‘De stille kracht’ – Louis Couperus

Cover van het boek 'De stille kracht', door Louis CouperusVoor de meeste mensen was het boek dat ik deze week las verplichte kost op de middelbare school. Voor mij was hij echter nieuw en ik herkende alleen de naam van de schrijver toen ik het zag staan op het lijstje verplichte lectuur voor de cursus Nederlandse Letterkunde: Moderne Tijd. Een boek per se moeten lezen – hetzij voor school, universiteit of iets anders – zorgt er vaak voor dat je met tegenzin begint en alleen als het boek goed is ben je toch blij het gelezen te hebben. Hoewel niet mijn favoriet vond ‘De stille kracht’ goed geschreven en een bijzonder verhaal.

Titel: De stille kracht
Auteur: Louis Couperus
ISBN: 9789025301064
€12,50 bij Bol.com (voor zowel de druk die ik had als voor een andere druk.)*

Eigenlijk kent iedereen die een beetje geïnteresseerd is in boeken (of zelfs iedereen die heeft opgelet tijdens lessen Nederlands) Louis Couperus wel. Couperus was een Nederlandse schrijver eind negentiende / begin twintigste eeuw. Dat was de tijd dat Nederland nog koloniën had en dat kolonialisme was een populair onderwerp voor meerdere schrijvers. Ook jaren later, toen Nederlands-Indië allang geen Nederlands-Indië meer was, werd er nog veel over geschreven. Bijvoorbeeld door Hella S. Haasse, van wiens hand ik eerder al ‘Oeroeg‘ en ‘Heren van de thee‘ las. ‘De stille kracht’ is ook een zogenaamde “Indië-roman” en vertelt het verhaal van een Hollandse resident genaamd van Oudijck.

Van Oudijck is resident op de plantage Laboewanggi. Hij woont samen met zijn vrouw Léonie en zijn kinderen van een andere vrouw: Theo en Doddy. Van Oudijck lijkt alles prima voor elkaar te hebben op Laboewanggi, maar toch gebeuren er steeds dingen die hem van zijn zo zorgvuldig geplande pad afbrengen. Er lijkt een soort stille kracht (hé, de titel!) te heersen die zijn leven en die van alle mensen om hem heen beïnvloedt. Er gebeuren onverklaarbare dingen op Laboewanggi en het is maar de vraag of aan het einde van het boek iedereen nog wel zo blij is…

Couperus schreef het verhaal vanuit meerdere perspectieven dus we bekijken alle personages die voorkomen steeds door een ander paar ogen. Zo leer je als lezer de personages altijd op een fijne manier kennen en wordt het beeld dat je krijgt een stuk minder eendimensionaal. Couperus heeft alleen niet de bedoeling gehad dat je als lezer sympathie gaat voelen voor de hoofdpersonen. Integendeel, de meeste personages zijn zelfs vervelend en hebben allerlei gebreken. Dit boek is geen heldenverhaal of een verhaal met een duidelijke “good guy – bad guy”-verdeling maar laat juist van personages redelijk objectief alle aspecten van hun karakter zien. Hoewel dat het boek sterk maakt deed het wel af aan het plezier dat ik aan het boek had. Ik houd juist wel van een beetje minder objectief en wat meer personages met wie ik echt kan meeleven.

De druk die ik las had ik online besteld en als ik zou deze druk niet gekocht hebben als ik hem in de boekwinkel zou hebben zien liggen. De marges waren vreemd: die aan de zijkant waren erg breed (wat in principe het lezen niet stoorde maar wel gewoon lelijk is) en aan de bovenkant waren de letters bijna op de rand van het papier gedrukt. Ook leken de letters nog vettig en uitgesmeerd in plaats van helder en duidelijk.

Foto van een tweetal pagina's van De stille kracht
Op deze foto kun je het misschien een beetje zien, maar in het echt lijken de letters nog veel vettiger. Het was prima leesbaar dus ik heb ook niet de moeite genomen om het boek terug te sturen en een andere versie op te zoeken maar mocht je ‘De stille kracht’ willen lezen zou ik als je er de tijd voor hebt zeker even research doen voordat je hem online bestelt. Of je koopt hem natuurlijk gewoon bij je lokale boekhandel. (Dat heb ik overigens ook indirect gedaan: via de website van Libris kan je kiezen welke van de vestigingen je de verkoop gunt).
 
‘De stille kracht’ was al met al een prima leeservaring maar heeft geen erg diepe indruk op me gemaakt. Maar toch leuk om eindelijk iets van Couperus gelezen te hebben zodat ik begrijp wat mensen bedoelen als ze het hebben over zijn stijl.
* Omdat ik lid ben van het partnerprogramma van Bol.com krijg ik een piepkleine vergoeding als je daar boeken bestelt via links die op deze site staan.

Boek 27 – “Een Dag in Mei”

Een Dag in Mei is een boek is geschreven door door F. Scott Fitzgerald. Het is geschreven in 1920 en gaat over de rare gebeurtenissen in mei 1919. Het was de tijd van de Jazz Age / de ‘roaring twenties’ in Amerika en Fitzgerald (nu beter bekend om zijn boek The Great Gatsby) weet goed de sfeer van de tijd te vangen. Vier van de vijf sterren op Goodreads.

Dit boek bundelt niet alleen de vertaling van het origineel May Day, maar bevat na het nawoord ook de essays Echo’s van de Jazz Age en Mijn Verdwenen Stad. De essays zijn beide geschreven na 1930 en leveren dus door hun terugblik een waardevolle context op voor het boek. Deze context had ik graag gehad vóór Een Dag in Mei, en dat is dan ook waar de vijfde ster verdwenen is. Ik vond de indeling vreemd; ik heb graag de informatie vooraf en daarna het verhaal. Natuurlijk was ik me wel bewust van de context maar deze essays voelden een beetje als mosterd na de maaltijd nu.

Een Dag in Mei, het verhaal, volgt verschillende personen in New York op één mei. Het focust zich vooral op de verschillen tussen arm & rijk en de daarmee gepaard gaande problemen. Er is een groot feest, er is veel drank, een vrouwelijk hoofdpersonage genaamd Edith flirt met veel mannen en iedereen lijkt rijk. Aan de andere kant komen er soldaten terug van de Great War en zitten nu zonder baan en zonder hoop op een goede toekomst, er zijn opstootjes en relletjes en het socialisme komt op maar wordt ook hard neergeslagen. Het is een tijd van tegenstrijdigheden. Fitzgerald probeert om alle facetten van een bijzondere maatschappij uit te lichten.

Als je van boeken houdt die je aan het denken zetten dan is dit zeker een boek voor jou. Maar het is ook een boek met interessante en diverse personages. Wel zijn ze een overdreven uitwerking van de klasse die ze vertegenwoordigen, maar dit is geen moment storend. Mocht je het origineel willen lezen, klik dan hier. Ik raad het je zeker aan.

Boek 23 – “Wildvreemd”

Wildvreemd, geschreven door Carina Stander, was een bijzonder boek met veel unieke personages. Het ging snel (soms misschien een beetje té), maar het verhaal was erg duidelijk en de spanningsboog was goed opgebouwd. Vier van de vijf sterren op Goodreads.

Het verhaal gaat over een groep mensen die in een dorp in Mozambique wonen en dan in het speciaal over de bijzondere vrouw die iedereen de Bijenvrouw noemt. De Bijenvrouw woont achteraf in een soort bos en, zoals je waarschijnlijk al vermoedt, houdt bijen om de honing te kunnen verkopen. De Bijenvrouw praat niet en heeft een vreemd litteken over haar hals lopen. De mensen in het dorp denken dat ze of een hoer, of een heks of misschien wel allebei is. Op de achterflap staat vermeld dat alles veranderd op de dag van een grote brand waarvan iedereen denkt dat de Bijenvrouw hem heeft aangestoken, maar ik vond eerlijk gezegd dat er weinig veranderde na die brand. De mensen haten de Bijenvrouw nog steeds (eigenlijk zijn ze vooral bang) en ze wordt niet geaccepteerd.

Het verhaal wordt steeds vanuit een ander personage verteld. Je hebt een echtpaar Braam, er is een natuuropzichter, een schoolmeisje (de dochter van de natuuropzichter), een gestoorde jongen met een reactieve depressie die overal rare dingen ziet, een schooljongen, een zoon van echtpaar Braam, een hulpje van mevrouw Braam en misschien vergeet ik er nu nog wel eentje. Dat het boek ongeveer 250 pagina’s heeft en al deze mensen meerdere malen aan bod komen maakt wel duidelijk dat Stander snel van de een naar de ander wisselt.

Langzaam wordt in het boek duidelijk dat er een reden is voor het litteken van de Bijenvrouw en daarmee hangt samen dat ze niet kan spreken. Wat is er gebeurt in haar leven dat ze nu aan de rand van een dorp woont en iedereen haar apart vindt? Welke personen uit het dorp hebben daar mee te maken en als we dat weten, op welke manier? Het boek wisselt snel van personages en iedereen heeft zo zijn eigen ideeën over de Bijenvrouw en de brand. Niet alleen de Bijenvrouw is van belang, maar elk personage heeft ook zijn eigen problemen en eigenlijk hangen alle personages een beetje samen in het verhaal. Het is heel leuk om te zien hoe anderen reageren op een mening van de een waar je net een hoofdstuk over gelezen hebt, omdat je weet welke gedachtegang aan die mening vooraf gaat en ook waarom die ander zo reageert op die mening omdat je ook die gedachtegang kunt volgen.

Ik vind het lastig om dit boek kort samen te vatten omdat er zoveel verschillende verhaallijnen zijn. Wat Stander heel knap doet is die allemaal samenknopen en toch duidelijk onderscheid tussen de verschillende levens te maken. Het verhaal was interessant, maar toch miste ik nog iets. Zij het de stijl die me niet echt pakte, zij het de voorspelbaarheid van de afloop; ik zou dit boek zeker aanraden maar een echt hoogstandje was het nou ook weer niet.

Boek 18 – “De H.B.S.-tijd van Joop ter Heul”

Een ouderwets, grappig en gezellig boek over het leven van een middelbare scholiere genaamd Joop (voluit: Joséphine). Het is voor het eerst gepubliceerd in 1918 en geschreven door Cissy van Marxveldt.

De H.B.S.-tijd van Joop ter Heul gooit je terug naar het begin van de vorige eeuw. Joop is een meisje dat op school graag kattekwaad uithaalt met haar groepje vriendinnen. Ze noemen zichzelf de Jopopinoloukico-club (ik hoop dat ik dat goed heb gespeld). 
Joop komt uit een welgestelde familie en heeft eigenlijk weinig problemen. Ze gaat naar school, haalt middelmatige cijfers en heeft veel plezier met haar vriendinnen en vaak kibbelt ze met haar oudere zus Julie. Het plot van het boek zou ik niet heel erg gemakkelijk kunnen aanwijzen: het is een boek dat gewoon gaat over een gewoon meisje met gewone problemen. Wat het lezen in 2014 zo leuk maakt is het weten dat het in 1918 voor het eerst gepubliceerd is. De ouderwetsheid spat er vanaf en het is heel grappig om je in te beelden hoe je leven gelopen zou zijn als je in die tijd geboren zou zijn.

Ik heb een omnibus met de vijf boeken die over Joop gaan tweedehands gekocht. Dit eerste deel is geschreven als een dagboek met tussendoor een brief die Joop richt aan een vriendin genaamd Net, maar de volgende boeken zijn in de derde persoon geschreven. Ik weet niet of van Marxveldt deze schrijfstijl misschien te kinderachtig of onprofessioneel vond, maar eerlijk gezegd past het wel bij het verhaal.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet precies wist wat de H.B.S. precies was, dus ik heb het geGoogled voordat ik ging lezen. Het blijkt de voorloper op het huidige havo/vwo te zijn en eigenlijk alleen welgestelde mensen konden er in de tijd van Joop ter Heul naartoe, dus in gezinnen waar het niet nodig was dat de kinderen hielpen met geld verdienen maar ze konden gaan leren.

Het verhaal is simpel, een plot is er nauwelijks, maar toch heb ik dit boek 4 sterren gegeven. Het maakte me aan het lachen en ik vond het heel knap hoe van Marxveldt zo dicht bij een gewoon meisje kon blijven, zonder allemaal verzinsels en bijzonderheden eromheen te moeten verzinnen. In boeken die ik de laatste jaren heb gelezen leken schrijvers altijd iets aan hun hoofdpersoon “bijzonder” en “apart” te willen maken. Joop ter Heul is heel leuk en grappig maar ze is op school middelmatig, ze heeft geen speciale gaves maar gewoon plezier in haar leven en met haar vriendinnen. En ik denk dat het gezond is voor meisjes vanaf een jaar of 10 (maar ook zeker nog als ze ouder zijn!) om dit boek te lezen en zich te beseffen dat je niet altijd de slimste, de knapste of weetikwat te zijn om leuke dingen mee te maken en plezier te hebben in je leven.

Boek 13 – “De Gele Vogels”

Als dertiende boek heb ik “De Gele Vogels” gelezen. Een boek, geschreven door Kevin C. Powers, dat gaat over een jongen die voor het Amerikaanse leger in Irak zit en daar verschrikkelijke dingen meemaakt. Het is heel poëtisch geschreven en het geeft de lezer een kijk in het gevoelsleven van een doorsnee soldaat. Alleen omdat ik dit boek over oorlog weinig “oorlog” kon vinden (er werd over de oorlog niets verteld afgezien van de directe conflicten waarin de hoofdpersoon zich bevond, niet waarom er oorlog was, niet duidelijk tussen wie en hoe) krijgt het van mij toch geen 5 maar 4 sterren op Goodreads.

Het verhaal begint met de zin waar elke recensie die ik over het boek heb gelezen ook mee begint: “In de lente probeerde de oorlog ons te doden…”. Dit is direct een voorbeeld van hoe Powers het hele boek schrijft. Hij maakt geen simpele statements maar probeert ook een gevoel over te brengen. Powers heeft zelf ook echt in Irak gevochten voor het Amerikaanse leger en de meeste gevoelens en gedachten zijn dan ook autobiografisch. Weten dat iets waar gebeurd is maakt het altijd wat indrukwekkender.

De hoofdpersoon wordt voor het grootste gedeelte van het verhaal “Bart” genoemd, een afkorting van zijn achternaam, Bartle. Bart is bevriend met Murph (die eigenlijk Murphy heet van zijn achternaam. Powers heeft iets met afgekorte achternamen denk ik) en ze zijn samen in Amerika op de basis om zich voor te bereieden op uitzending naar Irak. Op de afscheidsavond die wordt georganiseerd voor vrienden en familie van de soldaten die zullen gaan vertrekken belooft Bart aan Murph’s moeder dat hij ervoor zal zorgen dat Murph gezond en wel weer thuis zal komen.

Natuurlijk snapt iedereen die dat leest dat dit betekent dat Murph natuurlijk niet gezond ofwel helemaal niet meer thuis zal komen. Murph’s dood en Bart’s rol daarin is de rode draad van het verhaal: bij bijna elke situatie noemt Powers een dingetje dat ermee te maken heeft. Dit wordt niet vervelend maar ik kan ook niet echt zeggen dat het me heel erg nieuwsgierig maakte: ik wist dat er iets zou gebeuren dus de grote schok bleef een beetje uit toen Powers uiteindelijk onthulde wat er nou precies was gebeurd. Niet alleen de dood van Murph maar ook Bart’s reactie daarop is belangrijk voor het boek. Het wisselt namelijk af tussen Irak en Amerika en maakt dus constant sprongen in de tijd. Naarmate we verder komen in het verhaal wordt steeds duidelijker dat Bart doelloos lijkt te leven na de oorlog, zonder vreugde of toekomstplannen.

En eigenlijk is dat het hele verhaal al. Het hele boek bestaat gewoon uit schakelingen tussen Bart’s gedachten en gevoelens in Amerika voor en na de uitzending, en zijn gedachten in Irak tijdens de oorlog. En er wordt ook heel veel gezegd over het gevoel van machteloos zijn en geen invloed hebben op de toekomst of eigenlijk überhaupt nergens invloed op hebben. Maar daar was ik het eigenlijk niet altijd heel erg mee eens. Ja, wel dat als je eenmaal in die oorlog zit je wel moet slikken wat er gebeurt en gewoon moet doen wat er gezegd wordt dat je moet doen, maar je hoeft het leger niet in. In deze oorlog was er in Amerika geen dienstplicht en er wordt ook gezegd dat Bart zich vrijwillig heeft aangemeld bij het leger. En dan wel omdat de grote, stoere jongens hem vroeger altijd pestten omdat hij graag poëzie las en veel met zijn neus in de boeken zat. Nou, sorry hoor, maar dat vind ik een slappe smoes. Ik geloof best dat ze hem vroeger uitlachten omdat hij graag las maar bij het leger gaan zie ik niet echt als een direct gevolg daarvan, dat is nog altijd zijn eigen keuze geweest. Dus in bepaalde mate heeft hij zeker wel invloed gehad. Misschien niet op het grote geheel maar toch zeker op zijn eigen leven en de levens van de mensen om hem heen.

Zou ik dit boek aanraden? Ja. Zeker. Ik vind het mooi geschreven en het brengt als een van de beste van de oorlogsboeken die ik tot nu toe heb gelezen gevoelens van een soldaat die het allemaal niet wilde over. Een soldaat zonder per se haatgevoelens jegens het land waartegen hij vecht en eentje die er later aan onderdoor gaat. In dat opzicht best een uniek verhaal. Wat ik miste was wel duidelijkheid over de oorlog waarin ze zich bevinden. Powers gaat er heel erg van uit dat lezers genoeg basiskennis hebben om dit verhaal te snappen, maar ik lees altijd graag de feitjes nog eens in een boek dat over zoiets gaat. De hoe-en-waarom-en-wie feitjes, de aanloop naar de oorlog, duidelijke uitleg over waar dit conflict om gaat. Maar dat kan ook gewoon een persoonlijke voorkeur van mij zijn.

Boek 10 – “Het Geluid van de Nacht”

Ik heb de afgelopen week aan één stuk door gelezen in “Het geluid van de Nacht”, geschreven door María Dueñas. De hoofdpersoon genaamd Sira is heel oninteressant en de verdere hoofdpersonen blijven ook heel oppervlakkig, maar de setting is heel interessant door de reizen die Sira maakt en de plaatsen waar zij zich begeeft. Al met al vier sterren waard op Goodreads
In “Het Geluid van de Nacht” begint Sira als een jong leerling-naaistertje in Madrid. Van naaistertje groeit ze echter door omstandigheden uit tot een topontwerpster van chique dameskleding in verschillende grote steden. Echter, dit bereikt ze door te doen alsof ze zelfverzekerd is, alsof ze rijk is, alsof ze uit een rijke familie komt en alsof ze veel gereisd heeft en veel van de wereld heeft gezien. Er wordt het hele boek door gezegd hoe onzeker ze eigenlijk is, en hoe de wereld haar nog bang maakt. Door de blurb wist ik helaas al dat ze spionne zou worden voor de Engelsen in de Tweede Wereldoorlog, dus in het begin van het boek werd ik het constante gezemel over hoe weinig ze toen nog kon en hoe onzelfstandig ze was snel zat.

Hoe groeit een naaister uit tot spionne voor de Engelsen? Nou, dat werd in het boek niet echt duidelijk. Sira gaat met een man van Spanje (waar de burgeroorlog op het punt staat te beginnen) naar het Spaanse protectoraat in Marokko. Hij maakt in haar naam veel schulden, verlaat haar, en zij blijft met de rotzooi achter in Marokko. Ze wordt door een agent die haar in de gaten houdt ondergebracht in een pension in handen van een vrouw genaamd Candelaria, die naast haar pensionwerkzaamheden ook constant dingen smokkelt. Via wat duistere zaken (erg uitgebreid te lezen in het boek, niet interessant genoeg om nog eens hier te herhalen) start Sira haar eigen naaiatelier. Daar komt een Engelse vrouw met wie ze bevriend wordt. Rosalinde heet zij.

En met Rosalinde begint al het gedonder pas echt goed. Rosalinde heeft een relatie met een of andere Spaanse hoge pief uit de regering. De rangen en standen worden ook meermaals herhaald in het boek, maar er worden zoveel politieke mensen opgenoemd omdat Dueñas de sfeer wil beschrijven van de tijden van de oorlogen dat ik na een paar hoofdstukken niet meer wist wie nou precies wie was. Maar goed, die hoge pief maakt van Rosalinde dus automatisch een belangrijk persoon. Hij moet voor zijn zaken naar Spanje verhuizen (om minister te worden in de nieuwe nationale regering) en Rosalinde gaat mee. Dan komt de Tweede Wereldoorlog en proberen zowel de Duitsers als de Engelsen om Spanje voor hun kant te laten kiezen. Rosalinde is Engels en wil daarom dat Spanje voor Engeland kiest en zij gaat zich mengen in het hele oorlogsgebeuren.

Zo komt het dus ook dat Rosalinde aan Sira vraagt of Sira soms voor haar wil spioneren. Want tja, Sira is met Rosalinde bevriend. Dat is echt de enige reden die er schijnt te zijn, want nergens in het boek heeft Sira ook maar iets van intelligentie laten zien (vooral niet toen ze die foute man Ramiro aan het begin van het boek allemaal schulden liet maken op haar naam – ze ondertekende nota bene alle papieren zelf!). Sira moet in Madrid komen wonen, daar een naaiatelier openen en dan luisteren naar alle Duitse dames die zij heeft als klanten. Alles wat ze hoort moet ze doorbrieven naar de Engelsen.

Dat hele spioneren stelde eigenlijk weinig voor in het boek. Ik had verwacht dat het misschien spannende situaties zou opleveren, maar wat er vooral gebeurt is dat Sira naar chique feestjes gaat, informatie hoort, en dat dan in code doorgeeft. Nergens hoeft ze iets anders dan haar uiterlijk te gebruiken om binnen te komen. Het enige spannende dat haar spionage veroorzaakt is dat ze bijna wordt vermoord door twee mannen in een trein maar dat weet te voorkomen door met haar liefdesobject (Marcus Logan) uit de rijdende trein te springen. Zo klinkt het spannender dan het in het boek was, want deze actie duurde ongeveer vijf pagina’s en Sira’s acties waren vooral door Marcus ingegeven en zij was steeds weer onzeker en nietig.

Maar afgezien van de non-actie en de saaie hoofdpersoon was het boek heel goed. Dueñas beschrijft de plaatsen waar Sira zich bevindt heel pakkend; met een paar zinnen weet ze de situatie al goed te schetsen. En vooral de scènes waarin Sira gewoon aan het naaien is in haar atelier vond ik leuk. De politieke dingen leken soms wat vergezocht, en in deze situaties was de schrijfstijl wat natuurlijker en deed Sira iets dat ze ten minste kon.

Ook leuk aan het boek is dat Sira van Madrid naar Marokko, terug naar Spanje, dan weer naar Lissabon en hop weer terug naar Spanje gaat. Het reizen geeft het verhaal snelheid en laat Dueñas doen waar ze goed in is. Het reizen maakt ook het contact met veel personen mogelijk, die misschien allemaal wel wat vlak blijven, maar in ieder geval heel divers. Stuk voor stuk vormen ze Sira’s leven wel op de een of andere manier en ze komen eigenlijk nooit zomaar voor in het verhaal.

Waar ik wel echt een grote hekel aan heb: open eindes. In de laatste paar bladzijdes verpest Dueñas bijna het boek door tien mogelijke eindes van de levensverhalen van verschillende personen te noemen. Sira had met Marcus kunnen trouwen, Sira zou daar kunnen wonen, Sira zou nu succesvol kunnen zijn, of misschien liep het wel zo of zo… Dan denk ik altijd: jij schrijft verdorie het boek, jij hoort te weten hoe het eindigt met die personen. Een cliffhanger: oké, dat kan. Maar ga niet tien verschillende eindes opsommen die allemaal zouden kunnen. Kies er eentje, besteed daar je tijd aan en ga niet proberen om literair interessant te zijn door er nog een tintje “er waren zoveel levens als de hare, het zou allemaal waar kunnen zijn” aan toe te voegen. Maar hé, misschien is dat wel iets dat andere mensen wel kunnen waarderen, want ik zie het wel vaker voorbij komen, dus ik heb besloten om te doen alsof het boek vóór de epiloog waarin dit allemaal werd opgesomd was afgelopen en heb de epiloog maar niet meegerekend met het sterren geven.

Het lijkt door dit stukje misschien alsof ik het boek niet goed vond, omdat er vooral negatieve voorbeelden zijn. Dat komt denk ik omdat ik met één keer zeggen dat de landen zo goed beschreven werden wel klaar ben omdat dat een compliment is, terwijl ik voor een negatief punt wat meer een voorbeeld probeer te geven zodat het geen ongegronde negativiteit is. Ik hoop dat het feit dat ik het vier sterren heb gegeven een beetje weerspiegelt met welk gevoel ik dit boek dicht deed

Boek 8 – “Stoner”

Gisteren heb ik tot diep in de nacht gelezen in Stoner, geschreven door John Williams. Ik kon het gewoon niet meer neerleggen, terwijl het niet eens een echt spannend verhaal was. Het is simpelweg zo goed geschreven dat ik niet kon slapen voor ik het uit had. Het krijgt dus van mij 5 sterren op Goodreads
Stoner is het verhaal over een man genaamd William Stoner, geboren in Missouri. Zijn ouders werken op hun eigen boerderijtje en moeten hard werken om genoeg te eten te hebben. Stoner wordt door zijn vader naar de landbouwschool gestuurd maar besluit na een aantal verplichte colleges Engels om te switchen van studie en richt zich op de letterkunde. Uiteindelijk blijft hij zijn hele verdere leven doceren aan diezelfde universiteit (Columbia).

Het knappe aan dit boek is dat er eigenlijk weinig spanning in zit maar het je toch steeds weer nieuwsgierig maakt naar wat er komen gaat. Stoner is een doodgewone man, alzij het misschien wat stoïcijns. In het boek wordt zijn hele leven vlot verteld, van zijn arme jeugd tot aan zijn moeizame dood. En alles daartussenin: zijn vrouw die hem medogeloos behandelt, zijn dochter die gevoelloos lijkt en dat als volwassene bereikt door overmatig te drinken en Stoner zelf die helemaal opgaat in het doceren aan de universiteit met als enige hoogtepunt de affaire die hij heeft met een vrouw genaamd Katherine. En alhoewel deze dingen apart soms al genoeg zijn voor een boek, heb je aan het einde van dit boek met al deze elementen nog steeds het gevoel dat je hebt gelezen over het leven van een doodgewone man, met een doodgewoon leven.

Dat gevoel wordt waarschijnlijk veroorzaakt door Williams’ schrijfstijl. Hij weidt weinig uit (ik moet bekennen dat ik om dit te typen deze site heel eventjes nodig had) en vertelt niet vaak over details, maar dat maakt de keren dat hij dat wel doet opvallen: als Stoner bijvoorbeeld opeens gegrepen wordt door een sneeuwlandschap, of als hij gelukkige momenten beleeft met Katherine. Het gevoel kan ook komen doordat Stoner zijn leven haast bekijkt alsof hij er zelf niet aan deelneemt. Hij lijkt in zijn gedachten en handelen wel een derde persoon te zijn, kijkend naar hoe zijn eigen leven verloopt, als een soort verhaal.

Een klein puntje dat mij stoorde aan het boek was Edith, de vrouw van Stoner. Nadat ze getrouwd zijn verandert zij langzaam in een medogeloze vrouw die er vooral op uit lijkt te zijn om Stoner’s leven moeilijker te maken. Ook is ze erg vaak ziek en zwak en ze is ook heel erg tenger, bleek en dun; ik houd niet van personages in boeken die handelen naar hun uiterlijk. Natuurlijk, een schrijver kan een meisje met veel kracht rood golvend haar geven om dat te benadrukken (zoals de filmmakers van Brave deden), of een wijze man een baard en grijs haar om zijn intelligentie te illustreren (Perkamentus van Harry Potter is een van de vele voorbeelden). Maar bij Edith vond ik het een tikje te ver gaan: eerst schreef Williams over dat ze dunner was geworden, en dan als een logisch vervolg beschreef hij dat ze ook gekker ging doen. En er leek ook nooit een reden te worden gegeven voor haar nare gedrag richting Stoner: afgezien van haar strenge ouders en eenzame jeugd wordt er weinig over haar vorming verteld, maar die dingen lijken geen voldoende uitleg voor haar gedrag.

Het mooist beschreven vond ik Stoner’s relatie met zijn ouders. Zij waren hardwerkende mensen die weinig spraken en die niet bezig waren met iets anders dan overleven. Ze doen hun uiterste best om hun zoon een goede toekomst te geven en geven het kleine beetje geld dat ze kunnen missen om hem naar de landbouwschool te sturen, zodat hij hen later met verstand kan helpen op de boerderij. Als hij na een aantal jaar vertelt dat hij hen in de steek zal laten en niet terug komt om te helpen op de boerderij, is het de enige keer dat hij zijn moeder heeft zien huilen. Verder maken ze er geen punt van, maar juist dat stille verdriet maakt deze scène zo indrukwekkend in het boek. En steeds meer groeien ze uit elkaar en voelen ze zich opgelaten als ze elkaar weer zien. Het ongemak van deze situaties is bijna tastbaar.

Ik zou uren kunnen doorgaan over aparte stukjes in dit boek die ik goed vond, maar ik moet toch ook een eind breien aan dit verhaal, anders wordt het veel te veel om te lezen. Toch nog één klein dingetje: een situatie die Stoner meemaakt met een collega en student van hem vind ik het grappigste deel van het boek. Lomax is een gehandicapte collega van Stoner en Walker een gehandicapte student. Walker is niet slim maar wordt door Lomax voorgetrokken (gehint wordt dat het komt doordat ook Walker een handicap heeft). Als Stoner hem ook in de klas heeft en uiteindelijk mag meebeslissen of Walker slaagt of niet, leidt zijn negatieve oordeel tot een grote ruzie tussen Lomax en hemzelf. En hoewel het misschien niet grappig klinkt, wordt het dat in het boek wel door de bemoeienissen van een aantal andere personages en beschrijvingen van hoe Stoner voor het eerst in zijn hele leven écht dwars is en écht ergens voor staat.

Om een lang verhaal kort te maken: lees dit boek.

Boek 2 – “Sneeuwval”

In mijn enthousiasme heb ik binnen de eerste week ook het tweede boek al uitgelezen. Deze keer was het een thriller: Sneeuwval, geschreven door Tess Gerritsen. Ik heb ook dit boek 4 van de 5 sterren gegeven op Goodreads.

Ik heb eerlijk gezegd nog niet veel thrillers gelezen. De spanning die in een ‘gewoon’ boek aanwezig is, is meestal voor mij meer dan genoeg. Ik leef me altijd heel erg in als ik een boek lees en ik vind thrillers daarom echt eng. Toen ik Sneeuwval gisteren aan het lezen was ging de telefoon en ik ben denk ik nog nooit zo hard geschrokken van een doodnormaal geluid.

Dit boek schijnt het achtste deel van een serie te zijn over Maura Isles en Jane Rizzoli, maar het is ook prima op zichzelf te lezen zoals ik heb gedaan. Het verhaal zelf staat los van de eerdere verhalen. Het enige dat je mist is een beetje achtergrondinformatie over sommige van de personen die voorkomen in het verhaal.

Het verhaal in dit boek gaat vooral over Maura Isles, een patholoog anatoom die een lastige verhouding heeft met een katholieke priester. Op een conferentie besluit ze mee te gaan met een man die ze van vroeger kent en een paar vrienden van hem. Natuurlijk stranden ze op weg naar het huisje midden in de bergen, vlak voor een sneeuwstorm en geen van de mobieltjes heeft nog bereik. En dan vinden ze opeens een dorp met twaalf huizen die duidelijk bewoond zijn geweest, maar er is niemand meer aanwezig…

Tot zover klonk het allemaal lekker typisch als een slechte Hollywood horrorfilm. Maar na ongeveer 1 / 3 van het boek gebeuren er een aantal dingen die een spannende draai geven aan het verhaal. Hoewel het voorspelbaar was welke personen er uiteindelijk iets mee te maken hadden, was voor mij in ieder geval nog niet duidelijk op welke manier.

De spanning in het boek was goed opgebouwd en de karakters waren misschien oppervlakkig maar geen karikaturen. Het grootste nadeel van dit boek vond ik dat er in het begin ruim tijd wordt besteed aan mensen die later in het boek slechts een slordig einde krijgen, waardoor je als lezer het gevoel krijgt dat je iets gemist hebt. Ook vond ik dat de uiteindelijke ontknoping wat meer uitwerking nodig had. De twist die het einde was had meer uitleg nodig om echt geloofwaardig te zijn. Nu nam Gerritsen genoegen met een dialoog die onnatuurlijk aanvoelde en naar mijn mening had er meer naartoe gewerkt kunnen worden.

Ondanks deze schoonheidsfoutjes heb ik Sneeuwval toch 4 van de 5 sterren gegeven, omdat ik het knap vind hoe Gerritsen het verhaal geen moment saai laat worden. Ik kon het boek haast niet wegleggen omdat ik steeds weer nieuwsgierig was naar wat er op de volgende pagina zou gebeuren. En als ik schrik van het geluid van een telefoon die overgaat is dat voor mij een teken dat de schrijfster (die eigenlijk Terry Gerritsen heet en niet Tess Gerritsen, leuk feitje) de thriller zeker spannend genoeg heeft gemaakt.

Boek 1 – “Wilde Zwanen”

Gisteren heb ik het eerste boek voor het komende jaar uitgelezen: Wilde Zwanen, geschreven door Jung Chang. Ik heb hem 4 van de 5 sterren gegeven op Goodreads.

Wilde Zwanen gaat over drie generaties vrouwen in China. Jung Chang schrijft eerst over haar grootmoeder, dan over haar moeder en als laatste over zichzelf. China was in de tijd van haar grootmoeder nog een keizerrijk. Toen kwam er oorlog met Japan en vochten de communisten met de Kwomintang samen om Japan te verdrijven. Uiteindelijk verloor Japan en grepen de communisten de macht. In deze tijd was Jung Chang’s moeder actief in de strijd aan de kant van de communisten. Jung Chang zelf is opgegroeid in de tijd van Mao. Hij werd als god verheerlijkt maar maakte het land kapot met onder andere De Grote Srpong Voorwaarts en De Culturele Revolutie.

Omdat het boek de geschiedenis van China moest beschrijven komen er veel jaartallen en namen van politieke leiders in voor. In het begin viel het tempo van alle gebeurtenissen nog wel bij te houden, maar ongeveer op de helft van het boek (als het levensverhaal van haar moeder wordt beschreven) wordt het soms teveel. Het is heel moeilijk om zowel historisch correct te schrijven door geen details weg te laten die belangrijk zijn alsmede de interesse van de lezer vast te houden met een verhaallijn van een individu. Liefdesrelaties en poëzie worden snel afgewisseld met de omschrijvingen van oorlogen en politieke veranderingen.

Als ik alleen had gelet op hoe onderhoudend en goed geschreven ik dit boek vind, had ik het waarschijnlijk niet meer dan 3 van de 5 sterren gegeven. Maar wat Jung Chang wel heel goed doet is de zaak van meerdere kanten bekijken. Ze neemt ook de tijd om moeilijke concepten duidelijk uit te leggen. Er zijn van elke opmerking die ze maakt voorbeelden beschreven zodat je als lezer het gevoel krijgt dat ze echt goed onderzoek heeft gedaan. Dit was natuurlijk nodig voor de tijden waarin ze zelf nog niet leefde of te jong was om te begrijpen wat er gebeurde.

Al met al vond ik het boek vooral indrukwekkend omdat het zo afschuwelijk is wat de Chinezen in deze tijden hebben moeten doorstaan. Er zijn tientallen miljoenen mensen gestorven doordat de communisten onder leiding van

Mao het land kapot hebben gemaakt. Bijna alle oud-Chinese kunst en gebouwen zijn verwoest om plaats te maken voor een nieuwe maatschappij. Mensen werden gemarteld, stierven van de honger en leefden in constante angst omdat het regime heel wispelturig was in welk soort mensen er nu eens als vijanden van de staat konden worden aangemerkt. En omdat Jung Chang dit zelf heeft meegemaakt en er zo duidelijk over heeft kunnen schrijven, krijgt ze van mij toch 4 van de 5 sterren.