekt. Samen met socioloog Eric Klinenberg heeft hij een groot onderzoek opgezet, om te ontdekken hoe het is om in ons digitale tijdperk te daten.

Titel: Moderne romantiek
Auteur: Aziz Ansari
ISBN: 9789022576281
Dit jaar (2016) verschenen bij uitgeverij Boekerij.

Wie Aziz Ansari al kent van zijn comedy- of acteerwerk verwacht misschien een ontzettend grappig en niet-serieus boek. Hij is immers het personage dat met ‘Treat yo self’ kwam in de Amerikaanse show Parks and recreation, wat op het internet uitgegroeid is tot een ware meme.

Dit boek is echter veel wetenschappelijker dan je misschien zou verwachten van een comedian als Ansari. Speciaal voor Moderne romantiek is Ansari een samenwerking aangegaan met socioloog Eric Klinenberg; ze hebben samen twee jaar lang vele onderzoeken verricht in (vooral) de Verenigde Staten, maar ook in Tokia, Buenos Aires en Parijs. Daar ondervroegen ze grote groepen mensen naar hun ervaringen met daten, zowel online als offline. Bijvoorbeeld werd gevraagd naar hun ervaringen op datingwebsites als OkCupid, de meer ‘standaard’ datingssites dus, maar ook de ‘snellere’ datingssites als Tinder krijgen veel aandacht.

Ansari is vooral geïnteresseerd in de vraag hoe het daten / de romantiek veranderd is door alle mogelijkheden die mensen hebben door internet. Vroeger trouwden mensen met iemand die ze al jaren kenden, het meisje of de jongen uit dezelfde woonplaats of zelfs straat als zij. Met internet kwamen er miljoenen potentiële liefdespartners bij. ‘Op welke manier is de wereld van de romantiek toen veranderd?’ lijkt de meest belangrijke onderzoeksvraag van dit wetenschappelijke onderzoek. Al die resultaten hebben ze toen op een wetenschappelijk verantwoorde manier verwerkt en Ansari heeft daar een lopend verhaal van gemaakt en er een humoristisch sausje overheen gegoten. Veel resultaten worden duidelijk weergegeven in een tabel of grafiek, waarna Ansari de resultaten nog toelicht. Erg leuk zijn bij die toelichting nog de anekdotes: naast het ‘droge’ onderzoek is Ansari ook met vele mensen in gesprek gegaan en Moderne romantiek staat daarom vol met waargebeurde verhalen en persoonlijke ervaringen van mensen.

De resultaten van het onderzoek zijn niet echt wereldschokkend maar zeker leuk om te lezen. Zo vertelt Ansari over welk soort profielfoto ervoor zorgt dat je populair wordt op een datingssite en wordt er vergeleken wat de afstand was tussen de woonplaatsen van partners vroeger en nu (spoiler: door internet en vele andere redenen zoeken we onze partners in de huidige samenleving van veel verder weg dan mensen vroeger deden!). In Moderne romantiek vraagt Ansari zich af of de huige romantiek ‘beter’ is dan de vroegere romantiek. We hebben misschien meer opties, je kunt met meerdere potentiële liefdespartners in contact komen, maar zorgt dat er wel voor dat je betere keuzes maakt? En zijn we nu gelukkiger in relaties, of zijn de gelukkigsten eigenlijk de bejaarden die al zestig jaar getrouwd zijn met hun partner?

Heel erg fijn vond ik dat het boek in hoge kwaliteit is uitgegeven. De pagina’s zijn helder en voelen stevig aan, en alle foto’s en plaatjes (en daarvan zijn er veel!) zijn prachtig in kleur afgedrukt. Het boek voelt daarom bijna luxe aan als je het in je handen hebt. Er is duidelijk veel tijd en moeite in de vormgeving gestoken, en dat loont als je een boek uitgeeft waarin de tabellen (de onderzoeksresultaten dus) van groot belang zijn.

Ik vond het wel een beetje jammer dat er in Moderne romantiek weinig tot geen ruimte is voor niet-heteroseksuele koppels. Alles wordt bekeken vanuit een man-vrouw perspectief, en er is eigenlijk geen ruimte in het boek vrijgemaakt voor relaties van LGTBQ+-mensen (voor degenen die niet weten waar deze afkorting voor staat: klik hier voor de Wikipedia-pagina over dit onderwerp), terwijl die ook juist interessant zouden zijn geweest. Ansari geeft in de inleiding van het boek aan dit zelf ook jammer te vinden, en hij noemt wel een aantal redenen op waarom het boek zo man-vrouw is, maar toch… blijft jammer. Al met al moet ik echter zeggen dat afgezien van dat verbeterpunt Moderne romantiek een leerzaam, leuk boek is. Als je geïnteresseerd bent in een beetje wetenschap, als je romantiek leuk vindt en meer wilt weten over hoe internet de romantiek heeft veranderd, of als je gewoon houdt van de humor van Aziz Ansari is Moderne romantiek zeker een aanrader!

‘De smaak van venijn’ – Alan Bradley

Cover van het boek De smaak van venijn door Alan BradleyEen aantal maanden geleden liep ik door een boekhandel en zag dit boek liggen. Ik heb het toen bijna gekocht, maar gelukkig kon ik nog op tijd bedenken dat ik ongeveer een miljoen ongelezen boeken in mijn boekenkast heb staan en dat het niet verstandig zou zijn om die stapel alleen maar groter te maken. Vorige week zag ik het echter liggen bij de bieb toen ik daar een rondje liep. En toen moest ik het natuurlijk wel meenemen.

Titel: De smaak van venijn (origineel: The Sweetness at the Bottom of the Pie)
Auteur: Alan Bradley
ISBN: 9789021803227
In 2010 verscheen de vertaling bij uitgeverij Luitingh Sijthoff.

De smaak van venijn gaat over Flavia de Luce, een elfjarig hoogbegaafd meisje. Ze woont met haar twee zussen en vader op het landgoed Buckshaw in Engeland; haar moeder overleed toen ze nog heel erg klein was. Flavia is erg slim en gek op alles wat met scheikunde te maken heeft. Thuis heeft ze zelfs een eigen laboratorium waar ze scheikundige proefjes en onderzoeken doet (tja, je woont in een groot landhuis, dan moet je iets met al die ruimte). Haar twee zussen Ophelia en Daphne vinden haar maar raar, en dat komt deels omdat Flavia hen ziet als de ideale proefpersonen voor haar scheikunde uitvindingen en ontdekkingen. Ze stopt giftige dingen in hun lippenstift, bijvoorbeeld, om te kijken welk effect dat heeft op hun lippen (spoiler: lippen houden niet van giftige stoffen in lippenstift). Met haar vader heeft ze ook niet een bijzonder hechte band: hij is vooral druk met zijn grote postzegelverzameling.

Tot zover lijkt het allemaal helemaal prima. Maar een boek is geen boek als er niet iets in gebeurt, dus natuurlijk is dat ook zo in De smaak van venijn. Het verhaal begint pas écht als Flavia in de tuin loopt en een man ziet liggen tussen de komkommerplantjes. Ze loopt naar hem toe, en op het moment dat ze bij hem staat blaast hij zijn laatste levensadem uit. Flavia doet direct wat elke verstandige elfjarige zou doen: de politie bellen. Maar ze zou Flavia niet zijn als ze de politie met rust zou laten en het hele voorval zou proberen te vergeten: Flavia gaat zelf ook op onderzoek uit! Want afgezien van de dode meneer gebeuren er opeens vreemde dingen in de buurt. Er wordt bijvoorbeeld een dode snip (dat is een soort vogel) voor de deur gelegd, met een postzegel door z’n snavel geprikt. En er komen boze stemmen uit de kamer van haar vader: het lijkt wel alsof vreemdelingen ruzie met haar vader hebben! Flavia begint verbanden te zien en gaat met alle stukjes informatie die ze heeft aan de slag om het mysterie van de dode man tussen de komkommerplantjes te ontrafelen.

Ik denk dat De smaak van venijn niet echt bedoeld was voor de doelgroep waar ik in zit (20-jarige studenten). Toch heb ik het boek met heel veel plezier gelezen, en wel om de volgende redenen:

  • Flavia is een leuk personage om te volgen. Ze is slim, vooral scheikundig, maar ook nog maar elf jaar oud en ze maakt fouten die elke elfjarige zou maken, hoe slim ze ook zijn. En hoewel ze vooral bezig is met het mysterie vindt ze ook fijn om in de buitenlucht rondjes te fietsen en met andere mensen te praten. Flavia heeft een leuke blik op de wereld en door haar ogen zie je steeds meer van het dorp en alle inwoners.
  • Je wordt als lezer nieuwsgierig naar de ontknoping van het mysterie, maar het is geen bloedstollend spannend verhaal. Het kabbelt wel zo’n beetje voort, en je ontdekt steeds ietsje meer, en ondertussen volg je Flavia op haar speurtocht door het dorpje heen. Het voelt bijna alsof je zelf onzichtbaar in het verhaal zit; Bradley heeft een erg toegankelijke schrijfstijl.
  • Het hele verhaal doet een beetje ouderwets aan. De postzegelverzamelaars (filatelisten) spelen een grote rol, en überhaupt namen als Flavia, Ophelia en Daphne schetsen al een sfeer in het boek die me wel aanspreekt.

Het boek is denk ik vooral leuk voor iets jongere lezers (die waarderen het misschien nog meer op bijvoorbeeld het gebied van spanning, en kunnen zich beter identificeren met Flavia) maar ook voor al iets oudere lezers is De smaak van venijn zeker aan te raden. Het is geen dun boek, toch bijna 400 pagina’s, maar omdat het niet een erg serieus of ‘zwaar’ boek is ben je zo door die pagina’s heen. Het is ideaal als een tussendoorboek, als je bijvoorbeeld net een emotioneel of moeilijk boek hebt gelezen en wel toe bent aan een beetje rust. Flavia neemt je mee op een tour door een ouderwets Engels plaatsje op zoek naar filatelisten en moordenaars, dus sit back and relax!

‘Drie vrienden, een huis (en een klusjesman)’ – Astrid Harrewijn

Selfie van Ilona met het boek Drie vrienden, een huis (en een klusjesman) door Astrid HarrewijnVandaag verschenen bij uitgeverij Boekerij: Drie vrienden, een huis (en een klusjesman), door Astrid Harrewijn. Lees hier meer over dit nieuwe boek!

Titel: Drie vrienden, een huis (en een klusjesman)
Auteur: Astrid Harrewijn
ISBN: 9789022576175
Uitgeverij Boekerij

Astrid Harrewijn is al een gevestigde naam in chicklit-land, maar met de overstap naar een andere uitgeverij gooit ze ook haar boeken over een iets andere boeg. Drie vrienden, een huis (en een klusjesman) is daarvan het resultaat en ik kreeg een leesexemplaar toegestuurd om mijn mening met jullie te kunnen delen.

Ik lees van alles, zoals jullie weten, en vindt het leuk om verschillende genres af te wisselen. Het is een tijdje geleden dat ik een roman / chicklit heb gelezen, en zeker omdat ik nu ook bezig ben in het saaie De toverberg van Thomas Mann vormde dit boek een welkome afwisseling. In DVEHEEK volgen we het leven van Noor, die alles prima op een rijtje heeft. Leuk huisje met een leuke vriend (met wie ze al achttien jaar samen is), in de woonplaats van haar ouders (Itteren), met een werkplek in een museum erg dichtbij. Alles verandert echter na een aanbod van het Van Gogh museum in Amsterdam waar Noor mag gaan werken. Samen met haar zusje Kiki en studievriend Joost trekt ze in een huis aan de Herengracht dat een grote verbouwing ondergaat. Kiki werkt voor Jeff Koons, een bekende kunstenaar, en Joost werkt voor het Rijksmuseum dus alledrie zitten ze in het ‘museumleven’. Het is leuk om te lezen over wat mensen die bij een museum werken eigenlijk de hele dag doen; ik loop in musea meestal rond zonder me te beseffen dat er mensen dagelijks bezig zijn met de kunst die daar hangt.

Noor heeft het in Amsterdam niet makkelijk door de problemen die ze nu heeft met haar vriend, maar ook op haar werk in het Van Gogh museum begint het te broeien. Noor ontdekt steeds meer dingen die ze eigenlijk niet zou mogen weten, en heeft moeite met het bewaren van alle geheimen. Houdt ze het harde werken en de stress allemaal wel vol, of zal ze na een tijdje met hangende pootjes weer vertrekken naar haar vriend in Maastricht?

Ik zou dit boek niet echt ‘literatuur’ noemen, maar ik heb het wel met veel plezier gelezen. Astrid Harrewijn heeft een leuke manier van schrijven. Met grappige zinnen omschrijft ze heel beeldend de situaties die in het boek voorkomen, bijvoorbeeld:

“Van intimiteit naar afstandelijkheid. Het sluipt erin, heel langzaam. Tot het moment waarop je opeens beseft dat ‘Ewald en Noor’ geen vanzelfsprekende eenheid meer is. Niet meer zo lekker bij elkaar past als patat met mayonaise, niet meer zo onlosmakelijk met elkaar verbonden is als kaas en kaasschaaf, maar net zo vermoeiend klinkt als knooppunt Kleinpolderplein en zeven kilometer file.”

  • Atrid Harrewijn, 2016, Drie vrienden, een huis (en een klusjesman) pagina 116.

Ook leuk is bijvoorbeeld de introductie van “13:10 uur is selfie time” door Noors zusje Kiki. Dit idee uit DVEHEEK werd opeens realiteit: op Twitter verschenen er vandaag om tien over een allemaal selfies van mensen met die boek, onder de hastag #DVEHEEK. Zoveel zelfs dat het een trending topic werd. Vandaar ook dat de foto bij deze post er eentje is met niet enkel het boek, maar een selfie van mij: ik gebruikte deze foto op Twitter (@IlonaLeest) om mee te doen aan ‘selfie time’.

Al met al is DVEHEEK een leuk boek met een hele lange titel. Astrid Harrewijn neemt je even mee het museumleven in en weet een leuk verhaal neer te zetten met sympathieke personages. Perfect om te lezen op een regenachtige dag als je op zoek bent naar leuke afleiding.

Marte Jacobs – Tim Krabbé

Cover van het boek Marte Jacobs door Tim KrabbéAfgelopen week had ik allemaal tentamens waar ik ontzettend hard voor moest leren. Daarom was ik volop bezig met studie-ontwijkend gedrag: het lezen van Marte Jacobs door Tim Krabbé. Een boek over de band tussen het jonge meisje Marte en de oudere jongen Emile, waarin je je als lezer even helemaal verliest.

Titel: Marte Jacobs
Auteur: Tim Krabbé
ISBN: 9789044611229
Verscheen in 2007 bij uitgeverij Prometheus.

Marte Jacobs gaat over dichter Emile Binenbaum. Als veertienjarige jongen ontmoet hij de dan nog negenjarige Marte tijdens het voetballen in de duinen. Een middag zoals de meeste mensen die vaak hebben gehad: buitenspelen met andere jonge kinderen, lekker sporten in de buitenlucht. Emile heeft goede herinneringen aan die dag en die herinneringen komen weer naar boven als jaren later Marte op zijn middelbare school verschijnt. Zij zit dan in de eerste klas, hij in de laatste. Ze spreken elkaar niet echt maar knikken en glimlachen naar elkaar als ze elkaar in de gang of op het plein zien. Gewoon, zoals je doet met mensen die je wel kent maar niet zo goed dat je ze echt enthousiast begroet. Emile is echter geen nuchtere jongeman, maar een echte dromer. Hij vindt Marte in alles wat ze doet interessant, zoekt iets achter elke beweging die ze maakt en maakt gedichten over haar. Best vreemd, zo’n jongen die jaren en jaren ouder is die compleet geobsedeerd is door een jonger, onschuldig meisje.

De band tussen Emile en Marte begint zich echt te ontwikkelen als hij een student is en zij veertien jaar oud. In de zomer komen ze elkaar bij de bioscoop tegen en besluiten om vaker af te spreken. Ze slenteren door de stad, praten wat en opnieuw zoekt hij achter elk woord dat zij zegt een dubbele betekenis. Hij leeft constant met zijn hoofd in de wolken. Hij begint het dichten nu ook echt serieus te nemen en begint een beetje bekend te worden. Na deze Zomer (Emile zegt in het boek dat dit een zomer met hoofdletter Z was, zo’n zomer waar je altijd aan terug blijft denken) spreken ze elkaar weer jaren niet. Maar dan houdt de middelbare school waar zij beiden les hebben gehad een reünie, waar waarschijnlijk zowel Marte als Emile zullen verschijnen. Wat zal er nu gebeuren: bloeit de liefde eindelijk op zoals Emile al jaren half verwacht, of loopt alles toch nog anders?

Tim Krabbé schrijft helder en weet de personages duidelijk neer te zetten. Bijzonder is het dat je als lezer gelijk doorhebt dat Emile een onbetrouwbare verteller is: een dromerige dichter, die de wereld niet helemaal ziet zoals hij “echt is”. Hij heeft een jong meisje een paar keer gezien en zoekt daar van alles achter, geeft aan alle interactie extra betekenis, terwijl er zich eigenlijk praktisch niks heeft plaatsgevonden. Het hele boek beschrijft eigenlijk alleen maar Emiles gedachten over Marte, maar we leren als lezer erg weinig over de ‘echte’ Marte, wat ze vindt en denkt en voelt. Toch is het boek nooit saai. Het zou denk ik ook ontzettend interessant zijn om dit boek te bespreken met een leesgroep: is er hier sprake van een soort pedofilie? Emile is een ‘volwassen man’ (tweedejaars student) als hij een hele zomer doorbrengt met veertienjarige Marte en compleet obsessief wordt. Hij zoent haar niet, heeft geen seks met haar, maar zijn de gedachtes die hij heeft misschien al voldoende?

Al met al: een goed geschreven boek, met personages die je aan het denken zetten.

‘Ivanov’ – Hanna Bervoets

Vandaa160107 Ivanovg verschenen bij uitgeverij Atlas Contact: Ivanov door Hanna Bervoets. Zij is natuurlijk al ontzettend bekend van haar columns en eerdere romans zoals Lieve Céline en Efter. In Ivanov bewijst Bervoets opnieuw waarom ze een van de meest gelezen auteurs van Nederland is.

Titel: Ivanov
Auteur: Hanna Bervoets
ISBN: 9789025446451
Uitgeverij Atlas Contact

Ivanov vertelt het verhaal van Felix, een homoseksuele jongen die in 1994 naar Amerika vertrekt om daar journalistiek te studeren en deel uit te maken van het typisch New Yorkse leven. Hij moet artikelen schrijven voor een studentenkrant en leert op die manier Helena Frank kennen: een professor virologie die onlangs geschorst is van de universiteit. Zij onderzocht de oorsprong van AIDS, dat in de jaren negentig in New York ontzettend veel slachtoffers eiste. Helena heeft een opmerkelijke theorie: zij denkt dat AIDS is ontstaan in Afrika in de jaren twintig, toen Russische onderzoeker Ilya Ivanov probeerde om mensen met apen te kruisen. Haar onderzoek lijkt zo misschien onschuldig, maar Felix ziet en hoort steeds meer dat wijst op een absurde waarheid…

In Ivanov begint het verhaal met een volwassen Felix, in 2014, die door een overlijdensbericht wordt herinnerd aan zijn tijd in New York. Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af in 1994 in New York door een soort flashback. De stukjes over Felix’ persoonlijke verhaal worden afgewisseld met stukken over het onderzoek van Ivanov in de jaren twintig (hoe hij probeerde om apen en mensen te kruisen). De stukjes over deze Russische wetenschapper zijn niet puur theoretisch maar ook als een verhaal geschreven. In totaal komen er in het boek maar drie stukjes van een aantal pagina’s voor vanuit dat perspectief, maar voelt het alsof Ivanov op de achtergrond de hele tijd aanwezig is.

Los van het verhaal is het vooral Bervoets schrijfstijl dat het lezen zo leuk maakt. Net als in haar columns zijn sommige gedachtes bijna filosofisch:
“Ik wilde niet dat Jonas dacht dat ik mezelf serieus nam, waarschijnlijk omdat ik mezelf serieus nam. En alleen wie zichzelf serieus neemt kan zichzelf in zijn eigen ogen voor gek zetten; zich schamen voor de dingen die hij gedaan of gemaakt heeft – in die zin in schaamte misschien een bijproduct van zelfvertrouwen.”
(Hanna Bervoets, Ivanov, pagina 24.)

Een keer deed een stukje me zelfs hardop lachen en dat kwam doordat ik gelijk moest denken aan een stukje uit een aflevering van Friends:
“Op zulke momenten ging ik alle stappen na. Dacht ik aan wat ik destijds dacht en aan wat zij destijds dacht. Aan wat ik destijds dacht dat zij dacht en aan wat ik destijds dacht dat zij dacht dat ik dacht.”
(Hanna Bervoets, Ivanov, pagina 135)

        
(bron: http://princesconsuela.tumblr.com/post/128866797770)

Ik vond het plot van Ivanov ontzettend goed gevonden: de geschiedenis van Ilya Ivanov naast Felix’ eigen geschiedenis zorgde voor een boek waarin je wil blijven lezen net zo lang tot je alles weet over wat er precies aan de hand is. Wel zit in die personages het enige punt waar ik Bervoets graag nog iets sterker in had gezien. Zowel Felix als Helena hebben een nogal ‘doorzichtig’ karakter en zijn als persoonlijkheden niet echt interessant. Het is meer het verhaal (en het plot) dat je doet doorlezen dan dat je als lezer wilt weten hoe het met Felix persoonlijk verder gaat. Felix is een beetje stereotype en doet alles mee met de massa. Hij maakt studies niet af,  gaat veel uit en doet aan drugs. Prima allemaal, maar het komt zo standaard en weinig bijzonder over.

Al met al: Ivanov is een goed boek. Het plot is leuk en interessant en het samenspel tussen Ilya Ivanov en Felix werkt goed. Het boek is vanaf vandaag overal verkrijgbaar dus mocht je Bervoets schrijfstijl net zo waarderen als ik kun je je hart weer ophalen 🙂

‘Wat Odette niet vertelde (maar James allang wist)’ – Edward Kelsey Moore

Cover van het boek Wat Odette niet vertelde (maar James allang wist) door Edward Kelsey MooreWat Odette niet vertelde (maar James allang wist) door Edward Kelsey Moore was het laatste boek dat ik las in 2015. Het was een mooi boek om het jaar mee af te sluiten.

Titel: Wat Odette niet vertelde (maar James allang wist)
Auteur: Edward Kelsey Moore
ISBN: 9789032513481
Uitgeverij: De Kern (imprint van De Fontein).

 

Een aantal weken geleden keek ik met mijn ouders de film The Help, gebaseerd op het boek Een keukenmeidenroman van Kathryn Stockett. Voor wie het verhaal niet kent, de trailer geeft je een aardig beeld van de film:

Ik was erg onder de indruk van die film en kreeg spontaan zin om nog meer boeken te lezen over Amerika ten tijde van de segregatie. Wat Odette niet vertelde stond nog in mijn boekenkast en op de cover staat dat het je terug zal brengen naar de sfeer van Een keukenmeidenroman dus die pakte ik erbij.

Het verhaal gaat over drie zwarte vrouwen die al bijna hun hele leven lang vriendinnen zijn. Ze  heten Odette, Barbara Jean en Clarice en wonen in een klein Amerikaans dorpje, dat vooral ten tijde van hun jeugd erg conservatief is en waar een strenge rassenscheiding heerst. De vrouwen groeien samen op, worden samen volwassen en maken veel mee. Het meest indrukwekkend vond ik het verhaal van Barbara Jean. Zij komt uit een arm gezin en heeft een moeilijke, zware jeugd gehad die haar nog altijd achtervolgt. Ze is getrouwd met een oudere, rijke man (Lexter) die van haar houdt en goed voor haar zorgt. Maar er knaagt nog iets aan haar (ik wil het niet voor je spoileren dus ik zeg niet wat) wat ervoor zorgt dat ze diepongelukkig is. Maar ook Clarice heeft het niet makkelijk: haar man Richard gaat vreemd met vele vrouwen en het hele dorp weet ervan. Clarice schaamt zich en weet niet wat ze moet doen: het advies van haar familie en kerk volgen, die zeggen dat ze als een ware Christen bij Richard moet blijven om zo haar huwelijksgeloften te eren, of haar gevoel volgen en weglopen van al het verdriet? Odette zorgt met haar bijzondere persoonlijkheid voor wat comic relief in het boek. Ze ziet geesten (iets wat haar moeder ook kon) en dat zorgt voor grappige situaties in het boek. Maar ook Odette krijgt het zwaar en heeft de steun van haar vriendinnen hard nodig, terwijl normaal gesproken Odette juist degene was die iedereen erdoorheen sleepte.

In het boek wordt alles langzaam, stukje bij beetje uit de doeken gedaan. Het perspectief wisselt tussen Odette, Clarice en Barbara Jean en wisselt ook tussen heden en verleden. Hoewel dit heel erg duidelijk is (je weet altijd direct wie er wanneer aan het woord is) zorgt dit ervoor dat de verhalen in het boek langzaam ontwikkelen. Je volgt niet één persoon in één tijd, dus je komt gewoon minder snel iets te weten over de personages. Je weet als lezer  niet direct wat er aan de hand is. Dat zorgt ervoor dat het boek nooit saai wordt: elk stukje informatie dat je krijgt zorgt ervoor dat je nieuwsgierig wordt naar het volgende.

Ik had alleen niet het idee dat ik terug was in “de sfeer van Een keukenmeidenroman“. Die film (het boek heb ik niet gelezen) leek meer representatief voor de samenleving, terwijl in Wat Odette niet vertelde meer werd gefocust op de individuele gedachtes en verlangens van de personages. Eerlijk gezegd had het van mij wel iets minder persoonlijk / ingezoomd mogen zijn en iets meer ‘big picture’, maar dat kwam misschien doordat ik het boek met die verwachtingen las. Wel denk ik dat ook dit boek goed verfilmd zou kunnen worden en dat iedereen over de film heel enthousiast zou zijn.

‘Extremely Loud & Incredibly Close’ – Jonathan Safran Foer

Voorkant van het boek 'Extremely Loud & Incredibly Close' van Jonathan Safran FoerDit is een van die boeken waar je voordat je überhaupt begint met lezen al zoveel van weet dat het bijna lijkt alsof je het al gelezen hebt. Het boek heeft lang in het middelpunt van de aandacht gestaan; zeker toen het in 2012 verfilmd werd. Tijd voor IlonaLeest om eens te kijken of het alle ophef waard was.

Titel: Extremely Loud & Incredibly Close
Auteur: Jonathan Safran Foer
ISBN: 9780141025186
Uitgeverij: Penguin

Het verhaal

In Extremely Loud & Incredibly Close staat het leven van de negenjarige Oskar Schell centraal. Hij woont samen met zijn moeder in een appartement in New York. Zijn vader is overleden tijdens de terroristische aanvallen van 9/11. Het gemis dat Oskar voelt is een van de centrale thema’s in het boek: eigenlijk komt alles wat we lezen neer op het overlijden van Oskars vader.  Een tijdje na zijn overlijden vindt Oskar in een kast, bovenop een plank, een vaas met daarin een enevelopje. Op het envelopje staat ‘Black’, erin zit een sleutel. Oskar ziet het als zijn missie om te ontdekken op welk slot deze sleutel past, omdat hij het als een soort laatste opdracht van zijn vader voelt.

Voor het grootste gedeelte van het boek volgen we Oskar en zijn zoektocht naar het slot bij de sleutel. Er komen echter ook andere personen aan het woord. In het begin werkt dat nogal verwarrend (waarschijnlijk intentioneel gedaan door de auteur), omdat Oskar wel uitgebreid wordt voorgesteld maar de andere delen van het boek in het niets lijken te beginnen. Als lezer ben je best een tijdje verder voordat je echt grip op alle verschillende verhalen krijgt. Ik zal hier verder niets voor jullie spoilen door te zeggen wie de overige “sprekers” zijn, maar ik vond wel dat het verhaal pas echt voor me tot leven kwam toen ik een beetje doorkreeg hoe alles in elkaar stak.

Oskar is een leuk personage om te volgen. Hij is een heel erg slim jongetjes en weet een heleboel feitjes op te noemen, maar heeft moeite met sociale contacten en heeft het duidelijk niet fijn thuis. Hoewel zijn moeder heus haar best doet kan zij voor Oskar toch geen “vader-vervanger” zijn. Daarom stort hij zich helemaal op de zoektocht naar ‘Black’ en daarmee het slot van de sleutel: hij moet en zal er achter komen wat zijn vader hier allemaal mee bedoelde. Het is altijd leuk om een nieuw perspectief aangeboden te krijgen, een perspectief dat heel erg verschilt met die van mezelf, en Oskar heeft zo’n andere blik op de wereld dat de kleinste dingen je nog aan het nadenken zetten.

Wat vond ik van het boek?

Het boek zit als een kunstwerkje in elkaar geknutseld, maar het voelt niet altijd als een natuurlijk proces. Jonathan Safran Foer doet erg zijn best en gaat daarom soms iets te ver. Oskar is niet gewoon slim, nee, hij weet een miljoen feitjes zó op te dreunen. Maar Oskar is ook niet gewoon niet-erg-sociaal, nee, hij heeft nul vrienden en kan niet op een normale manier met mensen praten.

Wat wel heel erg leuk is: het boek is niet alleen zwarte tekst op wit papier. Er zijn pagina’s met kleurtjes, er is een brief waarin de spelfouten rood omcirkeld zijn. Ook houdt Oskar een soort dagboek bij, wat hij “Stuff that happened to me” noemt en waarin hij foto’s plakt van dingen die hij ziet of meemaakt. Af en toe krijgen wij daar als lezer ook een stukje van te zien. Het is heel verfrissend om af en toe een boek te lezen dat letterlijk buiten de lijntjes kleurt. De stijl van het verhaal past er ook zeker bij; de pagina’s vallen niet uit de toon en vullen het verhaal goed aan.

Aanrader?

Als je houdt van een beetje bijzondere boeken met onconventionele hoofdpersonages raad ik je dit boek aan. Ben je op zoek naar een “gewoon” of erg duidelijk verhaal kun je het boek misschien beter links laten liggen. En hé, er is altijd nog de film.

Paravion – Hafid Bouazza

Cover van het boek Paravion door Hafid Bouazza

Het laatste boek dat ik voor Nederlands: Moderne Tijd moest lezen was Paravion, geschreven door Hafid Bouazza. Het is een dichterlijk geschreven, bijzonder maar vooral ook wel absurd verhaal. Het lijkt af en toe wel een sprookje.

Titel: Paravion
Auteur: Hafid Bouazza
ISBN: 9044603329

De familie Bouazza is een immigrantenfamilie die in 1977 vanuit Marokko naar Nederland is verhuisd, zoals vele gastarbeiders in de twintigste eeuw dat deden. Bouazza was toen nog redelijk jong en is dus deels in Marokko maar ook voor een groot deel in Nederland opgegroeid en volwassen geworden. Hij heeft in Amsterdam Arabische Taal- en Letterkunde gestudeerd. Bouazza heeft in dit boek veel van zijn herkomst terug laten komen: migratie is het hoofdthema van Paravion.

Paravion vertelt het verhaal van de familie van Baba Baloek. Baba Baloek is de naam van alle mannen binnen het gezin: de naam gaat over van vader op zoon. De eerste Baba Baloek waar het verhaal over gaat is vanuit het kleine dorp waar ze woonden vertrokken naar een verre stad (die door de dorpelingen Paravion genoemd wordt), op zoek naar een manier om geld te verdienen en om zijn gezin te kunnen onderhouden. Jaren later heerst en nog droogte en armoede in het dorpje waar hij oorspronkelijk vandaan kwam, dus als de zoon van Baba Baloek een brief van zijn vader uit die verre stad ontvangt besluit hij om ook daarheen te trekken. Zoon Baba Baloek heeft een mooie vrouw (Mamoerra) en zij is zwanger van hun eerste kind. Hij vertrekt nog voordat het kind geboren is. Alle mannen uit het dorpje gaan met Baba Baloek mee naar de grote stad en zo blijven in het dorpje alleen de vrouwen en kinderen over. Mamoerra bevalt van een zoontje en noemt hem, jawel, Baba Baloek. Het boek vertelt daarna over het opgroeien van de jongste Baba Baloek van jongetje naar jonge man, en van de dingen die de andere Baba Baloek meemaakt in de grote stad.

Het verhaal is door de verschillende Baba Baloeks die er in voorkomen vaak verwarrend. Allemaal mannelijke personages met dezelfde naam maakt dat je als lezer best alert moet zijn omdat je anders mist over welke van de Baba Baloeks Bouazza nu iets aan het vertellen is. Ook helpt de dichterlijke manier van schrijven die Bouaza hanteert hier niet echt aan mee: de zinnen zijn lang en zitten vol stijlfiguren. Ook hecht Bouazza geen waarde aan een duidelijk onderscheid tussen realiteit en fictie. Aan de ene kant komt de postbode gewoon op een Solex aanrijden om een brief te brengen aan Mamoerra, op de volgende pagina zit Baba Baloek op een nukkig vliegend tapijt (hij heeft duidelijk het verkeerde merk gekocht). Er zijn schooljongens die gewoon in een klaslokaal leren maar een paar pagina’s daarna probeert een jongen ergens heen te lopen maar valt keihard uit een boom waarvan hij even vergeten was dat hij er kort daarvoor als een vogel ingevlogen was. Steeds als je net denkt grip te krijgen op het verhaal doet Bouazza weer iets met de tekst waardoor je in de war raakt.

Het boek is op een manier geschreven die ik nog niet eerder ben tegengekomen. Realiteit en fictie lopen door elkaar, de personages zorgen zelf ook constant voor verwarring (ze veranderen opeens in vogels, bijvoorbeeld, of er vallen bloemen uit hun haar als ze hun haar borstelen) maar vooral is het ook lastig te volgen door de manier waarop het verhaal verteld wordt. Het lijkt bijna alsof een verhaal dat eigenlijk in eerste instantie bedoeld was om voorgedragen te worden nu is opgeschreven, op precies de manier waarop de verteller het voor een publiek speelde. Daarom lijkt Paravion af en toe wel een sprookje. Of ik het nou echt leuk vond om te lezen kan ik niet eens zeggen, maar ik zal het in ieder geval niet snel vergeten en dat is best knap. Als je houdt van een beetje absurdistische, sprookjesachtige verhalen is Paravion ook zeker iets voor jou.